Van Mastbroek vaart ten oorlog

Inhoud.
Van Mastbroek vaart ten oorlog.
Enkele wapenfeiten van de hertog van Marlborough.
Malbrough s’en va-t-en guerre.
Marlbruck zog aus zum Kriege.
Malbroek als klapliedje en volksdans.
Marlborough in spotprent.

Het lied Van Mastbroek vaart ten oorlog was in onze streken erg bekend. Er volgt nu een tekst die is samengesteld aan de hand van een aantal onvolledige veldopnames. Ik kon het lied drie keer optekenen in mijn woonplaats Schijndel.
Ik koos voor de melodie die gezongen werd door mevrouw Van Els- Verhagen. Zij leerde het van haar vader die vroeger op een boerderij woonde in het Schijndelse kerkdorp Wijbosch.

Luisterbestand: Van Mastbroek.

1.
En van Mastbroek vaart ten oorlog
Van tarara boemterara
En van Mastbroek vaart ten oorlog
En hij komt nooit weerom (3x).

2.
En met Pasen zal hij komen
Van tarara boemterara
En met Pasen zal hij komen
Of in de Sinkse week (3x).

3.
En de Sinkse week verdween al
Van tarara boemterara
En de Sinkse week verdween al
Maar Malbroek kwam nog niet (3x).

4.
En zijn vrouw klom in de toren
Van tarara boemterara
En zijn vrouw klom in de toren
En zij zag haar baasje niet (3x).

5.
Maar in de verte zag z’iets komen
Van tarara boemterara
Maar in de verte zag z’ iets komen
Een man in het zwart gekleed (3x).

6.
En welke tijding bracht hij mede
Van tarara boemterara
En welke tijding bracht hij mede
En van Mastbroek die was dood (3x).

7.
En we hebben hem zien begraven
Van tarara boemterara
En we hebben hem zien begraven
Al door vier officiers (3x).

8.
En de eerste die droeg zijn sabel
Van tarara boemterara
En de eerste die droeg zijn sabel
En de tweede zijn bajonet (3x).

9.
En de derde die droeg zijn slaapmuts
Van tarara boemterara
En de derde die droeg zijn slaapmuts
En de vierde die droeg niets (3x).

10.
En nu is hij in de hemel
Van tarara boemterara
En nu is hij in de hemel
En daar drinkt hij Beiers bier (3x).

In dit spottend oorlogslied wordt dus een figuur bezongen: Mas(t)broek, in andere varianten ook wel Malbroek of zelfs Wasbroek geheten.
Bedoeld wordt elke keer: de hertog van Marlborough.
Dit was John Churchill (1650-1722), die eerste minister en veldheer was in Engeland. Winston (‘sigaar’) Churchill is een nazaat van John!

Naar boven

Enkelen wapenfeiten van de hertog van Marlborough.
Hij koos in 1688 de zijde van onze Willem III tegen Lodewijk XIV en streed in verschillende oorlogen: De Negenjarige oorlog (1688-1697) en de Spaanse Successieoorlog (1702-1713).
Bij deze oorlogen stond hij aan Nederlandse zijde als opperbevelhebber.
Marlborough kende nogal wat overwinningen: Blenheim (1704), Ramillies (1706) en Oudenaarden (1708).
Bij de slag van Ramillies werd het Franse leger verslagen door een coalitieleger van Engelsen en Hollanders onder Marlborough.
Ook bij Oudenaarden werden de Fransen verslagen door Marlborough. Het spreekt voor zich dat de hertog niet zo populair was bij de Fransen en logisch dat er een spotlied over hem gemaakt werd: Malbrough s’en va-t-en guerre.

De Nederlandse tekst volgt bijna letterlijk de Franse.
Het baasje in het vierde couplet was oorspronkelijk een page:
Elle apercoit son page
Tout de noir habilé.

