Antoon met de bok

Dit lied is een variant van het vorige stapelliedje Mijn broeder Franske. Antoon met de bok staat gepubliceerd in Twents Volksleven van G. Bartelink.

Bartelink zegt: De Duitse inslag van het Twentse lied is hier en daar duidelijk bespeurbaar: (werden, schöne, ziegenbok). Deze Duitse invloed komt ook duidelijk naar voren in de Brabantse variant. Volgens Erk- Böhme die het lied publiceerde in hun Deutscher Liederhort uit 1893, zou een deel van het lied al voorkomen in de 17de eeuw. De Duitse variant heet: Bruder Malcher als Reiter en het is niet verwonderlijk dat in Ootmarsum het lied bekend is als: Onze broeder Melchior.

Het is duidelijk dat Antoon met de bok weer een variant is van het bekende liedje Jan mijne man die zou eens ruiter worden. Ik zal dit (kinder)liedje elders op deze site publiceren.

Luisterbestand: Antoon met de bok.

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
En Antoon met de bok
Die wou eens ruiter worden
Toen had hij nog geen paard
Toen kon hij dat niet worden
Toen nam zijn moor (moeder) ’n ziegenbok (geitenbok)
Zette daar Antoon op
Ziegenbok, Antoon d’r op
Is dat dan gin schöne ruiterij (bis)

De sterke overeenkomst tussen deze Twentse variant en onze optekening is inmiddels wel duidelijk!
Nu het laatste couplet van de Twentse variant:

9.
En Antoon met de bok
Die wou eens ruiter worden
Toen had hij nog geen toom
Toen kon hij ’t ook niet worden
Zien moder nam nen boksenbaand (broekband)
Deu hem dee in de haand
Boksenbaand in de haand
Sokkerttoet’ n (suikerzak) onder ’n snoet’ n
Vösken (bosje) grös onder ’n nös
Vuurpuuster (lange holle pijp, waarmee het vuur werd aangeblazen) in de knuuste
Wostepin, de hakke in
Bonenstok onder ’n rok
Pispot op ’n kop
Boeskoolblad onder ’t gat
Ziegenbok, Antoon d’ r op
Is dat dan gin schöne rijerij? (bis).

Ga naar boven