Molenaarsliederen uit eigen archief

In de loop der jaren heb ik bar weinig molenaarsliederen opgenomen bij mijn liedveldwerk. Meestal wat coupletjes die naar een molen of een molenaar verwijzen en een klein aantal losse liedblaadjes met molenaarsliederen. Hierbij enkele molenaarsliederen uit eigen archief.

De molenaar.
Moeder mag ik trouwen gaan.
Mijn moeder wou me geven.

In mijn verzameling losse liedbladen vond ik een molenaarslied op een heel groot liedblad met als opschrift: 13 schoone liedjes, prijs 10 cent. Het zit vast aan een even groot vel papier met als opschrift: 16 schoone liedjes, ook voor de prijs van 10 cent, en allemaal prachtige oude liedteksten. De drukker/uitgever worden niet genoemd, er is ook geen melodieaanwijzing. De inhoud van het lied laat zich gemakkelijk raden.

De molenaar.

1.
Vrienden ik zal u een kluchtje verhalen
Luister toe en blijf wat staan
Hoe een mooi meisje is gevaren
Dat zo gaarne wou wandelen gaan
Zij ging wandelen voor haar plezier (bis)
Langs een klaar water aan een rivier
Al in een scheepje vol van plezier
Van onder en boven en dan weer hier.

2.
Zij ging uit wandelen voor een molen
Waar zij een molenaar zag
Zij sloeg haar bruine oogjes naar boven
En zij wenste hem goedendag
Goeden dag! Riep zij molenaar hier
Komt eens van boven en spreekt mij eens hier
Al in mijn scheepje vol van plezier
Van onder en boven en dan weer hier.

3.
De molenaar kwam naar beneden
Hij gaf er het meisje enen lonk
Hij vroeg of zij gemalen wou wezen
Of zij dat hem niet toe en stond
Hij lag haar op zijn molensteen
En maalde haar driemaal achtereen
Al in een scheepje vol van plezier
Van onder en boven en dan weer hier.

4.
Als nu zijn koren was gemalen
En zijn molen wou niet meer gaan
Toen begon dat mooie meisje te vragen
Of hij wezen wou haar man
Wel neen, sprak deze molenaar hier
In ‘t trouwen heb ik geen plezier
Maar wel in jouw scheepje vol van plezier
Van onder en boven en dan weer hier.

Naar boven

Moeder mag ik trouwen gaan?

In de jaren ’70-’80 van de vorige eeuw nam ik in Vorstenbosch (Mevrouw Mieke van Grunsven- van der Zanden) en Schijndel (Mevrouw Janske van de Wiel-Verhagen en Mevrouw Kivits- van den Heuvel) het volgende lied op: ‘ Moeder mag ik trouwen gaan’. Een jongeman zag in de stad een meisje wandelen en nodigde haar meteen uit op zijn molen.

Luisterbestand: Moeder mag ik trouwen gaan1.

 

 

 

 

 

 

 

Ik sprak, ach meisje hoor eens hier
Op mijne molen (2x)
Ik sprak, ach meisje hoor eens hier
Op mijne molen is zoveel plezier.

Bij het malen van grof en fijn
Zullen wij drinken (2x)
Bij het malen van grof en fijn
Zullen wij drinken een glaasje wijn.

Het meisje moet echter aan haar moeder vragen of ze mag trouwen, moeder vindt haar te jong waarop het meisje vraagt hoe oud haar vader en moeder waren toen die trouwden. Die waren echter ook op zeer jonge leeftijd getrouwd, bekende moeder eerlijk:

Vader die was achttien jaar
Ik was er twintig (2x)
Vader die was achttien jaar
Ik was er twintig, ja dat is waar.

De conclusie van het meisje is duidelijk:

Moeder dan ben ik oud genoeg
Om te gaan trouwen (2x)
Moeder dan ben ik oud enoeg
Om te gaan trouwen, ja morgen vroeg.

Moeder waarschuwde haar dochter voor het huwelijk in het algemeen en met een molenaar in het bijzonder. Het moest echter toch een molenaar zijn voor het meisje want, en dat is inmiddels wel bekend, die kunnen zo lekker malen.

Nu mijn kind dan trouw je maar
‘t zal je berouwen (2x)
Nu mijn kind dan trouw je maar
Maar toch met gene molenaar.

Ja, een mulder moet het zijn
Die kan er malen (2x)
Ja, een mulder moet het zijn
Die kan er malen heel grof en fijn.

Vervolgens loopt het thuis volledig uit de hand. Het was meisje kwam er na een maand al achter dat ze met een kwaaie man was getrouwd en dat verteld ze aan haar vader. De vader werd vervolgens boos op zijn dochter en sloeg er met de bezemstok op haar kop. Hierop beloofde het meisje dat ze weer spoedig naar haar man toe zou gaan. Het lied eindigt dan met een sneer naar de tekstdichter:

Al wie dit liedje heeft gedicht
Krijgt ene bult (2x)
Al wie dit liedje heeft gedicht
Krijgt ene bult en een apengezicht.

In Straatmadelieven, pag.46, staat een variant van dit lied, het heet daar: Opper mijn molen. Het eindigt wat logischer, getuige de laatste drie coupletten:

Vader, ach, schei uit te slaan
‘k Zal er wel weer naar mijn huisje gaan.

Toen zij bij haar huisje kwam
Zag ze hem hangen al voor het raam.

‘t Meisje liep al op en neer
Kuste zijn lippen, maar ‘t hielp niet meer.

Haar man heeft zich dus verhangen en in het achteraf commentaar bij dit lied zegt de Haan dat er nog een laatste strofe zou zijn van een variant, met de woorden:

Toen nam zij haar schietgeweer
Schoot haarzelven er ook bij neer.

Het lied was ook in de Kempen bekend, een bijna identieke tekst staat in: Liederen en dansen uit de Kempen, pag.117.

Naar boven

Mijn moeder wou me geven.

Ik vond nog een molenaarscouplet in dit lied. U kent het thema wel, er zijn veel varianten, de moeder zoekt een man uit voor haar dochter en die wijst bijna alle huwelijkskandidaten af. Ook de molenaar of mulder:

Mijn moeder wou me geven ‘n mulder al met geweld
‘n mulder om mee le leven en dan alleen om ‘t geld
O, nee, o, nee, zo’n kijk-in-de-wind
Die steelt uit iedere zak ‘n pint
En dan en dan en dan, wat moet ik met zo’n man.

Totdat zij, in dit geval, een boer ontmoet en die kiest zij tot haar man:

Mijn moeder wou me geven ‘n boer al met geweld
‘n boer om meet e leven en dan alleen om ‘t geld
O, ja, o, ja, zo’n rijke boer
Die wil ik wel hebben bij mij op de vloer
En dan en dan en dan, en eindelijk heb ik ‘n man.

Volgt nu de melodie en het luisterbestand. Het hele lied kunt u vinden bij de rubriek Beroepenliedjes op deze site.

Luisterbestand: Mijn moeder wou me geven.

Ga naar boven