In Frankrijk al buiten de poorten

Een flink aantal jaar geleden kwam ik in het bezit van een cassettebandje met liedjes die gezongen werden door mevrouw Braken in Liempde (N.B.). De liedjes werden gezongen tijdens een feestje bij haar thuis, het is daarom een rumoerige opname, iedereen schreeuwt door elkaar en mevrouw Braken begint plots een lied te zingen waardoor iedereen gaat luisteren. Het is een bijzonder lied met een heel mooie, indringende melodie. U kunt de veldopname, die door de familie Braken is gedaan, beluisteren door het luisterbestand aan te klikken.
Luisterbestand veldopname: temp1 37

Er zijn veel opnames gemaakt door o.a. Ate Doornbosch, medewerker van het Volksliedarchief te Amsterdam en jarenlang samensteller en presentator van het radioprogramma Onder de groene linde. Elders op deze site vindt u meer informatie over Ate en het volksliedarchief, in het hoofdstuk Ben Hartman.

In het eerste deel van de publicatie Onder de groene linde, uitgebracht in 1987 wordt dit lied besproken en in de Liederenbank, zoeken op In Frankrijk buiten de poorten, vindt u zo’n 80 opnames, vooral in Noord –Nederland gemaakt. Hierom alleen al is deze opname uit Liempde dus zo bijzonder. Ik heb geen idee van wie mevrouw Braken dit lied geleerd heeft, misschien is dit nog wel te achterhalen.

Het verhaal
In een herberg is een dienstmeisje werkzaam. Bij ’t opmaken van haar bed treft zij een dood, pasgeboren kind aan. Het dienstmeisje krijgt van haar bazin, de herbergierster, de schuld hiervan, zij zou het kind vermoord hebben. In werkelijkheid heeft de dochter des huizes dit ongewenste kind gebaard, vermoord en in het bed van het dienstmeisje verstopt. Als straf wordt het dienstmeisje opgehangen in Frankrijk buiten de poorten. Op een gegeven moment komt de jongste van een stel kooplieden, die de herberg eerder had aangedaan, na een aantal weken terug bij de herberg en vraagt naar het dienstmeisje, waar hij eerder een oogje op had laten vallen.
Hij hoort dat het meisje verdacht wordt van kindermoord en is opgehangen, echter dit gelooft hij niet. Hij geeft zijn paard de sporen en rijdt naar de galg waar zijn liefje is opgehangen. Nu komt het magisch element van dit lied om de hoek kijken, het meisje hangt al drie dagen aan de galg en leeft nog. Het meisje zelf verklaart dit als volgt, hierover zingt mevrouw Braken niet, maar deze passage haalde ik uit een variant vanaf de Liederenbank:
En Gods engelen, ze komen van boven
En zij brengen mij wijn en ook brood.
Het meisje wordt bevrijdt van de galg en de schuldigen van deze kindermoord worden aangewezen: de moeder, de dochter en de vroedvrouw. Zij worden op een vreselijke manier ter dood gebracht, verbrand, opgehangen of geradbraakt.
Eerst de tekst en melodie van mevrouw Braken uit Liempde.
Vooraf moet ik constateren dat couplet 16 en 17 al gezongen zijn als couplet 13 en 14.

Luisterbestand: In Frankrijk al buiten de poorten.

 

 

 

 

1.
In Frankrijk al buiten de poorten
En daar woont er een herbergier.
2.
Waar vele kooplieden kwamen
En die maakten een groot plezier.
3.
En de dochter die kreeg veel vrijers
En de dienstmeid nog veel meer.
4.
En ze ging er een beddeke spreien
En daar lag er een kindje vermoord.
5.
O, vrouwe, zîn zij, o, vrouwe
En hier lei er een kindje vermoord.
6.
O, hoere, zîn zij, o, hoere
En da hedde gij zelve gedaan.
7.
En daarvoor zulde gij moeten hangen
Zelfs in Frankrijk al buiten de poort.
8.
’t Was nog geen zes weken geleden
Of die kooplui die kwamen weer aan.
9.
Zij vroegen toen, waar is mijn liefste gebleven
En omdat ik haar niet meer zag.
10.
Was dat er uw allerliefste
En dat was er zo’n aardig dier.
11.
Want ze heeft er een kindje gedragen
En ze heeft het ook zelve vermoord.
12.
Daarvoor heeft zij moeten hangen
Zelfs in Frankrijk al buiten de poort.
13.
En hij gaf toen zijn paard weer de sporen
En hij reed naar die heren toe.
14.
O, heren, zîn hij, o, heren
En wat hedde gij zelve gedaan.
15.
Waarvoor zulde gij moeten hangen
Zelfs in Frankrijk al buiten de poort.
16.
En hij gaf toen zijn paard weer de sporen
En hij reed naar die heren toe.
17.
O, heren, zîn zij, o, heren
En wat hedde gij zelve gedaan.
18.
Want gij hèt de verkeerde gehangen
Want ze hangt er nog levendig aan.
19.
De dienstmeid die wier losgelaten
En de dochter moest komen in haar plaats.
20.
En de vroedvrouw die werd toen ……..
En de moeder die werd toen verbrand.
21.
Zo moesten zij allemaal varen
Die een ander zo brengt in de schand.

