Sint Joris

De tekst en uitgeschreven melodie, iets uitzonderlijks, kreeg ik eens van gildehoofdman Nol van Lith uit Berlicum. In 1977 kon ik het lied nog optekenen bij mevrouw Schelle – Habraken in Moergestel. Bij haar is de tekst wat afwijkend vergeleken met die uit Berlicum, toch zijn er duidelijke verwantschappen. Volgt nu de melodie zoals mevrouw Schelle- Habraken die zong.

Luisterbestand: Sint Joris.

 

 

 

 

 

 

 

1.
’t Is geweest voor onze tijden
Dat Sint Joris kwam te rijden
In een stad of heidens land
Waar men zo weinig Christen vond.

2.
In een stad of daar beneden
Die is aan de zee gelegen
In hetwelk zoals men leest
Daar was een vergiftig beest.

3.
Niemand kon de draak verjagen
Want hij kwam daar alle dagen
Aan de oever van de zee
Daar kreeg hij vele schaapjes mee.

4.
Alle schaapjes die zij vonden
Heeft hij bijna verslonden
En het hield daarmee niet op
Het kostte zo menige mensenkop.

5.
Toen moesten zij beschikken
Een mens om op te slikken
En dat duurde al zo lang
Dat een ieder werde bang.

6.
Want als zij dat niet deden
Liet hij niemand gaan met vrede
Of hij spouwde zulk een stank
Dat een ieder werde bang.

7.
Groot en klein die kwamen klagen
Bij de koning alle dagen
Dat er moest gehouden raad
Om te keren meer dat kwaad.

8.
De koning sprak zonder spotten
Wij zullen daarom lotten
Niemand van ons allegaar
Durfde te wagen het gevaar.

9.
Het begon te veranderen
Het viel van de ene op de andere
Het viel op het koningskind
Van zijne vader teer bemind.

10.
Dat deed de koning rouwen
Om zijn dochter te behouwen
Presenteerde bij hun gelijk
De helft van zijn koninkrijk.

11.
Heer koning, gij moet weten
Dat er velen zijn gegeten
Zij zal zonder tegenspraak
Haar laten eten van de draak.

12.
Toen moest deze dochter scheiden
Daar de vader zeer om schreide
Naar de oever van de zee
Zij kreeg haar schaapjes mee.

13.
Maar Sint Joris kloek van zeden
Kwam daar dapper aangereden
Hij zag die schone juffrouw aan
Hij zei: wat doet gij hier te staan?

14.
Edel jonkheer, wilt u mijden
Wilt van deze plaats afrijden
Hier zal komen ene draak
Die mij zal nemen tot zijn vermaak.

15.
Edel jonkvrouw, wilt niet schrikken
Dat de draak u op zal slikken
Ik zal hem in jezus naam
Maken als een lam zo tam.

16.
Laat hem vuur en vlam uitspouwen
Wilt maar op mij vertrouwen
Ik zal hem in Jezus naam
Maken als een lam zo tam.

17.
Terwijl zij samen disputeerden
En zo spoedig disponeerden
Zo kwam daar het hels gespuis
Uit de zee met groot gedruis.

18.
Maar Sint Joris, zacht van zeden
Reed de draak kloekmoedig tegen
Een Sint Joris haastig staak
Met zijn lansier door de draak.

19.
Maar Sint Joris van God gezonden
Heeft de draak geheel verslonden
Met zijn paard, ja, wilt verstaan
Is hij mee door de stad gegaan.

20.
De mensen met droevige zuchten
Liepen altegaar te vluchten
En zij riepen met geweld
Daar is Sint Joris, die kloeke held.

21.
Toen was deze dochter blijde
Door het staken van haar lijden
En zij werd ook katholijk
Met het hele koninkrijk.

Het lied van Sint Joris is ook op een los liedblad bekend. Dat staat afgebeeld in de Liederenbank, daar haalde ik het ook vandaan. Onderaan de tekst staat de datum: 4-9-1919.
De titel is:

 

De tekst van dit liedblad volgt nu:

Ga naar boven