Opper mijn molen

In Straatmadelieven van Dr. Tj. W.R. de Haan staat dit lied genoteerd. Slechts het tweede couplet geeft aan dat je op de molen moet zijn om plezier te beleven. En wat dit plezier is, is nu onderhand wel duidelijk. De hoofdpersoon in dit lied nodigt zelfs drie meisjes uit op zijn molen, dat komen we weinig tegen in liedteksten. Meestal heeft de molenaar aan één meisje genoeg op ermee ‘plezier’ te maken op zijn molen. Volgen nu het eerste en tweede couplet.

Luisterbestand: Opper mijn molen.

 

 

 

 

 

 

 

1.
Ik kwam laatst eens in de stad, in de stad
Zag ik drie meisjes, zag ik drie meisjes
Ik kwam laatst eens in de stad
Zag ik drie meisjes, die wisten wat.

2.
Meisjes, kom er eens even hier
Opper mijn molen, opper mijn molen
Meisjes, kom er eens even hier
Opper mijn molen daar is plezier.

Harrie Franken publiceerde dit lied in zijn Liederen en dansen uit de Kempen. De molenaar nodigde in dit lied ‘slechts’ twee meisjes uit op zijn molen om daar ‘plezier’ te maken. In het derde couplet krijgen we al meteen een erotische uitleg wat dit ‘plezier’ nou inhoudt:

3.
Onder het malen van grof en fijn
Zullen wij drinken een glaasje wijn.

Een van de meisjes die de uitnodiging van de molenaar accepteerde wil met hem trouwen, tegen de uitdrukkelijk wens van haar ouders, vooral haar moeder vindt het meisje te jong. Uiteindelijk, na lang aandringen, zegt de moeder in het negende couplet:

9.
Nu mijn kind, dan trouw je maar
Maar met gene molenaar!

Maar de dochter antwoordt hierop:

10.
Molenaarsjongens die moeten het zijn
Die draaien de wieken voor grof en fijn.

Ga naar boven