Het kluchtlied van een orgeldraaister.

 

 

 

 

 

 

 

Ludwig Richter, houtsnede.

In de verzameling losse liedblaadjes van mevrouw P. Heessels – van Maaren uit Schijndel vond ik dit kluchtlied Het kluchtlied van een orgeldraaister als onderdeel van een groot liedblad dat met plakband aan elkaar werd gehouden. De tekst is verschrikkelijk corrupt, er is geen touw aan vast te knopen. De drukker, een zekere Leon …Eckers, de eerste letter van de achternaam is niet meer te lezen, kwam uit Diest en woonde en/of werkte
aan de Koemert 32. Hij had een stoomdrukkerij.

Het eerste couplet heeft vijftien regels, het tweede twaalf en het laatste couplet telt 17 regels. Tot mijn spijt heb ik de klucht nog niet kunnen vinden in liedboeken of in de Liederenbank. We zullen het met de tekst van het liedblad moeten doen en deze zal ik, integraal en met zet- en taalfouten overnemen. Nou maar hopen dat we originele tekst eens vinden, dan is het o, zo interessant om te zien hoe zo’n liedtekst
in de loop der tijd aan erosie onderhevig is. We wachten af.

1.
Gij allen die hier in de kermisweek
Die d’orgels op straat wel hoort
Zij draaien gezwind dat gepraat
Van uw streek pianomuziek
Dat bekoort een vrouwtje
Met zo een draaiorgelkast
Dat zag ik hier op onze lei
Ik meende dat het een Italiaanse was
Terwijl ik daar vriendelijk zei
Lieve signora, sprak ik op zachte toon
Uw serenade klinkt zo vroom
Schoon spreekt maar Italiaans
Dat kan ik ook verstaan
En liet ik haar niet meer los
En ik ben met haar meegegaan.

2.
Zeg zusje, gij moet er niet
Kwaad op mij zijn dat ik u zo
Gaarne zie terwijl ik dan
Draaide sloeg zij hem ourin
En ik neep haar zachtjes in haar knie
En ik gaf daar een ring en
Een geldbeurs bij
Nooit had ik een schoonder gezien
Zij nam alles aan en bedankte mij
Ik draaide maar door op het muziek
Ik sprak haar van trouwen
Nooit zal het u rouwen als ik dat hopen mag.

3.
Mijnheren sprak zij in gebroken Frans
Ik ben niet alleen opgepast
Mijne man gaat ginds
Met dat schoteltje rond
Gij wist nog niets, zeker en vast
Maar nauwelijks had zij die woorden gezegd
Een krachtsgeboum Italiaanse
Had mijn heel gezwind op de stenen gelegd
En klopte er maar op aan
En een paar blauw ogen
Hier en daar een klop
En allebij mijne mouwen
Getrokken uit mijne frak
Ras drie agenten sleurden
Mij naar den bureau
Indien nog zonder centen
Ene nacht in de bak voor cadeau.

Ga naar boven