Als de boer wil dansen gaan.

Dit dansliedje nam ik op bij mevrouw Schelle – Habraken in Udenhout in 1977. We gingen het uitvoeren met onze volksmuziekgroep Mie Katoen, maar vonden de drie coupletjes die mevrouw Schelle zong te weinig. We maakten couplet drie en vier er zelf bij. Pas later kwamen we er achter dat zowel tekst als melodie van dit dansliedje gemaakt zijn door mevrouw E. Wettig – Weissenborn. Haar liedje werd gepubliceerd in een liedbundel en kwam zo in de ‘volksmond’ terecht, dat was in 1938.

We hebben het lied destijds, eind 1979, op onze eerste elpee gezet: En ons moeder hi gezeejd  en Ellie Olderaan uit Vught schreef er later danspassen bij. En nu nog wordt er door diverse volkse dansgroepen gedanst op ‘onze’ muziek en de choreografie van Ellie Olderaan.

Luisterbestand: Als de boer wil dansen gaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Als de boer, als de boer wil dansen gaan, hopsasa, tralala
Dan trekt hij z’n beste pakje aan, hopsasa, tralala,
Dan danst hij, dan springt hij van een, twee en drie
Met Mientje en Greetje van hopfalderie
Van je een, twee en drie (2x)
Met Mientje en Greetje van hopfalderie.

2.
Als de vrouw, als de vrouw wil dansen gaan, hopsasa, tralala
Dan trekt ze haar beste rokskes aan, hopsasa, tralala,
Dan danst zij, dan springt zij van een, twee en drie
Met Dries en met Daantje van hopfalderie
Van je een, twee en drie (2x)
Met Dries en met Daantje van hopfalderie.

3.
Als de zoon, als de zoon wil dansen gaan, hopsasa, tralala
Dan trekt hij zijn beste schoenen aan, hopsasa, tralala,
Dan danst hij, dan springt hij van een, twee en drie
Met Bertha en Drieka van hopfalderie
Van je een, twee en drie (2x)
Met Bertha en Drieka van hopfalderie.

4.
Als de meid, als de meid wil dansen gaan, hopsasa, tralala
Dan trekt ze haar beste schortje aan, hopsasa, tralala,
Dan danst ze, dan springt ze van een, twee en drie
Met Teun en met Gerrit van hopfalderie
Van je een, twee en drie (2x)
Met Teun en met Gerrit van hopfalderie.

5.
Als de knecht, als de knecht wil dansen gaan, hopsasa, tralala
Dan doet hij zijn beste klompjes aan, hopsasa, tralala,
Dan danst hij, dan springt hij van een, twee en drie
Hij danst in zijn eentje van hopfalderie
Van je een, twee en drie (2x)
Hij danst in zijn eentje van hopfalderie.

En als we dan toch zingen over een dansende boer komen we vanzelf terecht bij een aansporing om een boer aan ’t dansen te krijgen in het volgende lied: ‘Sa, boer gaat naar de dans’.

Ga naar boven