De hengelaar

Tenslotte nog een tekst van een vliegend blaadje uit de verzameling van mevrouw P. Heessels – van Maanen uit Schijndel. De melodie haalde ik uit Kroniek van de Kempen, 1994, Harrie Franken tekende het lied op in Waalre (N.B.).

 

 

 

 

Luisterbestand: De hengelaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
De sport is mijn leven
’t Zij op welk gebied
Maar hengelen boven alles
Alleen doe ik dat niet
Mina mijn aardig snoesje
Gaat altijd met mij mee
Zoo dobberend op ’t water
Voelen wij ons tevreê
Als wij aan het hengelen zijn
Dan zingen wij dit refrein:

Refrein
Mina neem de hengel in de hand,
Mina dat doe je zoo charmant,
Mina kijk naar je dobber
Kijk of die staat, of onder gaat.

2.
In een bootje saam gezeten
Zoo vroeg in de natuur
Eerst de diepte afgemeten
Dan aan het vissen met veel vuur
Ligt de dobber op ’t water
Hebben wij schik voor tien
Dan zitten wij te wachten
Op wat we nooit hebben gezien
En wordt mijn Mina moe
Dan roep ik haar weer toe:

Refrein.

3.
Na verloop van een paar uur
Zetten wij ons in ’t gras
Om wat te consumeren
Zie dan geniet je pas
Een zoentje wordt gegeven
Ik aan haar en zij aan mij
Dan ligt zij in mijn armen
Ieder vist op zijn getij
Maar ik zeg met plezier
Daarvoor komen wij niet hier:

Refrein.

4.
Wanneer de dag voorbij is
Breng ik haar dol van pret
Gezellig naar huis toe
En ik kruip in mijn bed
Ik heb de aangenaamste dromen
Dat ik beet heb slag op slag
Ik vang paling, bliek en voorn
Zoals men nimmer zag
Mijn dobber gaat op en neer
Tot Mina roep ik weer:

Refrein.

Ga naar boven