Ik heb zojuist al gezegd dat het lied uitvoerig wordt besproken in het eerste deel van Onder de groene linde.
Er zijn twee varianten met maar liefst 34 coupletten, dit zijn ook de meest uitgebreide liedteksten van dit lied.
De 21 coupletten uit Liempde komen aardig in de buurt.

In Onder de groene linde worden de volgende titels gebruikt voor de varianten:
* En al over die groenelandse heide.
Overigens staat dit lied gepubliceerd in De Friese Tjalk, van S.J. van der Molen, uitgegeven in 1969.
* In Veendam daar staat er een herberg.
* Buiten Frankrijk al buiten de poorten.
* In Frankrijk buiten de poorten.

Jaap Kunst tekende het lied op in Terschelling en publiceerde het in zijn Terschellinger Volksleven, uitgegeven in 1937 als Daar buiten in die velden.
Zoals u kunt lezen is hier geen sprake van Frankrijk maar van Franeker.

Luisterbestand: Daar buiten in die velden.

 

 

 

 

 

 

 

1.
Daar buiten in die velden
Daar staat een herberg fijn
Daar zovele heren verkeren
Daar zovele heren zijn.

2.
De dochter had veel; vrijers
De dienstmaagd had er maar één
Zij zou d’r haar bedje maken
En zij riep: o, God, de heer.

3.
Ach vrouwe, zeide zij vrouwe
Wat is het dat mij bekoort
Ik zou d’r mijn bedje maken
En ik vond er een kind vermoord.

4.
Wel hoere, sprak zij hoere
Dat hebt gij zelf vermoord
Nu zal ik jou laten hangen
Te Franeker buiten de poort.

5.
Zult gij mij laten hangen
Te Franeker buiten de poort
Dan hoop ik dat God de here
Een teken aan mij zal doen.

6.
Drie dagen heeft zij gehangen
Toen kwam haar zoetlief thuis
Waar is mijn allerliefste
Waar is mijn waarde bruid.

7.
Is dat jouw allerliefste
Die zelf haar kind vermoordt
Die heb ik laten hangen
Te Franeker buiten de poort.

8.
Ik kan u slecht geloven
Ik kan u slecht verstaan
‘k Heb haar hartje zo menigmaal bewogen
En zij heeft nog nooit mijn zin gedaan.

9.
Hij gaf het paard de sporen
En is er heengegaan
Hangt gij mijn allerliefste
Wat kwaad hebt gij gedaan.

10.
Ik hang niet noch ik sta niet
Maar ik rust in Maria’s schoot
De engeltjes uit de hemel
Die brengen mij water en brood.

11.
Hij is naar de rechter gereden
En zegt dat zij nog leeft
De dienstmaagd werd losgesneden
De dochter kwam in haar stee.

12.
De juffrouw die werd gewurgd
De vroedvrouw werd verbrand
Zo gaat het met zulke hoeren
Die een ander brengen tot schand.

Kunst heeft het in de voetnoot van dit lied over het zojuist gezongen thema dat al voorkomt in de Legenda Aurea.
Dit is een verzameling van allerlei verhalen, legenden en wetenswaardigheden rond heiligen en kerkelijke feesten die in de middeleeuwen de ronde deden.
Deze verzameling stamt uit het laatste kwart van de 13de eeuw.
In de loop van de 14de eeuw, omstreeks 1360, werd het boek o.a. vertaald in het Nederlands.
Op internet kunt u uiteraard meer informatie vinden over de Legenda Aurea.

Hier een gedeelte van de zojuist aangehaalde tekst in de voetnoot.

 

 

 

 

 

 

 

Kunst publiceerde de eerste strofe van dit lied, met pianobegeleiding in Het levende lied van Nederland, uitgave in 1938 en daarbij stond het volgende silhouet, gemaakt door Henriette Baukema.: (met als naam: silhouet)

 

 

 

 

 

 

