Het scheppingsverhaal

 

 

 

 

De tekst van dit scheppingsverhaal, geschreven op een los velletje papier, kreeg ik van iemand van de familie Hellings uit Schijndel. Het zevende couplet haalde ik van de site www.cubra.nl. Het werd ingezonden door Nel Timmermans. De melodie haalde ik uit Liederen en dansen uit de Kempen, een opname van Harrie Franken in Liempde.
Luisterbestand: Toen God de wereld had geschapen.

 

 

 

 

 

 

1.
Toen God de wereld had geschapen
Schiep hij de honden en ook de apen,
Hij schiep dit alles uit het niet
En hij was zo blij dat het was geschied.

2.
Maar toen moest er nog een ander wezen komen
Waarvoor de dieren zouden schromen,
Hij schiep de mens zo wijd en zijd beaamd
De eerste mens werd Adam toen genaamd.

3.
Adam leefde heel stil en verlaten
Hij had niemand waar hij eens mee kon praten,
Het werd al donker, het werd al nacht
En wat er toen gebeurde had Adam nooit verwacht.

4.
De engel Gabriël is op zijn pantoffeltjes gekomen
Hij heeft een ribbetje uit Adams zij genomen,
Hij maakte daar een heel lief en aardig vrouwtje van
Tot gezelschap van de allereerste man.

 

 

 

 

 

 

 

Lino: Rolf Janssen.
5.
’s Morgens bij het ontwaken, o, wat mocht hij horen
Een lief stemmetje klonk hem in de oren,
Zeg Adam, luister eens even hier
Ik ben gekomen alleen voor jouw plezier.

6.
Adam was verheugd in hoge mate
Hij kon het loven en het danken niet meer laten,
Hij riep met luide stem toen blij
Heer, neem al mijn ribbetjes en maak nog vrouwtjes bij.

7.
En daarom zijn de vrouwen op deez’ aarde
Voor de mannen van zoveel waarde,
Daarom hulde aan de vrouw
Want zij blijft in alles trouw.

Ga naar boven