Molenaar

De belangrijkste bron waaruit ik putte voor deze bijdrage over de molenaar in het volkslied komt uit een uitgave uit 2004 van Uitgeverij Lannoo te Tielt: Het Antwerps Liedboek, deel 1 en 2. De twee boeken worden vergezeld door twee cd’s met een selectie van de gepubliceerde liederen, uitgevoerd door o.a. de muziekensembles Camerata Trajectina en het Egidius Kwartet. De samenstellers van deze prachtig uitgevoerde publicatie zeggen in het nawoord: Deze editie is na ruim anderhalve eeuw Antwerps Liedboek-onderzoek de eerste publicatie van alle teksten met – voor zo ver mogelijk- alle bijbehorende muziek.

Inleiding

De molenaar heeft in de loop der tijden een belangrijke rol gespeeld in het (volks)leven van de Nederlander. Niet voor niets zijn er daarom zoveel uitdrukkingen en spreekwoorden die betrekking hebben op de molen en de molenaar, ik noem er enkele:

• Dat is koren op zijn molen.
• De molen naar de wind keren.
• ’n Klap van de molenwiek krijgen.
• Dat zullen we God en de molenaar laten scheiden.
• Alle molenaars zijn geen dieven.
Ik kom hier later nog op terug, in het laatste hoofdstuk van deze bijdrage.

De molenaar is van oudsher ook een belangrijke, zo niet beruchte figuur in het volkslied. Hij blijkt een echte schuinsmarcheerder te zijn, om het maar voorzichtig uit te drukken. Hij verleidt meisjes en nodigt ze uit op zijn molen om met hen te ‘malen’.
In een van de molenaarsliedjes komt de zin voor: hij legde haar op een molensteen en maalde haar driemaal achtereen.
U zult geen onvertogen woord tegenkomen in de liedteksten die straks gaan komen. De molenaarsliederen staan dikwijls bol van de metaforen, maar iedereen begrijpt dondersgoed waar het om gaat, waar het de molenaar om te doen is of waar het meisje op uit is dat een molenaar op zijn molen gaat bezoeken!

Molenaarsliederen zijn oud, ze komen al voor in de 16de eeuw en dan met name in het Antwerps Liedboek uit 1544. Het interessante is ook dat sommige teksten en melodieën zo’n lange overlevingstijd hebben gekend. Nu nog kun je liederen optekeningen die duidelijk sporen herbergen uit de liederen van het Antwerps Liedboek. Eind jaren zestig van de vorige eeuw zijn er door medewerkers van het Volksliedarchief in Amsterdam, en dan met name Ate Doornbosch, vijf veldopnames gemaakt van een lied dat ook voorkomt in het Antwerps Liedboek: Het was een meysken vroech opghestaen. De veldopnames vonden bijna allemaal plaats in Noordoost Groningen. Ik zal verderop in dit betoog tekst en uitleg geven over dit lied.

In deze bijdrage zal het accent liggen op liedteksten. Toch zult u bij enkele teksten wél een melodienotatie tegenkomen. Ik denk namelijk dat sommige molenaarsliederen nog best bruikbaar zijn, in die zin dat ze zingbaar zijn en gemakkelijk te begrijpen, zonder noodzakelijke uitleg over al te ingewikkelde symboliek of metaforen.

Ik ga deze bijdrage over de molenaar in het volkslied in vijf hoofdstukken bespreken:

Wat is het Antwerps Liedboek?
Vijf molenaarsliederen uit het Antwerps Liedboek, met tekst en uitleg.
Molenaarsliederen in latere publicaties.
Molenaarsliederen uit eigen archief.
Uitdrukkingen, gezegdes en spreekwoorden over de molen en/of de molenaar.

Ga naar boven