De boerenmuts.

Deze pleidooi voor het dragen en in stand houden van de poffer nam ik op in 1979 bij mevrouw Van Kasteren – Lourensen en haar broer meneer Lourensen uit Schijndel. Bij mijn weten was dit de eerste keer dat ik in Schijndel liedjes opnam, ik woonde toen nog in Den Bosch.
De broer en zus vertelden me dat dit lied zo´n vijftig jaar geleden in een boerenbondblad stond. Dat moet dus in de jaren dertig zijn geweest. Zij zongen twee coupletten en het refrein en wisten me te vertellen dat er waarschijnlijk nog een derde couplet moest zijn, maar dat ze dat niet meer kenden.
Voor dat derde couplet werd ik uiteindelijk geholpen door een liedjesschrift uit Esch, waar het volledige lied in stond. Ik heb nog een heel lelijk kopietje gevonden van het blad waarin dit lied gepubliceerd werd, De Katholieke Boerin. Het is uitgegeven door de N.C.B en heeft als datum: 16 augustus 1929. De woorden zijn van C.J. Zwijsen en de muziek is van J. v. Nuenen uit Berlicum.

Wilt u meer weten over de Brabantse boerenmuts dan kan ik u van harte aanbevelen: De poffer, vrouwentooi in Brabant,geschreven en samengesteld door Gerard Rooijakkers en uitgegeven door Uitgeverij Het Veerhuis in 2010.

 

 

 

 

Luisterbestand: De boerenmuts.

1.
Hoezee, hoezee de mutsen
Der Meierijse vrouw
Het erfdeel onzer moeders
Wij blijven haar getrouw
Hoe sierlijk welft de poffer
Om ’t hoofd van jong en oud
Een sneeuwveld zijn de kanten
Een rijker kroon dan goud

Refrein:
Weg met die apenhoedjes
Door ’t stadsvolk ons gebracht
Veel schoner staan onz’ mutsen
De aloude boerendracht

2.
Hoe wapperen de linten
Bij ’t spelen van de wind
Hoe strelen zij de blikken
Van moeder of van kind
O, vrouw van Brabants dorpen
O, jeugd der Meierij
O, draagt uw muts met ere
’s Lands eigen feestkledij

Refrein

3.
’t Is ’t beeld der oude zeden
Van uw geboortegrond
Door moeder fier gedragen
Toen zij voor ’t altaar stond
Zij blijv’ in verre tijden
Uw schild der zedigheid
En heerlijke getuig’nis
Van Brabants eerbaarheid.

Refrein

Ga naar boven