Een visser ging vissen

De visser die met zijn ‘hengel’ uit vissen gaat, is ook een dankbaar onderwerp voor een ondeugend liedje. Het nu volgende eerste visserslied is een veldopname uit Oss en is te vinden in We hebben gezongen en niks gehad van Rolf Janssen.

Luisterbestand: Een visser ging vissen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Een visser ging vissen al achter het riet
Om bakvis te vangen, maar het lukte hem niet
Er was in het water geen vis te ontdekken
Die ook maar een keer aan zijn hengel wou trekken

Refrein
Holadiejee en holadiejo (2x)

2.
Toen kwam er een aardig meisje voorbij
Ze knikte een keer en lachte en zei
Ik weet een mooi plekje naar uwes verlangen
Waar je van die heerlijke bakvis kunt vangen

3.
Ze nam hem toen mee naar een bocht in de plas
Hier is het zei zij en viel languit in ’t gras
Ze deed toen haar knietjes een beetje naar buiten
Oh jongens, wat had me dat kind toch een kuiten

4.
Ze deed toen haar rokjes omhoog voor het spatten
En gaf hem een wenk, dat hij haar moest vatten
Hij maakte al spoedig gebruik van zijn hengel
Oh jongens, wat was me dat kind toch een engel

5.
Het zakje waarin hij bewaarde zijn deeg
Was toen in de tijd van een ommezien leeg
Er werd zo verwoed aan gerukt en gezogen
Dat hij weldra zag geel en groen voor zijn ogen

6.
Als u ook een keertje uit vissen wilt gaan
Raad ik u stellig dit plekje hier aan
Het is er zo vol poelen en plassen
Waar je na afloop je hengeltje kunt wassen

Ga naar boven