Van ene slordige vrouw

Aan het slot van dit hoofdstuk met liedjes met geluiden, een variant uit Vlaanderen. In Honderd oude Vlaamse liederen door Jan Bols, uitgegeven in 1897 te Namen staat het lied Van ene slordige vrouw. De beginregel van het eerste couplet is: ‘k Kwam lestmaal over de Rijn. Per couplet moet er drie keer gefloten worden en dat wordt duidelijk in de tekst aangegeven. De Vlaamse volksmuziekgroep ’t Kliekske voerde het nummer uit op hun elpee Klein, klein manneke.

Luisterbestand: ‘k kwam lestmaal over de Rijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
‘k Kwam lestmaal over de Rijn, ti-ri-lijn
(gefloten) vliegenden duim,
‘k Kwam lestmaal over de Rijn
Al met een houten lepeltje,
Dit zal mijn schipje zijn
(gefloten) vliegenden duim (2x)
Dat zal mijn schipje zijn.

2.
De vrouw had ’n pik op mij, ti-ri-lij
(gefloten) vliegenden duim,
De vrouw had ’n pik op mij
Zij meende da’k geen geld en had
En ‘k had nog meer als zij
(gefloten) vliegenden duim (2x)
En ‘k had nog meer als zij.

3.
De vrouw had een schapraai, Ti-ri-laai
(gefloten) vliegenden duim,
De vrouw had een schapraai
Van onder zet z’ haar eten
Van boven haar salaai
(gefloten) vliegenden duim (2x)
Van boven haar salaai.

4.
De vrouw had enen zin, ti-ri-lin
(gefloten) vliegenden duim,
De vrouw had enen zin
Daar dat zij ’s morgens uitkwam
Daar kroop zij ’s avonds in
(gefloten) vliegenden duim (2x)
Daar kroop zij ’s avonds in.

Ga naar boven