De mijnramp te Corbières.

Ik leerde dit lied kennen als: De mijnramp te Courieres. De plaatsnaam is waarschijnlijk niet goed geschreven, ik kon deze niet zo goed ontcijferen in het liedjesschrift waarin deze tekst geschreven stond.
Dit protestachtige ramplied stond in het schrift van Mevr. Blummel-Schellekens uit Schijndel. Zij kende de melodie niet meer.
In de verzameling liedbladen van mevrouw P. Heessels- Van Maaren uit Schijndel vond ik dit mijnwerkerslied.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Zij dalen neer in donkere zwarte mijnen
Een werkmansschaar, ze zwoegen dag en nacht,
Geen zonneglans die stralend hun beschijne
Een karig loon, geen weelderige pracht.
Ze werken steeds, ’t is of zij altijd dromen
Genot en vreugde worden hun bespaard,
En als ze dan weer stijgend boven komen
Zijn ze verblind van zonlicht van dezer aard’.

Refrein:
Daal dus maar weder, onder aarde neder
Daal werkmanszoon, nu voor de laatste maal,
Gij blanke slaven, die altijd graven
Gij arbeidsschaar, die zwoegt voor ’t kapitaal.

2.
Weer dalen zij voor hunnen arbeid neder
Een grote knal werd overal gehoord,
Nooit zien zij hunne vrouw of kinderen weder
In de schoot der aarde zijn honderden gesmoord.
Hoe zinloos, ziet gij al die vrouwen dringen
En roepen luid, om hun man of zoon,
Waanzinnig starend, zij hun handen wringen
Roepen ze luid, O, God, is dat ons loon.

3.
Die grote ramp bracht schrik in alle landen
Veel medelij met weduwe en wees,
Een wrede dood verbrak daar veel banden
Bracht kommer, rouw, ellende en ook vrees.
Een grote stoet van lange rijen lijken
Gaan door de straat, gevolgd door maagd en vrind,
Zie de armen gaan, zie toch hoe zij bezwijken
De werkmansvrouw en ook het werkmanskind.

4.
Rust zacht, rust zacht, gij brave proletaren
Die stierven op ’t arbeidsveld van eer,
Een grote drom van dappere arbeidsscharen
Helaas, helaas, wij zien er nimmer weer.
Voor ’t goud uws meesters liet gij uw nuttig leven
En bracht voor hen zoveel rijkdom en macht,
Maar eens zullen zij voor onze wrake beven
Dus makkers slaapt gerust in eeuwige nacht!

Ik vond hetzelfde lied nog op een ander los liedblad met als titel: Mijnwerkerslied.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Je kunt duidelijk zien hoe slordig de drukker met de tekst omging, de oorspronkelijke eigenaar van het vliegend blaadje bracht zelf correcties aan. Bij toeval zag ik eens een krantenartikel, Tekens uit de oertijd in de Corbières. In dat artikel is
te lezen: De Corbières is een warme, droge streek in zuidwest-Frankrijk, rijk aan grotten, waar onderzoekers in een verborgen spelonk de schedel en andere resten hebben aangetroffen van een 500.000 jaar oud mens. Is de mijnramp in bovenstaand lied misschien in dit gebied gebeurd?

Ga naar boven