Ik ben van der Steen

Dit is/was een klassieker onder de Brabantse feestliederen, behalve een lied is het ook een voordracht, ook wel onder de naam Driebeen. De bedoeling is dat degene die het lied voordraagt een broek aanheeft met drie pijpen. In de middelste pijp steek je een bezemsteel met een schoen eraan, dit been moet er zo natuurlijk mogelijk uitzien. Bij het zingen van het refrein beweeg je je eigen benen en met een hand wordt het kunstbeen bewogen. Het moet er echt uitzien of je drie benen hebt.

Van Gerard Bijvoet uit Den Dungen kreeg ik een heel duidelijke en begrijpelijke tekst over Van der Steen. Het zevende couplet leerden we van Corrie Poirters uit Boxtel. Haar versie lijkt veel op een optekening die gepubliceerd is in: Liederen en dansen uit de Kempen, Harrie Franken, 1978.
Ook kwam ik het lied tegen in het vijfde deel van de Kroniek van de Kempen, 1985. Hier is de tekst wel sterk afwijkend van de onderstaande 8 coupletten.

 

 

 

 

 

 

 

 

Lino: Rolf Janssen.

 

Luisterbestand: Ik ben van der Steen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Geacht publiek, gij ziet me hier
Mijn naam is Van der Steen
Ik ben, ik zeg het maar meteen
Geboren met drie been
En waar ik ga of waar ik sta
Zingt voortaan groot en klein
Hoera, daar heb je een wondermens
En ik zing dus mijn refrein:

Refrein:
Ik ben Van der Steen
Videldie, videlda met m’n derde been
En waar ik ga of waar ik sta
Een ieder kijkt mij achterna
Ik ben Van der Steen
Videldie, videlda met m’n derde been.

2.
Zo’n derde been geacht publiek
Ik dikwijls heus geen pret
Ik pieker vaak mijn hersens ziek
Bij ’t stappen uit m’n bed
Want het gevaar dat ik m’n dag begin
Met m’n verkeerde been
Is heus geen denkbeeld zonder zin
Toch zing ik maar meteen:

Refrein.

3.
Het leven vaak van menig mens
Brengt z’n problemen mee
En alles gaat niet steeds naar wens
Dat merk je zo meteen
Mijn moeder ondervond dat ook
Zij wist met geen fatsoen
Hoe ze vanwege m’n derde been
Mij een luier om moest doen.

Refrein.

4.
‘k Bevond me in het dierenpark
En stond voor de apenkooi
Het was er druk als op de markt
Maar ik vond het heus niet mooi
Want al de apen staarden me aan
En het schoot hen door het brein
En dit is geen gewone man
En ik zong toen m’n refrein:

Refrein.

5.
Ik liep eens midden in de stad
En brak m’n linker been
Een man riep: hé die gek is zat
Maar zag het toen meteen
Hij haalde fluks de EHBO
Doch goede raad was duur
Met wist geen raad met m’n derde been
En ik zong toen maar heel zuur:

Refrein.

6.
Bij een Noordpoolexpeditie
Was ik van de partij
Ik ging met veel ambitie
Maar kon niet tegen het getij
Daar heb ik veel geleden
Van de geweldige strenge vorst
Vijftien bevroren tenen
Ik ben er gelukkig van verlost.

Refrein.

7.
In het stadion op de wielerbaan
Zat ik op de eerste rang
Want ja, de sport die trekt mij aan
Maar ik kwam spoedig in het gedrang
Men haalde fluks de EHBO
Maar goede raad was duur
Men wist geen raad met mijn derde been
En ik zong toen heel zuur.

Refein.

8.
U kent me nu, geacht publiek
’t Was niet in grote eer
Maar al lachte gij oew eigen ziek
Zing ik geen liedje meer
Ontmoet u mij eens op de straat
Wees dan niet kies en fijn
En lach niet als een onverlaat
Maar zing dan m’n refrein:

Refrein.

Rolf Janssen tekende een variant op bij mevrouw R. Kops-Hendriks, ooit zijn schoonmoeder, in Oss!
Dat het lied zich afspeelt in Oss lijkt me duidelijk. Van der Steen gaat immers naar een voetbalwedstrijd kijken van TOP, inmiddels FC Oss geheten. Omdat TOP Oss is opgericht in april 1928 weet u dat we hier met een lied te maken hebben dat niet ouder dan 82 jaar kan zijn.

Luisterbestand: Ik ben van der Steen1

 

 

 

 

 

 

 
1.
Geacht publiek, ge ziet mij hier
Mijn naam is Van der Steen
Ik ben maar een stuk ongeluk
Geboren met drie been
En waar ik ga en waar ik sta
Daar roept van groot tot klein
Hoera, daar heb je het wondermens
En ik zing mijn refrein:

Refrein.
Ik ben Van der Steen, fiedelri, fiedelra, la, la
Met mijn derde been, fiedelri, fiedelra, la, la,
En waar ik ga en waar ik sta
Mijn derde been komt altijd na.

2.
Ik ging laatst naar het Bondsgebouw
Er was daar een revue
Maar o, wee, toen ik daar binnen kwam
Toen riepen de mensen: wat nu
Is dat nu toch geen raar geval
Of is het flauwekul
Maar mensen, ik schaamde me haast dood
Want ik was alweer de lul.

Refrein.

3.
Laatst ging ik naar een voetbalmatch
Op het TOP- terrein
Maar het was daar als overal
Ze kijken allemaal naar mij
Ik heb daar toen wat meegemaakt
Er kwam een meisje naast mij staan
Die vroeg: meneer vertel mij eens
Hoe hebben ze dat gedaan?

Refrein.

4.
Uw handgeklap, geacht publiek
Was mij een grote eer
………………………………….
Maar ik zing nooit geen liedje meer
En waar ik ga of waar ik sta
Ik houd m’ n eigen dom
Ik zing dan ook geen liedje meer
Omdat ik het verdom.

Ga naar boven