De snijderskermis.

 

 

 

 

 

 

 

 

De volgende optekening maakte ik in Schijndel bij mevrouw Peters- van Herpen.
Ik heb de tekst aangevuld met couplet 3, opgetekend door Harrie Franken in de Kempen en genoteerd in: Liederen en dansen uit de Kempen.

Luisterbestand: De snijderskermis.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Toen ’t kermis voor de snijders was
In ’t huisje bij de brug (2x)
Toen aten zij met tachtig, ja acht maal achtentachtig
Van een gebakken mug,

Refrein:
Wiede, wiede, wiet de geitebok
Mek, mek, mek de snijders (2x)
Joechheisasa, joechheisasa (2x)
Zjiem, zjoem, laat de naalden suizen.

2.
En toen het maal geëindigd was
Toen waren zij vol moed (2x)
Toen dronken zij met tachtig, ja acht maal achtentachtig
Uit ene vingerhoed.

3.
Toen ieder flink gedronken had
Was heel de voorraad op (2x)
Toen dansten zij met tachtig, ja acht maal achtentachtig
Op ene speldenknop.

4.
Ze wilden ook wel dansen gaan
Maar hadden genen haard (2x)
Toen dansten zij met tachtig, ja acht maal achtentachtig
Op ene geitenstaart.

5.
Ze wilden niet te voet naar huis
Maar hadden ook geen ros (2x)
Toen reden zij met tachtig, ja acht maal achtentachtig
Op ene garenklos.

6.
Toen vonden zij na ’t heerlijk feest
De deur op slot, wat kruis (2x)
Toen kropen zij met tachtig, ja acht maal achtentachtig
Door ’t sleutelgat in huis.

Rolf Janssen tekende deze melodie nog op.

Luisterbestand: Kermis bij de snijders.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ga naar boven