De drie nonnen

Dit lied wordt door drie ‘nonnen’ gezongen en voorgedragen. Dit zijn uiteraard geen religieuzen maar drie vrouwen die deelgenoot zijn van een feest en zich als grap als non verkleden. We noemen ze voor het gemak maar non A, non B en non C. De melodie die de drie nonnen zingen staat bij de volgende variant genoteerd.

Non A:
Drie zusterkens zijn wij en alle drie in ’t klooster
Eens was ons leven vrij, nu gaat het volgens rooster.

Non B:
De pij bevalt ons best, het kapje staat ons netjes
De kloosterplicht houdt ons heel ver van aardse pretjes.

Non C:
Het kruisje op onze borst is veranderd in een hartje
Want kruisjes zijn zo duur en dit kost maar een kwartje.

Refrein.
Ver zijn wij gevlogen van dans en muziek
Dat aardse gebeuzel dat maakt ons maar ziek
Die wereldse mannen, zij maakten ons dol
Maar nou brengt er geen eentje ons hoofd nog op hol.

Non A:
Ik draag als kloosternaam: Margreta Kosmaarzoenen
Ik loop hier in dit huis de meubeltjes te boenen
Ik sjouw de hele dag met bezem, dweil en water
Nooit zie ik meer een man, dan af en toe een pater.

Non B:
Carlientje was mijn naam, nu heet ik Kusmaardora
Ik zorg hier voor de tuin en al de schone flora
Nog denk ik vaak vol spijt aan al de schone bloemen
Die ik ooit geschonken kreeg van ……., ik zal geen namen noemen.

Non C:
Ik Zuurpruimzonderlach, eens heette ik Marijtje
Ik denk nog vaak met smaak aan een stevig vrijerijtje
Dat nachtelijk gefuif, heus ’t kon me niet berouwen
Had ik maar wat gewacht, ‘k had zeker kunnen trouwen.

Refrein.

Non A:
Onze jeugd was een roman van dolle dwaze streken
Die tijd is nu voorbij, de kansen zijn verkeken
Nu doe ik goed mijn best de hemel te verdienen
Met bezem, spons en zeem, met Vim en Lodaline.

 

 

 

 

 

 

 

 

Lino: Rolf Janssen.

Non B:
Nu zingen wij in koor en prevelen weesgegroetjes
Omdat ’t niet anders kan met uitgestreken snoetjes
Wij hebben met ons haar de streken ook verloren
Al zie ik een knappe man, hij kan me niet bekoren.

Non C:
Vaarwel o, dierbre jeugd, ik zou wel kunnen wenen
Ik krijg als ‘k aan jou denk de kriebels in m’n tenen
Ach liet toch de portier de poort een keertje open
Ik nam beslist de kans er stiekum uit te lopen.

Refrein.

Non A, B en C:
De kloosterbel die luidt, kom zusters nu naar binnen
De regel is voor ons, à la minute beginnen.

Refrein.

Non A, B en C:
Wij scharen ons en queu bij al de andere zusjes
Vol weemoed denken wij aan lang vergeten kusjes.

Refrein.

Non A, B en C:
Wij danken u oprecht voor al ’t applaudisseren
En daarom willen wij nog even wederkeren
U hebt het wel gezien, wij zijn geen echte nonnen
Maar hebben voor de leut, deez’ flauwekul verzonnen.

Tot zover deze tekst die is geschreven op een liedblaadje van onbekende herkomst.

Corrie Poirters uit Boxtel kende deze samenspraak ook en zong dit lied voor mij op 9 maart 1982. Haar tekst is duidelijk een afgeleide van bovenstaande samenspraak tussen drie nonnen. Ik zal toch de hele tekst laten volgen. Het is duidelijk dat er flink gespeeld wordt met de tekst, naar hartenlust wordt er aan gesleuteld en vooral de namen van de ‘nonnen’ zijn onderhevig aan flinke veranderingen die ontstaan door de fantasie van de ‘religieuze’ zangeressen. De melodie van het couplet en het refrein is dezelfde.

Luisterbestand: De drie nonnen.

 

 

 

 

 

 

Drie nonnen samen:
Drie nonnen zijn wij, alle drie in ’t klooster
Eens was ons leven vrij, nu gaat het volgens rooster
De pij bevalt ons goed, het kapje staat heel netjes
De kloosterlucht gaat ons ver boven aardse pretjes.

Refrein.
Ver zijn wij gevlogen van dans en muziek
Dat aardse getreuzel, dat maakt me heus ziek
En al die mannen, ze maken je dol
Nu brengt er geen eentje ons hoofd nog op hol.

Non 1:
Corrie was mijn naam, nu het ik Kusmedora
Ik werk steeds in de tuin en verzorg de schone flora
Ik denk wel eens: o, foei, aan al die schone bloemen
Die ik in die tijd ontving, maar ik zal geen namen noemen.

Refrein.

Non 2:
Joke was mijn naam, nu heet ik Schargelata
Ik boen de refter met Persil, Vim of Ata
Ik open steeds de deur, ik zal het nooit verleren
En schenk nu enkel thee voor geestelijke heren.

Refrein.

Non 3:
Aventa was mijn naam voorheen, nu heet ik Dikke Drika
Zingen was mijn fort en ik danste zonder weerga
Dat nachtelijk gefuif dat zal me nooit berouwen
Als het nog lang geduurd had, had ik wel kunnen trouwen.

Refrein.

Non 1:
Vroeger moest ik altijd de vensters sluiten
Zo glipte ik, voor ze het wisten even naar buiten
Ons vader en ons moeder hebben het nooit geweten
Maar veel tijd heb ik met de jongens op de huishoek versleten.

Non 2:
Toen ik op de akker moest gaan werken
Liet ik nooit iets van die gekheid merken
En op de akker stond ik steeds te loeren
En stiekum te sjoeren tegen alle boeren.

Non 3:
Op de leste kermis te Nederwetten
Heb ik me lelijk in de zon laten zetten
Een jongen liet me uit de danstent halen
En toen ik er weer in wilde moest ik opnieuw betalen.

Non 1:
Volgens de schriften van de heilige regels
Zijn wij verheven boven aardse vlegels
Maar moeder overste moest het eens weten
Dat ik al die grapjassen niet kan vergeten.

Non 2:
Voordat ik ga scheiden vertel ik nog een klein ding
Ik vond een plaats achter in de refteling
’n Knappe had ik afgesproken, ’n hele rijke
Ik was juist op tijd toen hij vroeg of ik naar de mangels ging kijken.

De tekst van non 3 ontbreekt.

Samen:
Ons leven is nu ver verheven
Boven al dat aardse leven
En nooit gaan er geen nylons meer ter ziele
Want we hebben eigen gebreide kousen aan onze hielen.

Ga naar boven