Wie is de vader van ‘t land.

Dit lied is heel bekend. Het werd kennelijk veel gezongen op feesten want je komt het in veel liedjesschriften tegen. Ik noteerde het lied bij mevrouw Slijters – van Aarle uit Schijndel, mevrouw Walravens – Hellings uit Best en de heer Van Empel uit Middelrode. Ik heb alle coupletjes die ik tegenkwam gepubliceerd. Als u het lied wilt gaan gebruiken, kunt u hier zelf een keuze uit maken. De melodie blijft hetzelfde.
Om u te helpen zal ik wat namen geven die je tegenkomt als deze melodie bedoeld wordt:
Als is ons prinsje nog zo klein,
Wie in januari geboren is,
Wie is de zuster van de thee.

Het grappige is dat je een aantal liedjes uit het Versenboek van W. Offermans (zie www.cubra.nl) op deze melodie kunt zingen.

Luisterbestand: Wie is de vader van het land.

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Wie is de vader van ’t land, de boer
Bestuurt het erf van vaste hand, de boer
Wie haalt des burgers laatste duit
En kleedt met vreugd de heren uit,

Refrein:
De boer, de boer, de boer
De boer, de boer, de boer!

2.
Wie komt er graag op elk feest, de boer
En hangt er dan nooit uit de beest, de boer
Wie eet er zes maal op een dag
En weet niet waar hij ’t laten mag,

Refrein

3.
Wie laat de pastoor nooit in de steek, de boer
En slaapt er zondags in de preek, de boer
Wie lust er gère balkenbrij
En brood met spek en worst erbij,

Refrein

4.
Wie is niet bang voor mest en stank, de boer
En roert erdoor al is ’t lang, de boer
Wie pompt het op met vaste hand
En spuit het lekker over ’t land,

Refrein

5.
Wie voert zijn varkens roggemeel, de boer
En geeft om ’s langs belang niet veel, de boer
Wie perst met vreugd’ het koolzaak uit
En doet de olie in de tuit,

Refrein

6.
Wie houdt er graag van zijn gemak, de boer
En heeft er schijt aan stadse kak, de boer
Wie laat er steeds een scheet in ’t veld
Nog harder dan de brandweer belt,

Refrein

7.
Wie moppert nooit al op het weer, de boer
En legt er zich direct bij neer, de boer
Wie weegt er nooit een mulder na
En slaat de bakker in de la,

Refrein

8.
Wie is er eerlijk wijd in ’t rond, de boer
Maar brengt veel eieren naar de Bond, de boer
Wie brengt de Romme naar ’t fabriek
Al zijn de koeien van ’t klauwzeer ziek,

Refrein

9.
Wie brengt karbonade naar de pastoor, de boer
En krijgt een kwaaie sigaar ervoor, de boer
Wie moppert er nooit op ’t weer
En legt er zich direct bij neer,

Refrein

10.
Maar toch wie is de beste vent, de boer
Van kerk en staat het fundament, de boer
Wie is het die men niet missen kan
Daar leven alle mensen van,

Refrein

11.
Wie houdt de kippen aan de leg, de boer
En geeft voor niks de zeug haast weg, de boer
Wie laat de crisis maar begaan
Al zijn de centen naar de maan,

Refrein.

Ga naar boven