Daar reed een boer om turf en om hout.

Dit liedje noteerde ik bij mevrouw Schelle – Habraken in 1978 te Moergestel. De tekst lijkt me onvolledig en is eigenlijk niet in strofen in te delen; de muzieknotatie loopt namelijk door van de eerste regel tot en met de laatste regel van het lied. Later zal blijken dat het een zogenaamd klapliedje is.

Luisterbestand: Daar reed een boer om turf en om hout.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Daar reed unne boer om turf en om hout
Om turf en om hout (2x)
Op zijne wagenstout.

2.
En wat vond hij onderwege staan
Een mooi meisje aangedaan (3x).

3.
En hij sprak er dat meisje zo vriendelijk aan
En zo vriendelijk aan
Wilde gij met mij gaan dansen en
Wilde gij met mij niet gaan?

4.
En ik wil er met u niet gaan dansen
Of ik wil er met u niet gaan
Want mijne moeder die zal kijven
En mijn vader die zal mij slaan.

5.
En uw moeder die zal niet kijven
Of uw vader die zal niet slaan
Want ik heb nog van mijn leven
Aan ’n mooi meisje geen schade gedaan,
Want ik heb nog van mijn leven
Aan ’n mooi meisje geen schade gedaan,

Toon en Regine Gevers zongen het volgende lied voor mij in hun woonplaats Loosbroek in 1982, op 8 februari.

1.
Een boer, een boer
Een boer die reed om turf en om hout
Om turf en om hout
Die op zijn wagen stond.

2.
Hij kreeg, hij kreeg
Hij kreeg zo’n droef al in ’t gezicht (of: gewicht)
………………………………

3.
De boer, de boer
De boer die durfde niet thuis te komen
Niet thuis te komen
En wil ik oe eens zeggen waarom?

4.
Zijn vrouw, zijn vrouw
Zijn vrouw die stond al achter de deur
Al achter de deur
Al met een dikke bambom.

Het is een klapliedje, dat al in de dertiger jaren van de vorige eeuw gezongen werd door schoolkinderen. Toon en Regine omschreven het als volgt:
Je gaat met tweeën tegenover elkaar zitten of staan.

• ‘Een boer, een boer, een boer’: 3 keer op eigen knieën met beide handen.
• ‘Een boer’: in oksels met beide handen.
‘Om turf’: in eigen handen klappen
• ‘En om hout’: tegen partners handen aan
• ‘Om turf’: op eigen knieën
• ‘En om hout’: in eigen oksels
• ‘Die op z’n’ : in eigen handen
• ‘Wagen’: tegen partners handen
• ‘Stond’: op eigen knieën.

Hetzelfde klapliedje is: Toen in een boom een koekoek zat, ook dit wordt door Toon en Regine gezongen.

We vonden het liedje nog in: Het levende lied van Nederland, van Jaap Kunst.
De titel is: Daar reed een boer.

Luisterbestand: Daar reed een boer.

 

 

 

 

 

1.
Daar reed, daar reed, daar reed een boer met turf en hout
Met zijne wagen stout (3x).

2.
Wat zag, wat zag, wat zag hij op zijn wegen gaan
Een engel met zijn kind (3x).

3.
Hij sprak, hij sprak, hij sprak dat kind eens vriendelijk aan
Zeg, wil je met me gaan? (3x).

4.
Heb je, heb, je, heb je van Jan zijn beste broek
Een boterdoek gemaakt (3x).

5.
Dan kan, dan kan, dan kan de kraamvrouw ook eens zien
Hoe jou dat mutske staat (3x).

Het vierde couplet haalden we uit de liederenbank.
Jaap Kunst merkt in zijn boek terecht op: een raadselachtige tekst.

Ga naar boven