In Onder de groene linde staat een literatuurverwijzing naar de Deutscher Liederhort, van Ludwig Erk en Franz Böhme, deel 1, uitgegeven in 1893 in Leipzig. Ik ben in het gelukkige bezit van dit prachtige Duitse liedboek, met gotische letters en veel melodienotaties. Het valt niet mee om dit in je bezit te krijgen, je moet er wat geluk mee hebben en wachten op het moment dat het te koop wordt aangebonden op de site antiquebooks.com. Ik heb de indruk dat het lied in Duitsland ontstaan is, daarom wil ik hier wat meer aandacht aan schenken.
Ik begin de Duitse tekst weer te geven, door mezelf ‘vertaald’ vanuit het gotisch schrift. De thematiek in de Duitse tekst verschilt iets van die van de Nederlandse tekst. De vader van zijn zwanger geraakte dochter gaat naar een vroedvrouw (Weismutter) en vraagt of zij zijn dochter zodanig kan helpen dat zij als maagd bekend blijft. Zij besluiten het pasgeboren kind te vermoorden en in het bed te leggen van de dienstmeid (die Magd). Dan gaat het verhaal verder zoals in de Nederlandse tekst.
In de Deutsche Liederhort ontbreekt een melodie.

Die Weismutter (De vroedvrouw)

1.
Zu Frankfurt an der Brücke
Do zapften sie Wein und Bier
Do hab´n sie ein Mädchen betrogen
Betrogen um ihr Ehr.

2.
Der Vater gieng über die Gassen
Er gieng nach der Weismutter hin
Könnt ihr meiner Tochter nicht helfen
Dass sie als ein Jungfrau besteht.

3.
Curer kann ich wohl helfen
Dass sie als eine Jungfrau besteht
Wir wollen das Kind umbringen
Und legen der Magd ins Bett.

4.
Die Magd gieng waschen und scheuern
Kam abends spät nach Haus
Sie wollt ihr Bett aufschütteln
Was fand sie da im Stroh?

5.
Was hat sie im Stroh gefunden?
Ermordet ein kleines Kind
Die Magd war sehr erschrocken
Und rief die Tochter geschwind.

6.
Die Tochter kam voll Listen
Und rief der Mutter zu
Die Magd hat ein Kind geboren
Und hat es umgebracht.

7.
Hat sie ein Kind geboren
Und hat es umgebracht
So wollen wir sie lassen hängen
Zu Frankfurt vor dem Thor.

8.
Die Magd hat einen Freier
Kam alle Samstag zu ihr
Wo ist mijn Herzallerliebste
Sie kommt entgegen nicht mir.

9.
Wir haben sie lassen hangen
Zu Frankfurt vor dem Thor
Sie hat ein Kind geboren
Und hat es umgebracht.

10.
Er gab dem Pferd die Sporen
Und ritt zum Galgen heran
Wie hängt du hier so hoche
Dass ich dich kaum sehen kann.

11.
Ich hänge fürwahr nicht hoche
Ich steh in Gottes Hand
Die Engel aus dem Himmel
Die bringen mir Speis und Trank.

12.
Er gab dem Pferd die Sporen
Und ritt nach der Obrigkeit
Ihr Herren, was habt ihr gerichtet
Der Unschuld thatet ihr leid.

13.
Haben wir Unrecht gerichtet
Und Leides ihr gethan
So wollen wir sie abschneiden
Und hängen die andre dran.

14.
Der Vater war enthauptet
Die Tochter wurde geköpft
Die Weismutter wurde gerädert
Zu Frankfurt in der Stadt.

Ludwig Erk zegt in de voetnoot dat tekst en melodie al gepubliceerd zijn in 1840 met als thema: Gottesgericht. Ein Frankfurter Sage.
Het eerste couplet is hiervan:
Zu Frankfurt da steht ein Wirtshaus
Da zapfen sie Bier und Wein
Drin gehn die Junggesellen
Tagtäglich aus und ein.

In de Deutscher Liederhort volgt nu een variant: Die unschuldig gehangene und gerettete Dienstmagd.
Ik geef hier alleen de melodie van en de tekst van het eerste couplet.
De overige 9 strofen lijken veel op die van die Weismutter.

Luisterbestand: Die unschuldig gehangene und gerettete Dienstmagd.

 

 

 

 

 

Als conclusie zou je kunnen zeggen dat het lied vanuit Duitsland in Nederland bekend is geworden. Hoe weet ik niet, er is mij geen los liedblad bekend van dit lied en dan kun je niets anders concluderen dat het lied middels mondelijke overlevering in Nederland terecht is gekomen.
Je kunt ook wel concluderen dat in de titel van het Nederlands lied het woord Frankrijk is binnengeslopen waar het echt wel Frankfurt moet zijn omdat er sprake is van Ein Frankfurter Sage.

Volksmuziekgroep Wannes Raps noteerde het lied op hun elpee Brabantse Folk, opgenomen in 1978, dus in dat jaar zal de elpee ook wel zijn uitgekomen. U kuint de uitvoering hier beluisteren.
01 Onder de Frankrijkse poorte.
Ik heb sterk de indruk dat zij gebruik maakten van een veldopname uit Ossendrecht die ik overigens vond in de Liederenbank.
Het is een opname van Ate Doornbosch uit 1968.

Ga naar boven