Schoenpoetsverkoper

Dit lied over de schoenpoetsverkoper of blinkmasjel nam ik in juni 1977 op bij mevrouw Schelle – Habraken in Udenhout. Zij noemde het, het lied van de blinkmasjel, uiteraard had ik hier nog nooit van gehoord. Toen ik de liedtekst ging uitschrijven vanaf de cassetteband, vond ik het een lied in wartaal, ik kon er geen touw aan vast knopen. Ik ga toch de tekst van mevrouw Schelle -Habraken weergeven en ga al een beetje uit van de 7 originele coupletten die op een los liedblad zijn verschenen zo rond 1830. Hierover later.

Luisterbestand: De blinkmasjel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Wat is hier laatst gezongen, een kluchtje van ’t fortuin
Heel aardig uitgevonden, van een juffrouw trots en rijk
Gene minnaar kon haar de trouw behagen
En zij wou gene man als met drie of vier talen
Daarbij nog rijk van goed en edel van geslacht
De hoogmoed en de glorie stond zo diep in haar gedacht.

2.
Zij had er reeds verscheiden met blauwe schenen gaan
Al die daar kwamen vrijen, gene ene stond haar aan
Als die met grote haat, elkander kwamen spreken
Zij hielden samen raad, om haar de trouw te wreken
Zij kende daar ene gast, een schone blinkmasjel
Hij sprak verscheidene talen, uit het Spaans en Franse land.

3.
Hij was ene frisse jongen, ze maakten hem meneer
Op een schoon paard gesprongen, trok hij naar deez’ juffrouw weer.
Dan kwam hij daar in ’t Spaans, om het woord van trouw te vragen
Dan weer in ’t Italiaans, zijn reden voor kwam dragen.
Dan sprak hij weer in ’t Vlaams, zijn reden goed en fijn
Als hij geen Brabants praatte, dacht madam, dat zal hij zijn.

4.
Ze dronken een fles wijn, toen gingen ze naar de stad
Die heren kenbaar maken, als dat hij het jawoord had
Ze hielden drie dagen feest, met de heren aan die smeer
Madam was vol glorie, met haar rijke miljonair.
Na deez’ drie vrolijke dagen, is hij stil weggegaan
Zijn kleren weg gaan dragen, trok zijn blink kabet weer aan.

5.
Hij is met zijn mand met blink, al naar het kasteel gereden
Al waar hij leuren ging, de meid sprak buiten rede
Zeg smeerlap, maakt u voort, maak u terstond van hier
Meneer zal thuis gaan komen en die jaagt u van de poort.

6.
Ach meisje, ge bent bedrogen en wat spreekt gij hier zo stout
Uwe heer staat voor uw ogen, ik ben met de madam getrouwd
Madam zo hoort van ver, zij kreeg wel vijf kleuren
Dat hare miljonair, daar met de blink kwam leuren
Zij sprak, ik ben bedrogen, maar wat mij niet en scheelt
Het komt mij toegevlogen, van die ik nooit heb gewild.

7.
Maar het is toch gedaan en ik zal hem exomeren
Als mijne echte man, er zal niets aan mankeren
Ik heb geld en goed genoeg, als menig land en stad
Dat ik niet kon verteren, of ik dertig levens had.
Zij maakt hem schone kleren, zo trots als ene heer
Hij pronkt als andere heren, wat een groot fortuin is dat.

8.
Van ene blinkmasjel, een man van grote prachten
Het schoonste dat hierna, haar eerste vrijers lachten
Ze spraken deez’ fiere madam, heeft nu voor haar ene man
Een edelman gekregen, die de blink Frans eren kan.

Aanvankelijk volgt de tekst van mevrouw Schelle – Habraken nog aardig de tekst van het liedblad, maar dan gaat haar tekst sterk afwijken.
Hebben we hier nou toch met een tekstvariant te maken of allerlei slordigheden en eigen verzinsels van de diverse gebruiken van dit lied?
Ik zal nu het liedblad in beeld brengen met een afbeelding van een schoensmeerverkoper. De afbeelding komt uit: Bittere pillen, liederen uit de oude doos van D. Wouters, 1943. Het losse liedblad haalde ik uit de Liederenbank.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Harrie Franken noteerde het lied in de Kempen en publiceerde het in zijn Liederen en dansen uit de Kempen. Bij hem is de titel: De blinkmarchant ofwel de schoenpoetsverkoper.

Ga naar boven