‘t Menneke

De tekst van dit lied ‘t Menneke kreeg ik jaren geleden van wijlen Wout Hellings uit Schijndel. Hij heeft het nooit voor mij gezongen.

1.
Er was laatst eens een aardig menneke
En die had er een petje op
Dat petje was het zijne, maar de klepkes waren de mijne
En die klepkes tegen mekandere
Zo beklepte den ene den andere
Hogeland, fiegoland
Zo klept maar toe, faldera
Hogeland, fiegoland
Zo klept maar door.

2.
Er was laatst eens een aardig menneke
En die had er een jasje aan
Het jasje was het zijne, mar de kneupkes waren de mijne
Die kneupkes tegen mekandere
Zo bekneupte den ene den andere
Hogeland, fiegoland
Zo kneupt mar toe, faldera
Hogeland, fiegoland
Zo kneupt maar door.

3.
Er was laatst een aardig menneke
En die had er een vestje aan
Het vestje was het zijne, maar de zakjes waren de mijne
En die zakjes tegen mekandere
Zo bezakte den ene den andere
Hogeland, fiegoland
Zo zakt mar toe, faldera
Hogeland, fiegoland
Zo zakt maar door.

4.
Er was laatst een aardig menneke
En die had er een bruukske aan
Het bruukske was het zijne, mar de pijpkes waren de mijne
En de pijpkes tegen mekandere
Zo bepijpte den ene den andere
Hogeland, fiegoland
Zo pijpt mar toe, faldera
Hogeland, fiegoland
Zo pijpt maar door.

5.
Er was laatst een aardig menneke
En die had een paar klumpkes aan
De klumpkes waren de zijne, mar de …..? waren de mijne
Die …….? tegen mekandere
Zo be….? den ene den andere
Hogeland, fiegoland
Zo tut maar toe, faldera
Hogeland, fiegoland
Zo tut maar door.

Ga naar boven