Stapelliedjes

Stapelliedjes zijn en blijven favoriet bij veel zanglustigen. Ze zijn meestal simpel van tekst en melodie, gemakkelijk te zingen en goed te onthouden. Het leuke van een stapellied is natuurlijk dat elk volgend couplet langer is dan het vorige, met als gevolg dat vooral bij de laatste coupletten een flinke opsomming volgt.

In mijn dierenliedjesboek: ´Ik wou dat ik een dier was´ kunt u al wat stapelliedjes aantreffen.
• Ratten en muizen
• Toen ik jong was
• Toen ik getrouwd was zei de boer etc.
• ’t Hennedeurke
• Kriele, m’n henneke.

Maar er zijn natuurlijk veel meer stapelliedjes, zie de links hieronder:

1. Als ik ’s avonds naar huis ga.
2. De paardentram.
3. Drinklied.
4. Een mooi meisje dat vree laatst met mij.
5. En de boom stond in de aarde.
6. En ik had een vrouwtje aan mijn hand.
7. Jan Koopman.
8. Lieve Leentje.
9. ’t Menneke.
10. Mijn broeder Franske.
11. Antoon met de bok.
12. Laurentsie lief en Laurentsie fijn.
13. Tante Truuske parapluuke.
14. Wij zijn gebroeders.

Ga naar boven