Van de mulder

In het Iepersch Oud-liedboek, vond ik een molenaarslied met als titel: Van de mulder. Behalve de melodie ontbreken een paar regels in het eerste en het vijfde couplet. Er zijn geen gegevens bekend waar het lied is opgenomen, wanneer en bij wie.

De mulder (molenaar) belooft een meisje dat zij zijn huisvrouw wordt als zij zijn zin doet. Uiteraard bedoelen we hier op sexueel gebied. De mulder nam zijn plezier en het meisje raakte zwanger van hem. Hij was terstond bang dat men het te weten zou komen en stuurde zijn meisje naar Gent om daar, met vijfentwintig franc op zak, te bevallen. Hij beloofde haar, dat hij met haar zou trouwen zodra zij terug kwam, met haar kind. Maar dat liep anders af, getuige de tekst van het vijfde couplet.

1.
Komt vrienden hier in ‘t ronde
Komt luistert naar dit lied,
Ik zal u gaan verkonden
Wat er onlangs is geschied,
Ene mulder fijn
Hij was zo ik mein,
Met zijn moeder dan
Hij was jongman
……….
……….

2.
De mulder was genegen
Om te malen met de wind,
Kwam hij een meisje tegen
Hij was altijd wel gezind,
Hij sprak: liefste zoet
Als gij mij voldoet,
Ik zweer u mijn trouw
Gij wordt mijn huisvrouw,
Gij weet, ‘k heb geld en molen
En vrees gene rouw.

3.
De wind begon te waaien
De mulder nam zijn plezier,
Maar hij was gauw verraaien
De tijd van een maand of vier,
‘t meiske was in net
Zij wordt dik en vet,
De geburen, hoort
Hebben dat gehoord,
De mulder krabte zijn oren
Hij was gauw gestoord.

4.
Hij sprak: liefste vriendje
En maak dat hier niet bekend,
Daar is geld, en koopt een kiendje
In de grote stad van Gent,
Vijfentwintig franc
Geef ik u op d’hand,
En maak geen hertzeer
Als gij wederomkeert,
Dan zal ik met u trouwen
Wij zijn in on seer.

5.
Als zij is weergekomen
Van de stad met haar klein kind,
Zij meende dat de mulder
Haar tot in de grond bemind’
……….
……….
Als hij haar beziet
Hij was vol verdriet,
Hij zei: wil maar vertrekken
‘t En es ‘t mijne niet.

Ga naar boven