Vader, ik wil gaan reizen

Dit is ook een lied over de verloren zoon, gepubliceerd in Het Straatlied, nieuwe bundel, verzameld en ingeleid door D. Wouters en J. Moormann. Uitgegeven in 1934. Onder de titel De verloren zoon staat gedrukt: Nieuwe berijming.

1.
Vader, ‘k wil gaan reizen
Geef mij geld en goed
‘k Ga naar andere landen
Daar is overvloed
En de oude vader, ’t viel hem bitter zwaar
Sprak: welnu mijn jongen, neem uw deel, ziedaar.

2.
In die vreemde wereld
Met haar praal en pracht
Waren geld en goed’ren
Weldra doorgebracht
Tot de diepste ellende kwam nu de arme zoon
Zwijnendraf werd hem geweigerd tot zijn loon.

3.
Tot zich zelf gekomen
Kwam weer ’s vaders huis
Voor zijn geest verrezen
Hoe, daar ginder thuis
Overvloed van spijzen was des huurlings deel
En een zielsverlangen vult zijn hart geheel.

4.
Kom, ik zal nu opstaan
En tot vader gaan
Zeggen: ‘k heb gezondigd
Neem me als huurling aan
Met verbroken harte en verslagen geest
Ging hij huiswaarts henen, neergedrukt, bevreesd.

5.
’t Vaderhart, bewogen
Zag van ver de zoon
Was nu ook vergeten
Alle smaad en hoon
Wenend omhelzend zijn herwonnen kind
Sprak de ontroerde vader: ‘k heb u steeds bemind.

6.
Brengt hier van ’t beste
Schoenen, ring en kleed
Weest dan allen vrolijk
Zit nu aan en eet
Want mijn zoon, verloren, en door smart verteerd
Is berouwvol heden tot ons weergekeerd.

En weer in hetzelfde liedboek kun je een parodie aantreffen over het verhaal van de verloren zoon met als titel: Lotgevallen van de verloren zoon.

Ga naar boven