De koster en zijn klokken.

De koster en zijn klokken vond ik in het Groot geïllustreerd keukenmeiden zangboek, door Jaap van de Merwe verzameld, geordend en ingeleid, uitgegeven door A. Bruna en zoon in 1976.
Als commentaar staat bij dit lied:
Geliefd voordrachtstuk omtrent middernacht op plattelandsbruiloften vóór 1940, bij voorkeur verrijkt met pikante toepasselijke coupletjes op de aanwezige familie en buren. Oorspronkelijk gelanceerd door gentleman-humorist Luciën uit Den Haag.
Het is nu heel aannemelijk dat de koster en zijn klokken model heeft gestaan voor het lied De koster waar ik dit hoofdstuk mee begonnen ben.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier nog een keer het notenschrift en de liedtekst:

Luisterbestand: De koster en zijn klokken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Soms is in ons dorpje een meisje de bruid
Dan ben ik degeen die de klok voor haar luidt,
Er hangen twee klokken, de ene is licht
Die klept als het gaat om een zedig, kuis wicht,

Refrein:
Van je bimmele, bammele, bom
Van je bim, bam,bom
Van je bimmele, bammele, bom
Van je bim, bam,bom

2.
De zware klok beiert als ’t bruidje bepaald
Goed weet waar vrind Abram de mosterd wel haalt,
Dan komen de kwezels gauw aan om te zien
Of dat je ’t soms zien kan, aan ’t bruidje misschien.

3.
Griet van de drogist zei: zeg koster ik trouw
En ‘k wou dat jij dan ook de klok luiden zou
Ik zeg: nou, dat wordt dan de zware, hè meid?
Zei zegt: hoe weet jij..? ‘k Zeg: ’n feit is ’n feit.

4.
Zij zegt: maar er ís niks, of ík dat niet wist
Allicht, bij het dochtertje van de drogist,
Maar Klaas is een zoon uit een godvruchtig huis
En de klok vertelt eerlijk van kuis of onkuis.

5.
Toen zij weer: ach kostertje, da’s wel een straf
Wie weet ziet Klaas dan wel van ’t huwelijk af,
Als u nou voor Klaas eerst de lichte klok luidt
En pas nà de voltrekking de zware voor de bruid?

Ga naar boven