Aan de oever van een snelle vliet

Van veel liederen die je uit de volksmond kunt optekenen, is niet bekend wie de tekstdichter en/of componist is. Bovenvermeld lied vormt, zeker wat betreft de tekst, een uitzondering hierop. Het is een zeer populair lied geweest, ik kon het een aantal keer optekenen, kwam het veel tegen in liedjesschriften en op losse liedblaadjes. Typ je de titel in, in de Liederenbank dan krijg je 88 verwijzingen! Dit zegt genoeg over de bekendheid van het lied, het is een klassieker onder de Nederlandstalige volksliederen.

Waar komt het lied vandaan?
Het lied is ontstaan in Duitsland en de oorspronkelijke titel is Der gute Reiche. De tekst van dit lied is voor de eerste maal gedrukt in Unterhaltungen für Kinder und Kinderfreunde, uitgegeven door Christ. Gotth. Salzmann te Leipzig in het jaar 1781 en werd geschreven door Kasper Friedrich Lossius, geboren in 1753 in Erfurt en aldaar overleden in 1817. Lossius was dichter van beroep.
Volgen nu melodie en tekst van de Duitse variant.

Luisterbestand: Der gute Reiche.

1.
An Einem Fluss, der rauschend schoss,
Ein armes Mädchen sass,
Aus ihrer blauen Auglein floss
Manch Tränchen in das Gras.

2.
Sie wand aus Blümchen einen Strauss
Und warf ihn in den Strom,
Ach, guter Vater, rief sie aus,
Ach, lieber Bruder, komm!

3.
Ein reicher Herr gegangen kam
Und sah des Mädchens Schmerz,
Sah ihre Tränen, ihren Gram
Und dies brach ihm das Herz.

4.
Was fehlet, liebes Mädchen, dir?
Was weinest du so früh?
Sag deiner Tränen Ursach mir
Kann ich, so helf´ ich Sie.

5.
Ach, lieber Herr, sprach sie und sah
Mit trüben Aug´ ihn an,
Sie sehn ein armes Mädchen da
Dem Gott nur helften kann

6.
Denn sehn Sie, jene Rasenbank
Ist meiner Mutter Grab,
Und ach, vor wenig Tagen sank
Mein Vater hier hinab

7.
Der wilde Strom riss ihn dahin
Mein Bruder sah’s und sprang,
Ihm nach, da fasst’ der Strom auch ihn
Und ach, auch er ertrank.

8.
Nun ich im Waisenhause bin,
Und wenn ich Rastagg hab’,
Schlüpf ich zu diesem Flusse hin
Und weine mich recht ab.

9.
Sollst nicht mer weinen, liebes Kind,
Ich will dein Vater sein,
Du hast ein Herz, das es verdient
Dus bist so fromm und fein.

10.
Er tat’s und nahm sie in sein Haus,
Der gute reiche Mann,
Zog ihr die Trauerkleider aus
Und zog ihr schönre an.

11.
Sie aß an seinem Tisch und trank
Aus seinem Becher satt,
Du guter Reicher, habe Dank
Für deiner edle Tat.

De herkomst van de melodie is onzeker, volgens Van Duyse5 : deze zangwijs schijnt een uitbreiding van een melodie vóór 1840 als ‘Brandenburgische und Schlesische auch Thüringsche Volksweise’ bekend.
In Duitsland is het vervolgens bekend geworden door opname van de melodie in Die schöne Müllerin uit 1791 met als titel Mich fliehen alle Freunden.

Er wordt echter over de herkomst van de melodie ook anders gedacht.
Het volgende is louter een veronderstelling: de melodie komt waarschijnlijk uit Italië en wel uit de opera/operette La Molinara uit 1788,van G. Paesiello. Het lied dat model gestaan heeft voor de melodie van Het weesmeisje heet Nel cor non piu mi sento, (Ik voel me in mijn hart niet meer).

Luisterbestand: Nel cor non piu mi sento.

Er is wel heel veel fantasie voor nodig om in bovenstaande Italiaanse zangwijs, de melodie te herkennen van Aan d’oever van een snelle vliet! Ik denk dat de theorie over de herkomst van de melodie uit de lucht gegrepen is, op geen enkel bewijs steunt en een aardig grapje is geweest van de eerste die dit bedacht heeft. Het gekke is wel dat veel auteurs van liedboeken deze theorie moeiteloos nakauwen, ik eigenlijk dus ook!

Hoe kwam het lied in Nederland?

Het lied is opgenomen in het Mildheimer Liederbuch uit 1799 en is daardoor verspreid geraakt over Duitsland. Degene die het lied in het Nederlands vertaald heeft, heeft de tekst waarschijnlijk uit dit Liederbuch gehaald. Wie deze vertaler geweest is, is niet bekend.
Het lied is via ons land waarschijnlijk in Vlaanderen terecht gekomen. Op een los liedblaadje uit Antwerpen, gedrukt (tussen 1825 en 1854) door J. Thijs (1786-1854) komt het lied namelijk voor onder de titel Het Hollandsch meisje.

De populariteit van het lied.

Het lied is zo algemeen bekend geworden omdat het voorkwam in schoolbundeltjes en met name in Het Vaderlandsche Liederboek. Dit is een populair liedjesboek geweest van rond 1880 en heeft vele drukken gekend. Dat vooral de melodie zo geliefd was, blijkt uit het feit dat veel liedteksten zijn gemaakt op de wijze: Aan d´oever…..

