En de boom stond in de aarde

Inhoud:

En de boom stond in de aarde.
De jagersboom.
Liedinterpretatie.

En de boom stond in de aarde.

Dit lied heb ik meerdere keren kunnen optekenen. Toch ben ik, voor wat betreft melodie en tekst, uitgegaan van een optekening uit West-Friesland: Liederen en dansen uit West-Friesland. De melodie heb ik we wat veranderd en de tekst gereconstrueerd naar aanleiding van literatuurvermeldingen in Het Oude Nederlandse Lied, deel II, en Kinderspel en Kinderlust, deel 2. Het lied moet zeer populair geweest zijn. Van Duyse geeft in Het Oude Nederlandse Lied maar liefst 8 varianten in zowel tekst als melodie.

 

 

 

 

 

 

 

Lino: Rolf Janssen.

 

Luisterbestand: En de boom stond in de aarde.

 

 

 

 

 

 

1.
En de boom stond in de aarde en hij bloeid’ zo schoon
En aan die boom daar kwam een tak
O, o, zo’n mooie tak
En de tak van de boom
En de boom stond in de aarde en hij bloeid’ zo schoon.

2.
En aan die tak daar kwam een blad
O, o, zo’ n mooi blad
En het blad aan de tak
En de tak van de boom
En de boom stond in de aarde en hij bloeid’ zo schoon.

3.
En op dat blad daar kwam een nest
O, o, zo’ n mooi nest
En het nest op het blad
En het blad aan de tak
En de tak van de boom
En de boom stond in de aarde en hij bloeid’ zo schoon.

4.
En in dat nest daar kwam een ei
O, o, zo’ n mooi ei
En het ei in het nest
En het nest op het blad
En het blad aan de tak
En de tak van de boom
En de boom stond in de aarde en hij bloeid’ zo schoon.

5.
En uit dat nest daar kwam een jong
O, o, zo’ n mooi jong
En het jong uit het ei
En het ei in het nest
En het nest op het blad
En het blad aan de tak
En de tak van de boom
En de boom stond in de aarde en hij bloeid’ zo schoon.

6.
En op dat jong daar kwam een veer
O, o, zo’ n mooie veer
En de veer van het jong
En het jong uit het ei
En het ei in het nest
En het nest op het blad
En het blad aan de tak
En de tak van de boom
En de boom stond in de aarde en hij bloeid’ zo schoon.

7.
En van die veer daar kwam een bed
O, o, zo’ n mooi bed
En een bed van die veer
En de veer van het jong
En het jong uit het ei
En het ei in het nest
En het nest op het blad
En het blad aan de tak
En de tak van de boom
En de boom stond in de aarde en hij bloeid’ zo schoon.

8.
En op dat bed daar kwam een paar
O, o, zo’ n mooi paar
En het paar op het bed,
En een bed van die veer
En de veer van het jong
En het jong uit het ei
En het ei in het nest
En het nest op het blad
En het blad aan de tak
En de tak van de boom
En de boom stond in de aarde en hij bloeid’ zo schoon.

9.
En van dat paar daar kwam een kind
O, o, zo’n mooi kind
En het kind van dat paar
En het paar op het bed
En een bed van die veer
En de veer van het jong
En het jong uit het ei
En het ei in het nest
En het nest op het blad
En het blad aan de tak
En de tak van de boom
En de boom stond in de aarde en hij bloeid’ zo schoon.

Naar boven

Ik heb het lied nog opgetekend in 1982 in Berlicum. Het zou om een kringliedje gaan met als titel: De jagersboom.

De jagersboom.

1.
Achter ons huis daar staat een jagersboom
Zo’n schone boom, zo’n liefelijke boom
De boom stond in de aarde
En hij groeit zo schoon
Zo’n liefelijke boom.

2.
En aan die boom daar stond een jagerstak
Zo’n schone tak, zo’n liefelijke tak
De tak stond aan de boom
De boom stond in de aarde
En hij groeit zo schoon
Zo’n liefelijke boom.

3.
En aan die tak daar stond een jagersblad
Zo’n schone blad, zo’n liefelijke blad
Het blad stond aan de tak
De tak stond aan de boom
De boom stond in de aarde
En hij groeit zo schoon
Zo’n liefelijke boom.

4.
En op dat blad daar zat een jagersnest
Zo’n schone nest, zo’n liefelijke nest
Het nest stond op het blad
Het blad stond aan de tak
De tak stond aan de boom
De boom stond in de aarde
En hij groeit zo schoon
Zo’n liefelijke boom.

5.
En in dat nest daar lag een jagersei
Zo’n schone ei, zo’n liefelijke ei
Het ei lag in het nest
Het nest stond op het blad
Het blad stond aan de tak
De tak stond aan de boom
De boom stond in de aarde
En hij groeit zo schoon
Zo’n liefelijke boom.

