De kleine, blonde koorknaap

Deze prachtige vroomheid sprak het katholieke volk enorm aan. Wat ons heden ten dage verbaasd is de ongelooflijke onnozelheid van deze koorknaap. Het manneke dat zijn pater Peter van kannibalisme verdenkt omdat hij immers ‘kleine kinderen eet’, zie het 4de couplet. Inmiddels weten we ook dat menig priester niet alleen kinderen eet maar er ook spelletjes mee deed en laten we het hier maar bij houden. Over deze laatste liefhebberij van menig priester is overigens nooit een lied geschreven! De volgende liedtekst, waar je eigenlijk niet goed van wordt als je deze leest, komt uit het archief van Rolf Janssen.

1.
Een kleine, blonde koorknaap
Ontsteld en aangedaan
Kwam uit de Mis des ’s morgens
Thuis bij z’n moeder aan
Lieve moeder sprak hij bevend
Met een sidderend gebaar
Nooit dien ik pater Peter
De Mis nog aan ’t altaar.

2.
Maar kindlief, sprak de moeder
Zeg mij, wat vreest gij dan
Die goede pater Peter
Is zulk een heilig man
Men zegt dat somtijds engelen
In ’n schitterend wit gewaad
Rondom de pater zweven
Als hij aan ’t altaar staat.

3.
Ik ben zo bang geworden
Ach moeder, nu ik weet
Omdat die pater Peter
Ook kleine kinderen eet
Raad eens wat ik vanmorgen
Met eigen ogen zag
Ik zag een schoon, klein kindje
Dat op ’t altaar lag.

4.
De pater lachte vriendelijk
Het schone kindje toe
En ook ’t kindje lachte
Zo lief, zo blijde moe
Pater deed erg lieflijk
En boog zich langzaam neer
Hij bracht ’t aan zijn lippen
En ik zag ’t kind niet meer.

5.
De moeder diep bewogen
Drukte haar kind aan ’t hart
Zo sprak ze, lieve kleine
Vergeet die bange smart
Dat kind was ’t kinde Jezus
De kleine lieve Heer
Hij daalt alleen uit liefde
In des paters harte neer.

6.
Als gij zijt groot geworden
En Jezus teer bemint
Dan daalt ook in jouw harte
Dat zelfde Jezuskind
Ga daarom zonder vreze
Weer naar de pater heen
Hij nut geen andere kinderen
Dan ’t Jezuskind alleen.

Ga naar boven