Ghesellekens van herten coene

 

 

 

 

 

 

 

 

Een nyeu liedeken of:
Ghesellekens van herten coene. (Antwerps Liedboek, lied 50)

 

Luisterbestand: Ghesellekens van herte coene.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In dit lied wordt maar terloops een molenaar genoemd, wel is er regelmatig sprake van een meelbuydel, letterlijk een zeef die gebruikt werd om meel en zemelen te scheiden, maar in de liedtekst natuurlijk symbolisch bedoeld.

In Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden, door Dr. F.A. Stoett staat het volgende gezegde: van den meelbuidel bestoven zijn, met als betekenis: zich mal aanstellen. De meelbuidel of meelzeef is een bekend symbol voor dwaasheid.

G. Kalff zegt hierover in zijn Het lied in de Middeleeuwen:
En de bewoners van de molen? Heel veel goeds hebben de middeleeuwse dichters niet van hen te vertellen. Steeds verwijten zij hen: het stelen van koren, dat door hen gemalen moet worden en de overlast, die zij vrouwen en meisjes aandoen, wanneer deze het koren komen brengen. Van de korendiefstallen der molenaars weten ook onze liederen te verhalen. Maar voornamelijk worden hunne liefdesavonturen in de liederen vermeld. De molenaars en alles, wat tot hen in betrekking staat, worden zozeer vereenzelvigd met het begrip van zinnelijk genot, dat in een nyeu liedeken de meelbuydel als ene figuurlijke uitdrukking voor liefde voorkomt.

In Ghesellekens van herten coene kunnen we lezen:

Wilt goede chiere maken
Ende maken een blijde abuis
Condt ghi aen u boel gheraken
Brenghet den meelbuydel vry thuis.

en:

Trompers, pijpers ende tamboeren
Die metten meelbuydel bestoven zijn
Die gaerne den elleboghe roeren
Si drincken so geerne den wijn.

en:

Latet sotteken vry uutkijcken
Uuter mouwen, en hebbet gheenen vaer
Wilt u metten meelbuydel bestrijcken
Ende slaept metten molenaer.

Het laatste couplet geldt de meisjes:

Si zijn so gaerne bestoven
Metten meelbuydel, so grooten hoop
Van onder al tot boven.
Hout selve den quaetsten coop
Wilt met die lendenen wercken
Oudt, jonck, sterck ende cranck
So moechdy die werelt verstercken
Ende die molenaer, die weets u danck.

In Het Antwerps Liedboek staat als commentaar bij dit lied:
Dwaasheid werd in de zestiende eeuw vaker toegeschreven aan de invloed van stof of meel.
In dit lied worden allerlei mensen opgeroepen om de meelbuydel te hanteren. Iedereen mag meedoen en zich overgeven aan allerlei dwaasheden.
En even verderop:
Bij alle joligheid is het doel van dit lied uiteindelijk serieus: de tekst waarschuwt voor dwaas gedrag ( dansen, drinken geld erdoor jagen, zich te buiten gaan op seksueel gebied).

De volledige liedtekst kunt u vinden op de site: www.liederenbank.nl

Ga naar boven