De boerin met de vinkjes

De boerin in dit lied gaat natuurlijk niet letterlijk haar vinkjes verkopen op de markt, zij heeft duidelijk andere plannen. De jongeheer in het tweede couplet begreep haar bedoelingen en ontmaagdde haar, enfin leest of zingt u zelf maar.

Bron: Iepersch Oud-Liedboek, teksten en melodieën uit de volksmond opgetekend door Albert Blyau en Marcellus Tasseel, 1962.

Luisterbestand: De boerin met de vinkjes.

 

 

 

 

 

 

 

 
1.
‘k Zag op een keer een nette boerinne
Die met haar vinkjes ging naar de markt
Om die beestjes te verkopen
Die z’ in haar mandje, die z’ in haar mandje
Om die beestjes te verkopen
Die ze daar in haar mandje had.

2.
’n Jonge heer lag in zijn venster
Vroeg wat de prijs van die vogeltjes was
Zeven stuivers, zei ze meneer
En ondertussen en ondertussen
Zeven stuivers zei ze meneer
En ondertussen krijg ik er nog meer.

3.
Kom maar in huis gij nette boerinne
Kom maar in huis en ontvangt er uw geld
Negen stuivers welgeteld
Kreeg dat boerinneke, kreeg dat boerinneke
Negen stuivers welgeteld
Kreeg dat boerinneke al d’r geld.

4.
De koele wijn die werd er gedronken
Waarmee dat hij de boerinne beschonk
Omdat hij zag dat zij dat graag mocht
Werd er een flesje, werd er een flesje
Omdat hij zag dat zij dat graag mocht
Werd er een flesje voor haar gebrocht.

5.
Hij nam ’t boerinneke in zijn armen
Lei haar toen zachtjes op zijn bed
Wist gij dat van te voren niet?
Dat g’ uw vinkjes, dat g’ uw vinkjes
wist gij dat van te voren niet
dat g’ uw vinkjes hier achterliet.

6.
Waarom heb ik er dat wijntje geschonken
Dat ik u nu niet kussen mag
Maar toen zweeg ’t boerinneke stil
En toen voldee ‘m en toen voldee ‘m
Maar toen zweeg ’t boerinneke stil
En toen voldee ‘m daar zijne wil.

7.
Wat zal mijn moeder daar nu van zeggen
Dat ik geen schone maagd meer ben
Ga naar achter in die fontein
Wast er uw handen, wast er uw handen
Gij zult worden een zuivere maagd
Gelijk de koei haar kalfkes draagt.

Ga naar boven