Schoorsteenveger

Er zijn nogal wat erotische liederen in omloop en bij het liedveldwerk heb ik er regelmatig kunnen optekenen. Ik laat een paar voorbeelden volgen. De meesten zijn eigen opnames of komen van vliegende blaadjes die in mijn bezit zijn gekomen. De muzieknotatie is van Johan Schoenmakers en Rolf Janssen.

Inhoud

Schoorsteenvegen is mijn vak.
Schoorsteenveger ben ik van mijn vak.
Pietjeroet of de schoorsteenveger.

Schoorsteenvegen is mijn vak.

Luisterbestand: De schoorsteenveger.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Schoorsteenvegen is mijn vak
Ik zit de hele dag op het dak
Al is de schoorsteen nog zo nauw
Ik klim erin en ik veeg hem gauw.

Refrein.
Hup zei m’n simmeke daar gaat ie weer
Door de schoorsteen op en neer (2x).

2.
Zo kwam ik laatst bij Brigitte aan
Ik zag haar in d’r bikini staan,
Ik zei goeie middag, juffrouw Bardot
Is er nog iets wè’k vegen mot.

Refrein.

3.
Ze zei, och ja, kom binnen man
En trek je schoorsteenpakje aan,
Toen zag ik tot mijn grote spijt
Ik was m’n pak en munne bezem kwijt.

Refrein.

4.
En als ik eenmaal dood zal gaan
Dan komt er op mijn graf te staan,
Al was ie nog zo zwart als roet
Hij veegde iedere schoorsteen goed.

Refrein.

Deze veldopname uit Tilburg kunnen we aanvullen met een tekst uit een liedjesschrift uit Schijndel. De melodie was bij de eigenaar van het schrift niet bekend, maar de woorden passen uitstekend bij de bovenvermelde schoorsteenveger-melodie, uitgezonderd het refrein. Het lied kan afkomstig zijn uit Den Bosch, want in het derde couplet wordt gesproken over een straat in het centrum van deze mooie en gezellige Noord-Brabantse stad.

Naar boven

Schoorsteenveger ben ik van mijn vak.

1.
Schoorsteenveger ben ik van mijn vak
’s Morgens vroeg op de rand van het dak,
Al is de schoorsteen nog zo nauw
Mijn bezem hangt al aan ’t touw.

Refrein:
Hola derie, hola dera, hola hola, holala.

2.
Als ik ’s morgens vroeg op sta
Kijk ik ’t eerst mijn bezem na,
’t Helpt ook niet wat ik er aan doe
Want altijd zit hij vol met roet.

Refrein.

3.
Ik liep laatst door de Hinthamerstraat
Daar stonden een paar meisjes aan de praat,
De een die schoot dra in de lach
Zodra ze mijne bezem zag.

Refrein.

4.
De een die lachte, ze had zo’n schik
Sprak veger, wat is jouw bezem dik,
Ik wed als die mijn zuster zag
Dat je haar ook wel ‘ns vegen mag.

Refrein.

5.
Maar haar zusters schoorsteen was zo groot
Dat ik er bijna in verzoop,
En ze zei, veeg jij maar met beleid
Want anders raak je de bezem kwijt.

Refrein.

6.
Als jij de bezem wilt behouwen
Kunt u gerust op mij vertrouwen,
Want ’t is zeker en gewis
Dat schoorsteenvegen lekker is.

Refrein.

Naar boven

Pietjeroet of de schoorsteenveger.

Op een los liedblad vond ik het lied van Pietjeroet of den Schoorsteenveger. Omdat de tekst, die niet ondeugend is, zo onduidelijk afgedrukt staat en in een enorm krom Nederlands, zal ik het liedblad ‘vertalen’.

1.
Goedenavond, dames, heren, kijk hier heb je Pietjeroet
Is er nog roet of moet ik keren
Zeg dan maar waar ik wezen moet
Of heeft zo een pas getrouwde man
Zijn doofpot omgesmeten
Vrouwtje, houdt je mondje dan
Want anders valt er roet in ’t eten.

2.
Ik heb geen werk en veel vakantie
En mijn zakken diep geleegd
Maar door die reddende assurantie
Wordt er bijna geen schouw geveegd
Heb je bouwbrand of steen of gruis
Dan wordt het op de schoorsteen geweten
Maar ach, het was er zo bitter in huis
Daar was roet in ’t eten.

3.
Op het Binnenhof wil geen schoorsteen trekken
Het ministerie ontbood mij laatst ik zag
Het weldra kwam door die gekken
Die daar helemaal zijn misplaatst door het krabben
Drong de rook door de schatkist een gespleten
Toen schold deze nog, je bent een spook
Door jou komt roet in ’t eten.

4.
Rusland sprak die Poolse kraaien
Nestelen altijd in onze schouw
Omdat ze niet als een weerhaan draaien
Joeg men ze over de grenzen gauw
Alles riep en schreeuwde kauw, kauw
Maar Rusland was gebeten
Vandaag of morgen voel ik de schouw
Dan is er roet in ’t eten.

5.
Ik veegde veel van die gebouwen
De wind kwam juist uit een andere hoek
Maar wat men het beste moet onthouden
Het achtste gebod uit het heilige boek
En vraagt gedaan, waar komt dat vandaan
Dan antwoordt het geweten
Maar in zo menig braaf notariskantoor
Is er soms roet in ’t eten.

6.
Een flink bekende kantoorbediende
Vroeg mij om rekening en bewijs
Maar toen men zag wat daar gebeurd was
Was het geheel niet pluis
Vrienden aanhoort, wat een rare zaak
Ik zal het u eens gaan verhalen
Daar kwamen vijftigduizend dubbeltjes te kort
Of er ook roet was in ’t eten.

7.
Hartelijk dank de schoorsteenveger
Kijk, dat maakt mijn dag weer goed
Als sta ik hier zo zwart als een neger
Weet ik toch wat ik doen en laten moet
Al ben ik morgen geheel de dag
Op de vorst der daken gezeten
Dan roep ik, leef allen lang
Nooit geen roet in ’t eten.

Ga naar boven