De negen boerenmeiden.

Het lied van de vier boerenmeiden werd me op 7 juni 1977 voorgezongen door mevrouw Schelle – Habraken uit Udenhout. Het bestaat uit vier coupletten en een refrein. Het was heel grappig om er later achter te komen dat het lied gaat over négen boerenmeiden, zo bleek uit een optekening van Harrie Franken en gepubliceerd in zijn Liederen en dansen uit de Kempen. De vier coupletten die mevrouw Schelle voor me zong, komen voor in het lied over de negen boerenmeiden. Ik heb de melodie van mevrouw Schelle gebruikt.

Luisterbestand: De negen boerenmeiden.

 

 

 

 

 

 

 

1.
De eerste boerenmeid
Draagt ene hoed met veren
Ze kijkt wel een beetje scheel
Maar ze heeft het toch zo gere,

Refrein:
Sjoemlala, sjoemlala, sjoemla, sjoemla
Sjoemlala, sjoemlalalalala.

2.
De tweede boerenmeid
Draagt ene jak met mouwen
Ge kunt het wel aan haar zien
Ze zou wel willen trouwen,

Refrein.

3.
De derde, ’t is een rooi
Ge moogt het gerust weten
’t is zo’n helemaal een rooi
En ik heb ze goed bekeken,

Refrein.

4.
De vierde, ’t is een zwart
De schoonste van alle boerinnen
als ik haar zie dan klopt mijn hart
Op haar stel ik mijn zinnen,

Refrein.

Nu het lied uit Liederen en dansen uit de Kempen: De negen boerenmeiden. Voor ’t gemak laat ik alle coupletten uit de Kempen volgen. We zien dan dat de coupletten die mevrouw Schelle zingt, overeenkomen met resp. couplet 9, 6, 2 en 3.

1.
Komt vrienden blijft ‘ns even staan
En luistert naar mijn zinnen
Dan zullen wij eens gauw
De boerenmeiden gaan bezingen,

Refrein:
Van zjoela, zjoela, zjoela (3x)
Van zjoela.
2.
De eerste is een rooi
En ik heb ze goed bekeken
’t Was geen erge mooi
Maar ‘k zag haar alle weken.

3.
De tweede is ’n zwart
De schoonste der boerinnen,
Als ik haar zie dan klopt mijn hart
Op haar stel ik mijn zinnen.

4.
De derde is een bont
In de moeistraat is haar woning
Ze kust op hare mond
Maar ze is zo zoet als honing.

5.
De vierde kort en dik
Goed gek, dat moet je weten
’t zou waarlijk jammer zijn
Indien ik haar zou vergeten.

6.
De vijfde boerenmeid
Draagt ene jak met mouwen
Ge kunt het aan haar zien
Ze zou wel willen trouwen.

7.
De zesde boerenmeid
Draagt krullen in de haren
Ze heeft ’t al zo kwaad
En ze is pas achttien jaren.

8.
De zevende boerenmeid
Komt van die bange stoven
D’r haalder die is duur
Mèr daor gi ze ’n lotje boven.

9.
De achtste boerenmeid
Draagt ene hoed met veren,
Ze kijkt wel een beetje scheel
Maar ze heeft het toch zo gère.

10.
De negende boerenmeid
En hiermee wil ik zwijgen
Ze loopt een beetje scheef
Maar jonge z’ hi vette schijven.

11.
Komt vrienden als ge me niet gelooft
Komt woensdag maar eens kijken
Of ik de waarheid spreek
Zal dan wel waarlijk blijken.

Ga naar boven