Koster, koster Lambrecht.

Dit lied, een zogenaamde Wilde vesper, heb ik in de jaren zeventig van de vorige eeuw opgestuurd gekregen vanuit het Volksliedarchief te Amsterdam. Wilde vespers, ik wil nog eens een apart hoofdstuk aan wijden, zijn liederen die hun melodie ontlenen aan de Rooms Katholieke kerkgezangen en gebeden, denk aan vespers, metten, psalmen en litanieën. Ze komen dus hoofdzakelijk voor in katholieke streken. De kerkgezangen en gebeden waren nogal eentonig en in het voor velen onbegrijpelijke en onverstaanbare Latijn. Aangezien de geregelde kerkganger deze nogal eens moest aanhoren, lag het voor de hand dat men grappen ging uithalen met tekst en melodie.

In de 18de eeuw was het lied al bekend onder de titel: Zamenspraak tussen een priester en koster en andere zingende personen.
Een Duitse variant gaat terug tot zelfs de 16de eeuw! Zie: www. liederenbank.nl
In: Limburgse Liederen van Lambrecht Lambrechts, uitgegeven in 1936 staat een variant De wilde vespers en daar begint het lied met: Kosterke, kosterke Weldaad.

Luisterbestand: Koster, koster Lambrecht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Koster, koster Lambrecht
Hier ben ik Heer uw getrouwe dienstknecht
Zeg mij wat brengen ons de kerkeluiden
Uit het westen, het oosten, het noorden en het zuiden
De kerkeluiden hebben ons zeer wel bedacht
Zij hebben ons veel geld gebracht
Het geldje van ting, tang, toria
En het klokje van kling, klang, kloria.

We hebben hier te maken met een stapellied, de eerste vier regels van het bovenstaand couplet worden bij elk volgend couplet herhaald, evenals de laatste twee regels.

2.
Koster, koster Lambrecht
Hier ben ik Heer uw getrouwe dienstknecht
Zeg mij wat brengen ons de kerkeluiden
Uit het westen, het oosten, het noorden en het zuiden
Zij hebben ons een vet zwijn gebracht
Het zwijn is mijn,
Het geldje van ting, tang, toria
En het klokje van kling, klang, kloria.

3.
Koster, koster Lambrecht
Hier ben ik Heer uw getrouwe dienstknecht
Zeg mij wat brengen ons de kerkeluiden
Uit het westen, het oosten, het noorden en het zuiden
Zij hebben ons een vette haan gebracht
De haan brak aan
Het zwijn is mijn,
Het geldje van ting, tang, toria
En het klokje van kling, klang, kloria.

4.
Koster, koster Lambrecht
Hier ben ik Heer uw getrouwe dienstknecht
Zeg mij wat brengen ons de kerkeluiden
Uit het westen, het oosten, het noorden en het zuiden
Zij hebben ons een vette os gebracht
De os brak los
De haan brak aan
Het zwijn is mijn,
Het geldje van ting, tang, toria
En het klokje van kling, klang, kloria.

5.
Koster, koster Lambrecht
Hier ben ik Heer uw getrouwe dienstknecht
Zeg mij wat brengen ons de kerkeluiden
Uit het westen, het oosten, het noorden en het zuiden
Zij hebben ons een vette gans gebracht
De gans sprak Frans
De os brak los
De haan brak aan
Het zwijn is mijn,
Het geldje van ting, tang, toria
En het klokje van kling, klang, kloria.

6.
Koster, koster Lambrecht
Hier ben ik Heer uw getrouwe dienstknecht
Zeg mij wat brengen ons de kerkeluiden
Uit het westen, het oosten, het noorden en het zuiden
Zij hebben ons een vet schaap gebracht
Het schaap kreeg slaap
De gans sprak Frans
De os brak los
De haan brak aan
Het zwijn is mijn,
Het geldje van ting, tang, toria
En het klokje van kling, klang, kloria.

7.
Koster, koster Lambrecht
Hier ben ik Heer uw getrouwe dienstknecht
Zeg mij wat brengen ons de kerkeluiden
Uit het westen, het oosten, het noorden en het zuiden
Zij hebben ons een vet kalf gebracht
Het kalf was half
Het schaap kreeg slaap
De gans sprak Frans
De os brak los
De haan brak aan
Het zwijn is mijn,
Het geldje van ting, tang, toria
En het klokje van kling, klang, kloria.

8.
Koster, koster Lambrecht
Hier ben ik Heer uw getrouwe dienstknecht
Zeg mij wat brengen ons de kerkeluiden
Uit het westen, het oosten, het noorden en het zuiden
Zij hebben ons een vette koe gebracht
De koe was moe
Het kalf was half
Het schaap kreeg slaap
De gans sprak Frans
De os brak los
De haan brak aan
Het zwijn is mijn,
Het geldje van ting, tang, toria
En het klokje van kling, klang, kloria.

Ga naar boven