Het liedeken van Christiaan

Inhoud:
Het liedeken van Christiaan.
Wo mag denn nur mein Christian sein.

In Oudkempische volksliederen en dansen, deel 3 vond ik in een couplet een verwijzing naar een molen.
Het is het tweede couplet van: Het liedeken van Christiaan, een kluchtlied. Jantje gaat er zonder meer van uit dat hij met zijn lieve meid zal gaan paren als hij richting molen rijdt! Het lijkt een vanzelfsprekendheid te zijn om dat in de molen te doen. Maar het liefdesspel zal vermoedelijk geen doorgang vinden omdat het meisje toch teveel om haar Christiaan geeft.

Luisterbestand: Het liedeken van Christiaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Och God, waar mag mijne Christiaan zijn
In Duitsland of in Polen,
Och, had ik maar voor ene man
Er zou geen andere komen,
Er is geen dag of ik denk eraan
Aan mijne lieve Christiaan,
O, lieve Christiaan (2x).

2.
Als Jantje naar de molen rijdt
Met zijnen ezelswagen
Dan zeide hij: ach lieve meid
Wij zullen samen paren.
Maar zie ik dan die ezel aan
Dan denk ik aan mijn Christiaan
O lieve Christiaan.

3.
De leren broek hangt aan de wal
Al in ons beste kamer,
En als ik eens die broek verkocht
‘t Was zo schrikkelijk jammer,
Maar zie ik daar die broek weer aan
Dan denk ik aan mijn Christiaan.

4.
Als ‘t Amsterdamse kermis is
Dan dansen en ze springen,
Dan roepen de meisjes allemaal:
Wij zullen hopsa springen,
Komt Amsterdamse kermis aan
Dan denk ik aan mijn Christiaan.

5.
Het liedeke van mijn Christiaan
Dat heb ik lang gezongen,
Ach, had ik hem maar voor een man
Er zou geen ander komen,
Wanneer ik denk aan mijn Christiaan
Mijn kop die gaat, mijn hart dat slaat.

Het is logisch, maar het blijkt niet duidelijk uit de tekst, dat de laatste drie zinnen door een meisje gezongen worden. Het is waarschijnlijk van oorsprong een Duits lied. Ik vond het in: Deutsche Lieder, van Ernst Klusen. Het lied heet: Wo mag denn nur mein Christian sein, er is echter geen couplet waarin sprake is van een molen. Ik vind het toch de moeite waard om de melodie en de tekst van het eerste couplet te publiceren. Volgens Klusen zijn tekst en melodie traditioneel en van begin 19de eeuw.

Luisterbestand: Wo mag denn nur mein Christian sein.

Ga naar boven