Laatst gooide ik mijn hengel

Hier het visserslied ´Laatst gooide ik mijn hengel´, genoteerd in Schijndel.

Luisterbestand: Laatst gooide ik mijn hengel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Laatst gooide ik mijn hengel met aas in de vliet
Om visjes te vangen, maar ’t lukte me niet,
Ofschoon ik er nog visjes in ’t water kon ontdekken
Verkoos ik er niet een aan mijn haakje te trekken.

2.
Daar kwam opeens een mooi meisje aangetreën
En ze sprak lieve jongen, zitte gij hier alleen,
Kunt gij er die visjes wel aardig verlokken
Of heeft er niet een aan je haakje getrokken?

3.
Helaas was mijn antwoord, mijn korf is nog leeg
Ik weet niet waaraan het ligt, aan mijn dobber of mijn deeg,
Ik weet niet waaraan het gevolg is te wijten
Dat er geen baars aan mijn haakje wil bijten.

4.
En ik weet er nog een plekkie, zo sprak zij helaas
Daar ginds op diën heuvel in het lange gras,
Daar kun je die visjes wel aardig verlokken
En daar nog bij iets naar je verlangen?

5.
Ik volgde haar schoonheid, waarheen zij ook toog
En ze lichte voor het spatten haar rokjes omhoog,
En draaide haar knietjes een weinig naar buiten
Godsamme wat had die meid een paar kuiten.

6.
En ’t zakkie waarin ik bewaarde mijn deeg
Dat zoog er zij in een ogenblik leeg,
Zij had zo geweldig aan mijn haakie gezogen
Dat ik groen, geel, paars werd voor mijn ogen.

7.
Het plekje waar ik er het nieuws heb gedaan
Dat bied ik een iedere liefhebber aan,
Het is in een buiksloot van alle moerassen
Je moet na ’t gebruik je hengeltje goed wassen.

Ga naar boven