Het geestelijk kaartspel

Dit hoofdstuk bevat twee onderdelen:

1. Het geestelijk kaartspel
2. Van ‘n soldaat in ‘n kerk

Het is een kleine stap van het lied Al in de stad van Wenen naar een ander soldatenliedje, waar ook verhaald wordt over een speelkaart, of beter gezegd, een spel kaarten. De soldaat moet zich eveneens uit een netelige situatie redden door een verklaring c.q. uitleg te geven aan zijn superieuren over zijn eigenaardige gedrag. Ik doel hiermee op het lied Het geestelijk kaartspel. Ik laat een aanhef én eerste couplet zien van een liedblad waarin dit lied beschreven wordt, ook deze afbeelding haalde ik van de Liederenbank!

Het geestelijk kaartspel werd als gedrukte versie ofwel als vliegend blaadje uitgegeven in Gent13 en gedrukt door Van Paemel, in het begin van de negentiende eeuw. Het staat op liedblad nummer tachtig met als melodieaanduiding:
• Moet ik (hier) nog lang op schildwaght staen? en met als beginregel
• Eenen duytschen soldaet g’heel kloek, en dit is dus de beginregel van de veldopname.

Ik kon het lied optekenen in Vorstenbosch bij mevrouw Mieke van Grunsven- van der Zanden.

Luisterbestand: Het geestelijk kaartspel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Een Duits soldaat zeer kloek
Kwam in een hoek der kerk sluipen
In plaats van een kerkboek
Een vol spel kaarten daar gebruiken
’t Geen elk moest mishagen
Toen hij ze had uitgespreid
Zodat men hem ging beklagen
Bij de overheid
Zijn majoor liet hem roepen
Hij sprak hem aan (2x)
Over zo’n vreemd en zo’n stout bestaan (2x).

2.
De soldaat sprak, wel majoor
Laat mijne reden ook eens prenten
Geef aan een arme soldaat gehoor
Die maar per dag trekt zeven centen
Daar poetsgoed van moet kopen
Zodat hij van zijn pree*
Geen kerkboek meer kan kopen
En draagt dus kaarten mee
De majoor sprak toen vergramd
Zeg mij met spoed (2x)
Wat ge in de kerk met die kaarten doet (2x).

3.
De soldaat sprak in den nood
Legde de kaarten voor hem open
En had ze allen, klein en groot
Met ene wijzing overlopen
Toen hij ze wat had bekeken
Sprak hij er, wel majoor
De kaarten met een teken
Die stellen mij te voor
Dat er is een doopsel en een kerk
En een waar geloof (2x)
Dat mij maakt voor deez’ dwaling doof (2x).

4.
De kaarte twee hier voor geleid
Zegt dat Gods zoon had twee naturen
En ik denk aan de Drievuldigheid
Als ik op de kaarte drie ga turen
De vieren die betwisten
Ze stellen me zonder grens
De vier evangelisten
En de uitersten van de mens
’t Oordeel, de hel, de hemelse glorie waar ik op eis (2x)
Op de langdurige, eeuwige reis (2x).

5.
De kaarte vijf toont mij ook weer
Dat er ook zijn vijftig bloedige wonden
Die Christus Jezus, onze heer
Ontvangen heeft om onze zonden
De zessen doen je denken
Al hoe het is geschied
Dat God schiep in zes dagen
Alles uit het niet
Legde zon, zee, maan en sterren
De mens zowaar (2x)
Alles wat er is en leeft op aard (2x).

6.
Ik denk aan de zevende dag
Bij ’t lezen van kaarte zeven
Waarop men rusten en bidden mag
De zondag ons van God gegeven
De achten doen gedenken
Al hoe zij zijn gegaard
Dat Noë een ark ging bouwen
Om te zijn gespaard
Met z’n drie zonen en z’n vrouw
’t Getal van acht (2x)
Door de zondvloed van Gods macht (2x).

7.
De negens stellen mij in het brein
Dat er ook zijn, negen vreemde zonden
En hoe er negen melaatsen zijn
Ondankbaar voor de tien bevonden
Die tienen doen gedenken
Aan de geboden Gods
Die hij aan Mozes schenkte
Tot heil des mensen lot
Met een van die schrikbare plagen
Die God ons zond (2x)
Eer dat de zee Farao verslond (2x).

8.
De vier boeren, bijeen in het spel
Denken mij aan de Judasschare
Die schier als duivels in de hel
Rondom een zaligmaker waren
Vier vrouwen die alsmede
Tesamen in een prent
Voorstellen mij de vrede
Vanuit het element
Vuur, aarde, licht als ook het water
Wat leven doet (2x)
Waarvoor men God steeds danken moet (2x).

9.
De heren in het saamvertoon
Denken mij aan het kruis verheven
Waar Gods enig geboren zoon
Zijn leven kwam ten beste geven
Als ik de klavere kwam bekijken
Denk ik alweer aan ’t kruis
Waarnaar men heen moet vluchten
Bij elk hels gespuis
Als ik de schoppen ga bekijken
Zie ik de lans (2x)
Die Jezus’ zijde doorstak gans (2x).

10.
Bij het bezien van harte kaart
Denk ik aan Jezus’ vlammend harte
Die ons door zijn liefde mint en spaart
Zowel in droefheid als in smarte
Als ik de ruiten kom bekijken
Zie ik met droef gemoed
Dat Jezus heeft vergoten
Z’n goddelijk, dierbaar bloed
Om onze zonden af te wassen
En ons tegelijk (2x)
Te brengen in het vaderrijk (2x).

