Moeder mag ik trouwen gaan?

In de jaren ’70-’80 van de vorige eeuw nam ik in Vorstenbosch (Mevrouw Mieke van Grunsven- van der Zanden) en Schijndel (Mevrouw Janske van de Wiel -Verhagen en mevrouw Kivits – van den Heuvel) het volgende lied op.

Luisterbestand: Moeder mag ik trouwen gaan1.

 

 

 

 

 

 

 

Een jongeman zag in de stad en meisje wandelen en nodigde haar meteen uit op zijn molen.

Ik sprak, ach meisje hoor eens hier
Op mijne molen (2x)
Ik sprak, ach meisje hoor eens hier
Op mijne molen is zoveel plezier.

Bij het malen van grof en fijn
Zullen wij drinken (2x)
Bij het malen van grof en fijn
Zullen wij drinken een glaasje wijn.

Het meisje moet echter aan haar moeder vragen of ze mag trouwen, moeder vindt haar te jong waarop het meisje vraagt hoe oud haar vader en moeder waren toen die trouwden. Die waren echter ook op zeer jonge leeftijd getrouwd, bekende moeder eerlijk:

Vader die was achttien jaar
Ik was er twintig (2x)
Vader die was achttien jaar
Ik was er twintig, ja dat is waar.

De conclusie van het meisje is duidelijk:

Moeder dan ben ik oud genoeg
Om te gaan trouwen (2x)
Moeder dan ben ik oud enoeg
Om te gaan trouwen, ja morgen vroeg.

Moeder waarschuwde haar dochter voor het huwelijk in het algemeen en met een molenaar in het bijzonder. Het moest echter toch een molenaar zijn voor het meisje want, en dat is inmiddels wel bekend, die kunnen zo lekker malen.

Nu mijn kind dan trouw je maar
‘t zal je berouwen (2x)
Nu mijn kind dan trouw je maar
Maar toch met gene molenaar.

Ja, een mulder moet het zijn
Die kan er malen (2x)
Ja, een mulder moet het zijn
Die kan er malen heel grof en fijn.

Vervolgens loopt het thuis volledig uit de hand. Het was meisje kwam er na een maand al achter dat ze met een kwaaie man was getrouwd en dat vertelde ze aan haar vader. De vader werd vervolgens boos op zijn dochter en sloeg er met de bezemstok op haar kop. Hierop beloofde het meisje dat ze weer spoedig naar haar man toe zou gaan. Het lied eindigt dan met een sneer naar de tekstdichter:

Al wie dit liedje heeft gedicht
Krijgt ene bult (2x)
Al wie dit liedje heeft gedicht
Krijgt ene bult en een apengezicht.

In Straatmadelieven, staat een variant van dit lied, het heet daar: Opper mijn molen, even hiervoor gepubliceerd, lied 20.
Het eindigt wat logischer, getuige de laatste drie coupletten:

Vader, ach, schei uit te slaan
‘k Zal er wel weer naar mijn huisje gaan.

Toen zij bij haar huisje kwam
Zag ze hem hangen al voor het raam.

‘t Meisje liep al op en neer
Kuste zijn lippen, maar ‘t hielp niet meer.

Haar man heeft zich dus verhangen en in het achteraf commentaar bij dit lied zegt de Haan dat er nog een laatste strofe zou zijn van een variant, met de woorden:

Toen nam zij haar schietgeweer
Schoot haarzelven er ook bij neer.

Het lied was ook in de Kempen bekend, een bijna identieke tekst staat in: Liederen en dansen uit de Kempen, opgetekend door Harrie Franken.

Ga naar boven