Het meisje van Sinterniklaas

Nu wat liedjes met slechts enkele coupletten die verwijzen naar een molen en/of molenaar.

Het meisje van Sinterniklaas.

Dit lied is in slechts twee bronnen te vinden. Albert Blyau en Marcellus Tasseel namen het lied op in hun Iepersch Oud-Liedboek. Zij tekenden het lied op bij de Iepersche kantwerkster vrouw Valerie, die verzekerde, dat te Ieperen dit lied nog slechts gekend was door enige ‘stijf oude mans en wijfs’. De molenaar komt niet voor in de tekst van dit prachtige lied, wel in de optekening van Jaap Kunst. In de variant die Kunst optekende op Terschelling: Het meisje van Sinterniklaas komen we de molenaar tegen in couplet 3, 4 en 5. Ook in Groningen (Grijpskerk) en Drente (Ekehaar) was dit lied bekend.

Luisterbestand: Het meisje van Sinterniklaas.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Daar was eens een meisje van Sinterniklaas (2x)
Dat kwam een koopman tegen, een koopman tegen
Die vroeg of zij met hem wou gaan
Van liederomla, mijn loederke ja
Zes kronen aan geld zal ik er jou geven (2x).

2.
Het meisje dacht: zes kronen aan geld (2x)
Die zijn ja gauw gewonnen, ja gauw gewonnen
En kom ik dan wat later thuis
Van liederomla, mijn loederke ja
Maar morgen vroeg zal ik er thuis komen (2x).

3.
De nacht die verstreek en de morgen brak aan (2x)
Dat ‘t meisje naar huis ging henen, naar huis ging henen
Een molenaar uit zijn venster lag
Van liederomla, mijn loederke ja
Waar zijt gij van de nacht gebleven? 92x).

4.
Waar ik er vannacht gebleven ben? (2x)
Dat zal ik je gaan verhalen, ja gaan verhalen
‘k Heb meer verdiend in deze nacht
Van liederomla, mijn loederke ja
Als gij in veertien dagen met malen (2x).

5.
Hebt gij meer verdiend in deze nacht (2x)
Als ik in veertien dagen met malen, met malen
Dan zult gij zo lang gij hier nog zijt
Van liederomla, mijn loederke ja
Twee blauwe ogen van mij dragen (2x).

Kunst geeft bij dit couplet een opmerkelijke voetnoot: Twee blauwe ogen: pars pro toto. Zoals men ziet, doet ook deze molenaar weer schandelijke proposities.

6.
Als ik er van jou blauwe ogen dragen moet (2x)
Zal ik er niet lang meer wezen, niet lang meer wezen
Dan ga ik weer naar Sinterniklaas
Van liederomla, mijn loederke ja
Die koopman stelt in mij behagen (2x).

7.
‘t Was negen maanden en een dag (2x)
Dat ‘t meisje kreeg haar kwalen, ja kreeg haar kwalen
En toen zij op ‘t kraambed lag
Van liederomla, mijn loederke ja
De koopman moest het duur betalen (2x).

8.
En toen ‘t knaapje wat groter werd (2x)
Vroeg hij: waar is mijn vader, waar is mijn vader?
Jouw vader is bij Sinterniklaas
Van liederomla, mijn loederke ja
Daar moet gij mij maar niet naar vragen (2x).

Ga naar boven