6.
En in dat ei daar zat een jagerskwab
Zo’n schone kwab, zo’n liefelijke kwab
De kwab zat in het ei
Het ei lag in het nest
Het nest stond op het blad
Het blad stond aan de tak
De tak stond aan de boom
De boom stond in de aarde
En hij groeit zo schoon
Zo’n liefelijke boom.

7.
En aan die kwab daar zat een jagersveer
Zo’n schone veer, zo’n liefelijke veer
De veer zat op de kwab
De kwab zat in het ei
Het ei lag in het nest
Het nest stond op het blad
Het blad stond aan de tak
De tak stond aan de boom
De boom stond in de aarde
En hij groeit zo schoon
Zo’n liefelijke boom.

8.
En op die veer daar zat een jagersvlooi
Zo’n schone vlooi, zo’n liefelijke vlooi
De vlooi zat op de veer
De veer zat op de kwab
De kwab zat in het ei
Het ei lag in het nest
Het nest stond op het blad
Het blad stond aan de tak
De tak stond aan de boom
De boom stond in de aarde
En hij groeit zo schoon
Zo’n liefelijke boom.

Naar boven

Liedinterpretatie.

Er is in het verleden zeer veel besproken over dit lied. Er worden allerlei moeilijke, ingewikkelde verklaringen gegeven over de inhoud van dit simpele stapelliedje. Ik zal een voorbeeld geven van zo’n citaat: Ongetwijfeld werd aan de bomen, niet alleen in de oudheid en bij de Germanen, maar ook in de middeleeuwen een eredienst bewezen, zodat zij als heilig werden beschouwd.

Het lied van de boom werd zelfs in verband gebracht met de braambos van Mozes, een verwijzing naar het Bijbelboek Exodus volgt. Er wordt een verwijzing gemaakt naar de boom van Jesse, een variant heeft dan ook als titel: Boomken van Jesse, ook wel de boom van Jesse. Weer een andere variant heet: De goddelijke boom.

Ik heb stellig de indruk dat dit allemaal vergezochte onzin is. In sommige liedboeken wordt het lied van de boom een kinderliedje genoemd, het werd gezongen en gespeeld rond een boom. In weer een ander liedboek wordt gesproken over een Meilied en zou het lied ondergebracht kunnen worden bij de rei- en dansliedjes. Ik denk dat je hieruit gerust kunt concluderen dat het lied van de boom ‘gewoon’ spelenderwijs ontstaan is bij een groepje kinderen dat aan ’t spelen was onder een grote boom en om zich te vermaken dit lied gingen zingen. Het kind dat aan de beurt was bezong een onderdeel van de boom.

Ik zal voor de curiositeit eens de onderdelen van het stapellied opnoemen die ik aantrof in de varianten. Als u het volgende rijtje eens goed bekijkt kunt u zelf een lied samenstellen, een soort menukaart in een restaurant waar u zelf een keuze kunt maken uit een aantal voor-, hoofdgerechten en desserts.

De boom:
• staat ‘agter de meijers huyseken,’
• in mijnen hof,
• staat (stond) in de (zijne) aarde (d’eerde),
• stond in ’t aardrijk,
• komt uit de aarde,
• groeit in de aarde of in de zavel,

Stam:
• van die boom daar komt een stam,
• van die stam daar komt een tak.

Brank:
• Op de boom daar was een brank.

Tak:
• Op die boom daar staat (stond) een tak,
• Op de brank daar was een tak,
• Van die boom daar komt (kwam er) een tak
• Van die stam daar komt een tak
• Aan deze boom daar komt er een tak
• Aan die boom daar kwam een tak.

Wat staat er op de tak:
• Op die tak daar staat een rijs,
• Op die tak daar was (staat er) een nest
• Op die tak daar stond een blad,
• Van die tak daar komt (kwam er) een blad,
• Aan deze (die) tak daar komt (kwam) er dan een blad.

Blad:
• Op dat rijs daar staat een blad
• Op dat blad daar staat een nest,
• Van het blad daar komt een knop,
• Van dat blad daar komt er dan een bloem,
• Van dit blad zo kwam er een bloem,
• Aan dat blad daar kwam een nest.

Nest:
• In dat nest daar lag (er) een ei,
• In dat nest daar kwam een ei,
• Van die nest, zo kwam er enen vogel.

Ei:
• En in dat ei daar zit het jong,
• Van dat ei daar kwam een duif,
• En in dat ei daar zat er een kind,
• En uit dat ei daar kwam een jong.

Een jong:
• Het jong kwam uit het ei,
• En het jong zit in het ei,
• En op dat jonk daar staat een pluim,
• En van dat jong daar kwam een veer.

Pluim:
• De schone pluim kwam op de hoed,
• Van die pluim zo kwam er een nest,
• En van die veer daar kwam een bed,
• Die pluim kwam van dat jong.

Knop: En van de knop daar komt een bloem.

Bloem: En aan (van) die bloem daar komt (kwam) er ene vrucht.

Vrucht: Van die vrucht zo kwam er enen pluim.

Ga naar boven