Klappeie

Ik ken de titel van het volgende liedje al van het dialect van mijn woonplaats Schijndel. In het Skèndels Woordenbuukske, samengesteld door Mies Vervoort komt het woord klapèèi voor als zijnde een kwaadspreekster en dat past precies bij de volgende liedtekst van Klappeie.

Klappeie ken ik van een uitvoering van Alfred den Ouden en Kristien op hun, dacht ik, tweede elpee. De liedtekst heeft als bron Het Iepersch Oud-Liedboek. De melodie is daar anders. Behalve in Vlaanderen, er zijn optekeningen bekend uit Ieperen, Gent en Belgisch Limburg, was het lied ook bekend in Nederland. Het stond al vermeld in Het Oudt Haerlems Liedt-boeck van ca. 1640. Ate Doornbosch van Het Nederlands Volksliedarchief maakte in 1964 en 1968 opnames van dit lied in Helmond en Zierikzee. Uiteindelijk heb ik gekozen voor de tekst uit Gent en de melodie uit Belgisch Limburg.

Luisterbestand: Klappeie.

 

 

 

 

 

 

 

1.
Daar ging een meid om water uit
’t Was ’s avonds al zo laat
Maar toen zij halverwege was
Viel zij er al over ‘n hoop
Ei, zij brak hare waterstoop (2x).

2.
En toen de meid dan thuize kwam
De bazinne die keek zo zuur
Is’t omdat ik gebroken heb
Gebroken uw waterstoop
Ei, daar zijn er nog meer te koop (2x).

3.
De meid die zei: bazinne
Bazinne geef mij mijn huur
Die ik de hele winter lang
Gewonnen heb al zo zuur
Ei, bazinnen geef mij mijn huur (2x).

4.
Wat huur moet ik jou geven
Wat huur moet gij hebben dan
Gij die de hele winter lang
Geslapen hebt bij mijne man
Ei, wat huur moet gij hebben dan (2x).

5.
De meid die zei bazinne
Bazinne wat dat gij zegt
Als uwe man niet thuize is
Slaapt gij bij de mulder zijn knecht
Ei, bazinne wat dat gij zegt (2x).

6.
De bazinne die zei klappeie
Klappeie en klapt niet meer
Want door ’t klappen van ons twee
Verliezen wij samen ons eer
Ei, klappeie en klapt niet meer (2x).

Ga naar boven