De eerste kus

Ik laat nu twee liedjes volgen over Adam en Eva waarin de kus, de zoen het belangrijkste thema is.
Het eerste lied komt uit de rijke liedverzameling van mevrouw Blummel – Schellekens uit Schijndel.  Zij heeft veel liedjes voor mij gezongen, de melodie van de eerste kus kende zij helaas niet. Heel plastisch wordt verhaald over de ontstaanswijze van de eerste zoen. Aan de tekst te zien geen heel oud lied.
Het tweede liedje zie je even verderop in dit hoofdstuk: De zoen.

1.
Heer Adam lag te dromen, te dromen in het gras
En lag er aan te denken, hoe schoon het leven was,
Hij dacht wat is het heerlijk hier op deez aard’
Maar hij hoefde ook niet te tobben om zijn kolenkaart.

2.
Hij lag daar in zijn eentje, te zingen in de zon
Want Eva was naar de stad voor een nieuwe japon,
De vogels in de bomen zongen zachtjes mee
En zie daar wipte Eva luchtig uit lijn twee.

3.
Ook Eva ging wat rusten in dat malse gras
Ze zuchtte dat de suiker alweer wat duurder was,
Ze mompelde nog Gerzon en hoedendoos
En daarna zei ze niets en mafte als een roos.

4.
Toen hoorde Adam eensklaps ’n brommend zoemgeluid
Hij dacht dat Eva snikte of ’n KLM-vliegtuig,
Maar nee, ’t was een bijtje zoemend in het rond
Tot het op Eva’s lip een zachte rustplaats vond.

 

 

 

 

 

 

 

Lino: Rolf Janssen.

5.
En Adam, nou dat snap je, keek er nieuwsgierig naar
Hij dacht wel potverdikke, wat doet dat beestje daar,
Maar toen hij naderbij kwam, weg vloog de bij
Die toen op Eva’s lip van schrik wat honing lij.

6.
En Adam die nou eenmaal nieuwsgierig was gemaakt
Wou toch wel weten dat dat beestje zo kostelijk had gesmaakt,
Eerst dorst hij niet, maar eensklaps pakte hij de moed
En toen was hij verloren, wat smaakte die honing zoet.

7.
En zo is heel toevallig, het kussen toen ontdekt
En ‘t geheim is zo als honing gestadig uitgelekt,
En ’t is wel eigenaardig dat jong en oud
Dat heel die goeie wereld zoveel van honing houdt.

Ga naar boven