In de Franse tekst wordt iets meer aandacht besteed aan de page, die het nieuws over Malbrough overbrengt naar zijn vrouw.
De page zegt niet meteen dat haar man dood is, maar dat haar mooie ogen zullen gaan huilen bij het horen van het slechte nieuws en dan verder:

Quittez vos habits roses
Et vos souliers brodés.

Prenez la robe noir
Et les souliers cirés.

De Franse tekst eindigt heel klassiek met de rozemarijn bij het graf en de zingende nachtegaal op de hoogste tak:

A l’ entour de la tombe
Romarins on planta.

Sur la plus haute branche
Rossignol a chanté.

Naar boven

Nu de Franse versie: Malbrough s’en va-t-en guerre.

Luisterbestand: Malbrough.

1.
Malbrough s’en va-t-en guerre
Mironton, mironton, mirontaine
Malbrough s’en va-t-en guerre
Ne sait quand reviendra (3x).

2.
Il reviendrai à Pâques
Ou à la Trinité.

3.
Les Pâques sont passées (La Trinité se passe)
Aussi la Trinité (Malbrough ne revient pas.

4.
Madam à sa tour monte
Si haut qu’elle peut monter.

5.
Elle apercoit son page
Tout de noir habilé.

6.
Beau page, ah, mon beau page
Quelle nouvelle apportez?

7.
Aux nouvelles que j’apporte
Vos beaux yeux vont pleurer.

8.
Quittez vos habits roses
Et vos souliers brodés (satins brochés)

9.
Prenez la robe noir
Et lessouliers cirés.

10.
Monsieur Malbrough est mort en guerre
Est mort et enterré.

11.
Je l’ ai vu porter en terre
Par quatre officiers.

12.
L’un portait son grand sabre (sa ciurasse)
L ‘autre ne portait rien. (Et l’ autre son bouclier)

13.
Le troisième son casque
Et l’ autre son épée.

14.
A l’ entour de la tombe
Romarins on planta.

15.
Sur la plus haute branche
Rossignol a chanté.

16.
Disoir en son langage
Requiescat in pace.

17.
La cérémonie faite
Chacun s’ en fut coucher.

Het spotlied ‘waaide’ over naar Nederland en werd hier heel populair.
Het verliest bij ons wel zijn karakter want we spotten nu met een medestander i.p.v. een tegenstander.
Maar dat zal het zingende volk een zorg zijn, dat blijft gewoon over van Mastbroek zingen, zonder enig historisch besef.

Naar boven

In Duitsland is het lied ook bekend (geweest), daar zingen ze over ‘Marlbruck’: Marlbruck zog aus zum Kriege.

Luisterbestand: Marlbruck zog aus zum Kriege.

1.
Marlbruck zog aus dem Kriege
Mirong, tong, tong, tong
Mirong taine
Marlbruck zog aus dem Kriege
Weiss nicht, kömmt er zurück (3x).

2.
Er kömmt auf Ostern wieder
Längst Trinitas doch.

3.
Und Ostern war vergangen
Marlbruck kam nicht zurück.

4.
Auf ihren Turm Madame
So hoch sie konnte, stieg.

5.
Sah ihren Pagen kommen
Wie traurig kam er her.

6.
Ach lieber, lieber Page
Was bringst du Neues mit?

7.
Dein schönes Aug’ wird weinen
Hörst du die Trauerpost.

8.
Leg ab die ros’ gen Kleider
Und deinen Blumenschmuck.

9.
Dien Marlbruck ist gestorben
Tot und begraben schon.

10.
Ich sah’n zu Grabe tragen
Vier Offizier trugen ihn.

11.
Der eine trug den Harnisch
Der andre seinen Schild.

12.
Sein grosser Schwert ein dritter
Der vierte der trug nichts.

13.
Um seines Grabes Hügel
Ist Rosmarin gepflanzt.

14.
Auf seinem höchsten Stengel
Schlug eine Nachtigall.

Nu gaan we 5 coupletten krijgen die totaal niets met het lied te maken hebben.
Ze staan gepubliceerd in Deutsche Lieder.

