Jan Koopman

Dit stapelliedje Jan Koopman werd voor me gezongen door mevrouw Schelle-Habraken met steun van haar twee dochters. Zij zong dit lied toen zij in Moergestel in het bejaardenhuis woonde. Er zijn veel varianten van dit instrumentenlied; de bekendste is beroemd geworden door een vertolking van Wim Sonneveld: En ik ben met mijn Catootje naar de botermarkt gegaan.

 

 

 

 

 

 

 

Lino: Rolf Janssen.

 

Luisterbestand: Jan Koopman.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Jan Koopman die woont in de lange, lange straat
In de lange, lange straat
Hij kan maken en wat hij maar ziet (2x)
En hij maakte voor mij een fluitje
En ’n fluitje maakte hij mij
Fluitje flier, fluitje flier, zo ging dat fluitje
Tierelierelier, tierelierelier, zo ging dat fluitje flier.

2.
Jan Koopman die woont in de lange, lange straat
In de lange, lange straat
Hij kan maken en wat hij maar ziet
En hij maakte voor mij een trommeltje
’n trommeltje maakte hij mij
Ronbombom, rombombom, zo ging dat trommeltje
Fluitje flier, fluitje flier, zo ging dat fluitje
Tierelierelier, tierelierelier, zo ging dat fluitje flier.

3.
Jan Koopman die woont in de lange, lange straat
In de lange, lange straat
Hij kan maken en wat hij maar ziet
En hij maakte voor mij een belletje
En ’n belletje maakt’ hij mij
Tingeling, tingeling, zo ging dat belletje
Rombombom, rombombom, zo ging dat trommeltje
Fluitje flier, fluitje flier, zo ging dat fluitje
Tierelierelier, tierelierelier, zo ging dat fluitje flier.

4.
Jan Koopman die woont in de lange, lange straat
In de lange, lange straat
Hij kan maken en wat hij maar ziet
En hij maakte voor mij een schuiftrompet
En ’n schuiftrompet maakt’ hij mij
Retteketet, retteketet, zo ging die schuiftrompet
Tingeling, tingeling, zo ging dat belletje
Rombombom, rombombom, zo ging dat trommeltje
Fluitje flier, fluitje flier, zo ging dat fluitje
Tierelierelier, tierelierelier, zo ging dat fluitje flier.

Ga naar boven