11.
De kaarten van het hele spel
Tot twee en vijftig wel bekeken
Voorstellen mij dat ik ook tel
In ’t hele jaar ook zoveel weken
Twaalf kaarten kan ik tellen
In verbeelding wonderfijn
Die mij voor ogen stellen
Dat er in een jaar ook zijn
Twaalf maanden en de kaarten op zak (2x)
Tot kerkboek en almanak (2x).

*pree = soldij

Tot zover de opname uit het Noord-Brabantse Vorstenbosch. Het lied mist echter het slotcouplet en dat vond ik op het zojuist genoemd liedblad.

12.
De majoor liet de soldaat weggaan
En kwam hem achting steeds bewijzen
Hij kon zijn vroom en braaf bestaan
Niet dan vereren en hem prijzen
Die aldus ’t kaartspel eren, spelen niet tot geldgewin
Maar willen ’t hieruit leren in deugdelijke zin
Opdat de kaart u niet begrave
En brengt ter hel-en brengt ter hel
Maar diene tot geestelijk kaartspel.

Jan Bols, pastoor van Alsemberg, tekende het lied op en publiceerde het in zijn Honderd oude Vlaamse liederen, uitgegeven in 1897. Bols denkt aanwijzingen te hebben dat het lied al voorkomt in 1717.

Ga naar boven

Van ’n soldaat in ’n kerk

Op vliegend blaadje nummer 34. uitgegeven in Gent en gedrukt door Van Paemel, in het begin van de negentiende eeuw staat een variant met de titel
• Christelyk en stichbaer liedeken van het kaerte-spel, of den uytleg van het natuerlyk Piquetspel door eene(n) Duytschen soldaet.
Melodieaanduiding:
• Moet ik hier nog lang op schildwagt staen
En aanvangsregel:
• Schoon het natuerlyk kaarte-spel.
Hier een voorbeeld van deze liedaanhef op een los liedblad. De afbeelding haalde ik van de Liederenbank.

 

 

 

 

Rolf Janssen tekende het lied op bij zuster Relindis (geboren als C.de Rooy te Goirle in 1900). Na de enigszins corrupte tekst, gezongen door de zuster, volgt de volledige tekst van het los liedblad.

1.
Schoon het natuurlijk kaartenspel
Veel mensen brengt tot dolen
Men leert hier in deez’ kaarten soms wel
Meer dan in die christelijke scholen
Men leert er een goed werk
Voor wie het begrijpen kan
Van een soldaat in een kerk
Met ’n hele bataljon
In plaats van uit zijn kerkboek te lezen
Nam hij het kaartenspel uit zijne zak
Heel vroom en ook godvruchtig wezen.

2.
Zodra nu zijn sergeant hem zag
Met ’t kaartspel in zijn handen
Zeide hem in stilte, zonder beklag
Foei! Wat doe jij aan de godsdienst schande
Doe dat kaartenspel nu gauw van kant
Of gij verdient uw straf
Maar de soldaat aan zijn sergeant
Geen taal of teken gaf
Hij bleef ootmoedig zijn kaarten maar bemerken
Van hoog tot laag, de soldaat zweeg
Gaf geen uitleg van al die werken.
3.
Zodra de mis nu was gedaan
De sergeant zijn soldaat opwachtte
Hij deed hem toen bij de majoor gaan
Waar hij nu voorlegt al zijn klachten
De majoor vroeg hem op strenge toon
Waarom dat zo gedaan
De soldaat met gebogen hoofd
Bleef zwijgend voor hem staan
Dan keek hij op met tranen in de ogen
Ach, hoor mij aan, zijn sten klonk zacht
En roerend diep bewogen.

4.
Hij nam zijn kaarten en knielde neer
Hij maakte geen gebaren
Toen dacht hij aan zijn God en Heer
Zo kwam hij tot bedaren
De christenleer der Roomse kerk
Is zuiver en oprecht
De schrift vertelt aan iedereen
Wat Jezus heeft gezegd
Éen God en Vader, schepper van het leven
Die ’t goede loont en ’t kwade haat
Maar gaarne wil vergeven.

5.
De twee zegt ons met zekerheid
Het staat in de schrifturen
Gij zijt mijn zoon, heeft God gezeid
Jezus heeft twee naturen
Wij weten dat God liefde is
Hij was met ons begaan
Hij wilde onze verlosser zijn
Hij nam de mensheid aan
Hij triomfeert en hij regeert
Hij heeft voor ons geleden.

6.
’t Geheim van de drievuldigheid
Éen God in drie personen
Die dankzij hun aanwezigheid
In onze harten wonen
’t Is goed voor u dat ik henen ga
Maar ik blijf u nabij
Een ander helpen zeg ik u
Die leert dan over mij
Ik vraag mijn vader en hij zal u dan geven
Licht, troost en vreugde en ware deugd
Tot in je diepste leven.

Deze zuster schreef later aan Rolf Janssen, dus een tijd nadat de veldopname was gemaakt:
´Ik weet dat dan de 4 evangelisten kwamen en daarna de 5 heilige wonden van Christus. De 6 waar Jezus ter bruiloft de 6 stenen kruiken liet vullen met wijn. De 7 sacramenten en de 8 zaligheden. De 9 koren der engelen en de 10 geboden der heilige kerk. Dan is de moeder maagd bezongen en Christus koning. Het laatst kwam telkens:
De klaverboer is mijn sergeant
Die merk ik voor Judas
Die bracht mij in de majoor zijn hand
En wat hij bracht tot stand
Hier is nu echte godsdienstles gegeven
Heel gezond en ongewild
Zalig zij die er trouw naar leven.´

Aldus zuster Relindis.

Volgt nu de volledige tekst van het liedblad, de coupletten heb ik genummerd.

 

Ga naar boven