Nu de Nederlandse tekst uit Het Brabandsch nagtegaeltjen4 en het is niet moeilijk te constateren dat deze tekst een vertaling is van de Duitse coupletten zoals hierboven gepubliceerd.

1.
Aen d’oever van een snelle vliet
een treurig meysje zat
zy weent, zy schreyde van verdriet
op ’t gras van traenen nat. (2x)

2.
Zy werpt de bloemkens die zy zag
gestadig in den stroom
zy riep: ‘ach lieve vader, ach!
ach, lieve broeder, koom!’ (2x)

3.
Een rykman wandlend langs de vliet
bespeurt haer bitter smert,
daer hy het meysken treurig ziet,
breekt zyn meedoogend hert. (2x)

4.
Hy sprak tot haer: ‘ach lieve meyd,
spreekt, en weest niet meer stuer,
zegt my waerom gy weent of schreyt,
zoo ik kan, help ik u.’ (2x)

5.
Zy schreyt en ziet hem troost´loos aen,
en sprak: ach lieve man,
een arme wees gy hier ziet staen,
die God wel helpen kan. (2x)

6.
Ziet gy dat groene bergjen niet?
Daer is myn moeders graf;
En aen den oever van die vliet?
Daer viel myn vader af. (2x)

7.
Den fellen stroom verwon hem daer.
hy worsteld´, maar hy zonk;
myn broeder sprong hem agternaer,
eylaes, maer hy verdronk. (2x)

8.
Nu vlugt ik ras het wees-huys uyt,
zoo dat het waerheyd is.´
en zoo sprak zy haer klagten uyt
met ´t hert vol deerenis. (2x)

9.
En wilt niet klagen, liefste kind,
uw hert verdient geen pyn;
ik wil uw broeder en uw vriend
en ook uw vader zyn.´ (2x)

10.
Hy nam haar minzaem by de hand
en sprak, ´myn lieve bruyd; ´
en deed daer aen den waterkant
haar weeze kleed´ren uyt. (2x)

11.
Zy eet en drinkt van spys en drank
daer haer jong hert na tragt.
O goed ryk man, gy hebt veel dank
Van zoo een braef gedagt. (2x)

Ik geef nu eerst de melodie zoals ik die heb kunnen noteren middels mijn veldwerk.

Luisterbestand: Aan de oever van een snelle vliet.

De tekst kom je vaak tegen in liedjesschriften en op losse liedblaadjes, zoals het volgende voorbeeld.
Echter: couplet acht is in mijn optekening:

8.
Nu vlucht ik ras het weeshuis uit
Waar niets dan jammer is
En zo sprak zij haar klachten uit
Met ’t hart vol droefenis.

En ik tekende nog een twaalfde couplet op, ongetwijfeld door een onbekende tekstdichter (een geestelijke?) er aan toegevoegd.

12.
En zij was trouw, zij was het waard
Zij was hem steeds tot vreugd
Zo zegent God reeds hier op aard
De liefde tot de deugd.

 

Ik vond het lied op twee liedbladen in de Liederenbank; met dezelfde aanhef maar met andere slotregels:

Nu de slotregels op het los liedblad:
1.
Was de steun voor een ieder mens gelijk gesteld
Dan had ik niet bij u aangebeld.

2.
Hebt gij kleding, hebt gij schoeisel
Waar gij lang mee hebt gedaan
En die voor u geen waarde hebben
Neem dit lied als koopsom aan.

Tot slot.
Er zijn nog meer melodieën en teksten bekend van Aan de oever van een snelle vliet.
Mocht u hierin geïnteresseerd zijn , bezoek dan eens de Liederenbank en u wordt op uw wenken bediend!

Literatuurlijst:

1.
Chants populaires recueillis à Bruges, Lootens en Feys, Brugge, 1879.
2.
De Nederlandsche straatzanger, F. Kossmann, Amsterdam, 1941
3.
Gezelschapsliederen, J. Kwast, Amsterdam z.j.
4.
Het Brabandsch nagtegaeltjen, Antwerpen z.j. bij J. Thijs (1786-1854)
5.
Het oude Nederlandsche lied, Van Duyse, Den Haag/Antwerpen, 1903, deel I.
6.
Het Straatlied, Wouters/Moormann, Amsterdam, 1933.
7.
Het volkslied in West-Vlaanderen, Roger Hessel, Brugge, 1980.
8.
Huilen op de kermis, Tj. de Haan, Utrecht/Antwerpen, 1979.
9.
Kom zingen wij een lied, deel 1, door Ben Hartman. In eigen beheer uitgegeven in 1987.
10.
Liedjes van en voor Neêrlands volk, M.A. Brandts Buys, Leiden, 1847
11.
Nieuwe verzameling van gezelschapsliederen, uitg. G. Theod. Bom, Amsterdam, z.j. (met als wijze: ´Het lieve schoftuur staat te regt´)
12.
Oude en Nieuwe liedjes, Snellaert, Gent, 1864.
13.
Oude Vlaamse liederen, J.F. Willems, Gent, 1848.
14.
Repertorium van volksliederen op vliegende bladen, door H. Stalpaert, in 1961 in Volkskunde gepubliceerd.
15.
Van Avontuur en minne, D. Wouters, Utrecht, 1943.
16.
Wieringer land en leven in de taal, J. Daan, proefschrift uit 1950, pagina 323 e.v.

Ga naar boven