Ondeugende en onsmakelijke liedjes

Bij het maken van liedteksten werd vroeger veel gebruik gemaakt van symboliek. Vooral bij die teksten waarbij erotiek een belangrijke plaats innam. De symboliek was voor de tekstdichter een mogelijkheid om, buiten de censuur om, een erotisch lied te schrijven. Bovendien kon een liedjeszanger zo’n lied zonder problemen zingen, er kwam immers geen onvertogen woord in voor. In de allereerste gedrukte liedteksten vinden we al veel voorbeelden van symboliek, maar ook in recentere liedteksten. Over deze, nog niet zo oude liedteksten wil ik het nu hebben.

Wat vooral opvalt is de vaak dubbelzinnige beschrijving van een beroep. Het erotische karakter van een beroep is heel simpel te verklaren. De attributen die horen bij een bepaald beroep, hebben nogal eens een ‘fallisch’ karakter. De fallus is het mannelijk geslachtsdeel in-staat-van-paraatheid, om maar eens een definitie te gebruiken die niet in de Dikke van Dale voorkomt.

Inhoud:

Schoorsteenveger.
Visser.
Als ik van de kermis kwam.
De boerin met de vinkjes.
De gevolgen van warme winden door het eten van Uijenstruif.
De piesser.
Het kuise nonnetje.
Het nonneke.
Klappeie.
’t Lantaarntje.
Marleentje.
Mijn allerliefste meisje.
Moeder ik ben zo raar van binnen.
Proper Dianneke.
Van ’t katertje en de muis.
’t Pismesjientje.
O, Madeleine.
Van de wup, wup, wup.

Ga naar boven