15.
Nach der vollbrachten feier
Ging jedermann zu Bette.

16.
Die Männer mit den Weibchen
Die andern all’ allein.

17.
Die vielen die ich kenne
Die waren all dabei.

18.
Die Blonden und die Schwarzen
Die Braunen auch dazu.

19.
So endigt sich das Märchen
So endigt sich Marlbruck.

Toch zou het wel eens kunnen zijn dat de Nederlandse versie via Duitsland tot ons is gekomen getuige het Beiers bier in het laatste couplet! Soms wordt hier wel eens Wijnacht bier gezongen en gedronken.

Volgens de samensteller van Deutsche Lieder, Ernst Klusen, is de tekst oorspronkelijk Frans en stamt uit 1709, in Duitsland bekend geworden in 1785.
De melodie stamt volgens Klusen ook uit de 18de eeuw.
Het lied werd gezongen door een ’n baker in dienst van de Franse koningin Marie Antoinette, die het lied liet verspreiden aan het hof. Het werd een Schlager in die tijd, die ook gezongen werd door Napoleon.

B. Veurman publiceerde het lied in zijn Adelijn, bruin Maagdelijn en gaf als commentaar:
Ik hoorde deze Hollandse bewerking van een oud-soldaat, die vertelde, dat ze het deuntje wel uit verveling neurieden bij sommige militaire begrafenissen op de langzame maat van de marcherende voeten. Van de fijne spot was bepaald niet veel overgebleven.

1.
En hij komt nooit weerom
Malbroek die vaart ten oorlog (2x)
Hij loopt zo vlug, van rombombom
Maar hij komt nooit weerom.

2.
En als je ’t toch begeert
Dan zullen we hem begraven (2x)
En als je ’t toch begeert
Want hij kwam nooit weerom.

Harrie Franken (Liederen en dansen uit de Kempen) tekende het lied op in Valkenswaard en daar werd het als klapliedje gezongen:
Daarbij zat men met z’n tweeën tegenover elkaar en klapte als volgt op de maat:
1. In de eigen handen.
2. Tegen elkaars handen.
3. Met de handen op het eigen bovenbeen.

Behalve als lied is Malbroek ook een volksdans.
Hij wordt beschreven in het z.g. Groene boekje van de Nederlandse Volksdansvereniging, (her)uitgave respectievelijk 1950 en 1971.
Als toelichting staat bij de dansbeschrijving:
Deze dans is in een groot deel van ons land in trek geweest. Ons 1870 zong men in Friesland het liedje: ‘Malbroek die gaat ten oorlog en hij komt nooit weerom’. Ook in Denemarken komt de Malbroek voor met dezelfde muziek.
Verder staat er in de toelichting:
Het lied is van Franse oorsprong en ook in Frankrijk werd erbij gedanst.

Naar boven

Malborough in spotprent.
De volgende spotprent vond ik in: Volksmuziek en volksinstrumenten in Europa door conservator R.J.M. van Acht. Een uitgave van het Haags Gemeentemuseum in 1976.
Van Acht zegt hierover:
Dit politieke pamflet uit het begin van de 18de eeuw handelt over de bezetting van de stad Gent achtereenvolgens door de Franse, Spaanse, Engelse en Nederlandse troepen.
Tegelijkertijd is het een spotprent op de Franse soldaten die Gent moesten prijsgeven aan de troepen van de hertog van Marlborough.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In onderstaand detail zie je de hertog staan tussen de benen van de rommelpotspeler.

 

 

 

 

 

Literatuurlijst:

1.
Adelijn, bruin Maagdelijn, B. Veurman, Hoorn, 1966.
2.
Deutsche Lieder, Ernst Klusen, Frankfurt am Main, 1980.
3.
Liederen en dansen uit de Kempen, Harrie Franken, 1978.
4.
Nederlandse Volksdansen, Sanson-Catz- de Koe, Rotterdam, 1971.
5.
Zangzaad voor kampeerders, B. Wolsey en J. Waldorp, Baarn, z.j.

Naar boven

Ga naar boven