Zeg mulder, wil jij je vrouw verkopen?

Dit molenaarslied staat genoteerd in Liederen en dansen uit West-Friesland van B. Veurman en D.Bax, pag. 145. Het is lied is genoteerd te Ooster-Blokker door de heer C.C. Vlam. De zegsman en zegsvrouw zijn geboren resp. in 1884 en 1861. Het lied staat vermeld in het hoofdstuk Het ongelukkige huwelijk.

Luisterbestand: Zeg mulder wil jij je vrouw verkopen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Zeg mulder, wil jij je vrouw verkopen?
‘k Heb er al zo lang om gelopen
Ja, sprak de mulder heel contant
Hoeveel geld geef jij mij ter hand?
‘k Wil haar kwijt, want ik ben haar moe
En zal haar verkopen als een koe.

2.
Een zak met guldens wil ik u schieten
Maar zou het ons dan niet verdrieten?
Neen, sprak de mulder heel gezwind
Je kunt haar krijgen, mijn waardigste vrind
Voor het geld, zo veel als gij zeit
Neem haar maar mee, dan ben ik haar kwijt.

3.
Twee dienaars zijn toen thuis gekomen
Ze hebben hen in arrest genomen
Ze zaten daar juist en telden het geld
O, wat waren ze daarvan ontsteld
Ze moesten mee naar de karon
O, wee, riep de man, het is niet bon.

4.
De vrouw is toen naar huis gelopen
Ze vond het geld op hele hopen
Ze nam het en stak het in haar tas
De rest die lag zij in de kas
Ze dacht niet meer aan haren man
Doch nam er een goed leven van.

5.
Ze at, ze dronk, ze was wel tevreden
Ze had geen ramp of tegenheden
De vrouw die had het goed overlegd
Dat ze liet malen door de knecht
De man die had toen groot berouw
Over ‘t verkopen van zijn vrouw.

6.
Gij mannen die dit lied aanschouwen
Trouwt geen vrouw, want gij moet haar houwen
Want verkopen kan je ze niet
Anders raakt ge in ‘t verdriet
Gelijk het met de mulder is gegaan
Neemt dit lied als een exempel aan.

Ga naar boven