‘t Liedje van de pap.

In de Vlaamse zanger, deel 1 (eerste druk: 1899) staat een lied over ’n koster onder de titel: ’t Liedje van de pap. Er staan twee melodieën genoteerd met als wijze: van Pierlala.
Eerst de eerste melodie.

Luisterbestand: ‘t Liedje van de pap.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Daar is een schone klucht geschied
En dat door kosters fout
Door sneeuw en wind, wie weet het niet
Is het des winters koud
En zekere dag, wil’t goed verstaan
Wanneer de vroegmis aan moest gaan
Toen ging er niemand aan zijn werk
Maar elkeen naar de kerk.

2.
Mijnheer pastoor kwam aangegaan
Ging naar de sacristij
En sprak dan zijne koster aan
Dat hier wijwater zij
Mijnheer pastoor, ’t is door de vorst
Zo hard bevroren als een korst
Mijnheer pastoor kom maar gewis
Zien hoe ’t bevroren is.

3.
Of het bevroren is of niet
Het moet ook zijn ontdooid
Want zoveel vreemden als gij ziet
Die waren hier nog nooit
De koster nam ’t wijwater aan
En is er mee naar huis gegaan
En zette neder met plezier
’t Wijwater aan het vier.

4.
Des kosters vrouw had pap gekookt
Voor knecht en klein en groot
Die pap was dik en wel gebrokt
Heel stijf van roggebrood
De koster ging met goed fatsoen
Inwijl nog gauw een druppel doen
Dees smaakt, zo ’t schijnt, wel nooit zo zeer
Dan in het winterweer.

5.
Opeens hoort hij de beêklok slaan
De mis was aanstonds uit
Dan is hij ras naar huis gegaan
Daar lag het spel verbruid
Zijn vrouw die was juist, bij geval
De koeien melken in de stal
Zodat haar man geen licht en vond
En in het donker stond.

6.
Hij meende dat ’t wijwater was
Hij nam de pappot aan
En is er mee al even ras
Naar de sacristij gegaan
Pastoor die in het donker stond
Stak zijne kwispel tot op de grond
Hij meende ook zonder twijfel, dat
Hij goed wijwater had.

7.
Nu, Dries kreeg zijn gezicht vol pap
Jan kreeg het in zijn haar
Eenieder lachte met die grap
Maar ik was rap van daar
En Klaaske die riep met geweld
Ziet eens hoe dat ik ben gesteld
‘k Kreeg gans de kwispel op mijn kap
En louter roggepap.

8.
De vrouwen aan de linker kant
Die kregen ’t in hun oog
Als dat de pap, heel dik van brij
Zo duivels vloog omhoog
Zij raapten gauw de voorschoot op
En smeten hem op hunnen kop
De ene droeg de andere vooruit
Welhaast de tempel uit.

9.
Mijnheer pastoor die het onval zag
Sprak zijne koster aan
Ach heer, sprak dees in droef beklag
Wat heb ik nu gedaan
Mijnheer pastoor, bekijf mij niet
Ik mis de pap tot mijn verdriet
En dan mijn vrouw, ach, heer pastoor
Hoe trek ik mij erdoor?

10.
Alsdan is hij naar huis gegaan
Maar hoort eens hoe zijn wijf
Zodanig vloog aan ’t kijven aan
Van zo een stom bedrijf
Mijnheer pastoor lacht met die klucht
En al de vreemden met genucht
Papkoster, wordt hij nu genaamd
Gelijk het ook betaamt.

In de Vlaamse zanger staat nog een variant van het eerste couplet:

1.
Komt vrienden, die hier staat in ’t rond
Al die hier zijt omtrent
Het is voor niemand geen affront
’t Is iedereen bekend
’t Is een abuis, ’t is waar geschied
Tussen pastoor en koster, ziet
Toe, luistert dan, onthoudt het wel
Hetgeen ik u vertel.

Nu de tweede melodie.

Luisterbestand: ‘t Liedje van de pap (tweede melodie).

Ga naar boven