Adam had schuld daaraan

In een liedjesschrift dat eens is aangelegd door C. van de Laar uit Esch in de jaren 1897-1898, kwam ik een liedtekst tegen over Adam en Eva.
Ik neem tenminste aan dat het om een lied gaat getuige een refrein tussen de coupletten!
Deze veronderstelling bleek juist te zijn. Bovenaan een liedblad met dit lied trof ik volgende tekst aan:

Nou weten we ook meteen uit welk jaar dit lied stamt: 1893.

Hetzelfde lied vond ik op een driedelig liedblaadje. Op deze manier werden dikwijls losse liedblaadjes gedrukt en uitgegeven.
In dit geval door: E. P. A. van de Geer Jr. uit Amsterdam.
Deze naam kom je vaak tegen onderaan losse liedblaadjes, of nog vollediger als:
Electrische Boek- en Handelsdrukkerij, Erven E. v.d. Geer, Egelantiersstraat 17, Amsterdam.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maar ook de bekend Noord-Brabantse liedjesmaker en uitgever Frans Rombouts uit Roosendaal gaf zo’n drukwerkjes uit, met liedjes en voordrachtjes.
Hij gaf een catalogus uit, hiervan slechts één pagina afgedrukt, en maakte de mensen er op attent dat elk nummer 1, 2, à 3 stukjes bevat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Middels deze drukwerkjes komen we al wat te weten over Frans Rombouts.
Onder een liedblad staat bijvoorbeeld, dat hij boeken, liederen en voordrachten verkocht.
Uitgever: Fr. Rombouts- Roosendaal (N.Br.), Boek- Liederen en Voordrachtenhandel.

Soms wordt ook een jaartal op een liedblad gedrukt, in 1911 is het volgende liedblad gedrukt:

De prijs is kennelijk niet aan inflatie onderhevig en bedraagt altijd 5 cent.
Een derde naam die je veel tegenkomt op losse liedblaadjes is Pasman, die woonde en of werkte in Rotterdam op de Jaffakade 7 en daar had hij een snelpersdrukkerij.

Nu de tekst van Adam had schuld daaraan, de melodie is mij niet bekend en is ook niet op te sporen middels de Liederenbank.

 

 

 

 

 

 

 

Lino: Rolf Janssen.

1.
Ja, Adam en zijn Eva werd
Lelijk uit ’t paradijs gezet
Omdat ze beiden zonder schroom
Eens snoepten van de appelboom
Vanaf die tijd vrouw Eva sprak
De vrouw is slim, de man is zwak
De vrouwen denken vaak zeer wijs
Zulks zien wij aan het paradijs.

Refrein:
Adam heeft schuld daaraan
Hij nam de appel aan
Eva die goede bloed
Vond alles, alles goed.

2.
Als een lief meisje wordt gevrijd
Zodra komt dan die schone tijd
Men kust en koost zich nimmer zat
De wittebroodsweken noemt men dat
Maar is die tijd voorbij o, kruis
Vraagt zij: wie is de baas in huis?
De man heeft het meestal verbruid
Moet dansen als ’t vrouwtje fluit.

Refrein.

3.
Had Adam zich toch niet gestoord
En niet naar Eva’s stem gehoord
Misschien was de mens kloek en wijs
Nog heden in het paradijs
Men had dan geen belastingdwang
En leefden dan ons leven lang
Gelukkig en steeds blij gestemd
Als een vis die in het water zwemt.

Refrein.

4.
De mode is toch een tiran
Zo zucht en klaagt soms menig man
Als men volwassen dochters had
Als men de modeplaat eens zag
Mevrouw die wil een nieuw zij kleed
Een nieuwe hoed wil Margareet
Een fluwelen mantel wil Marie
En Liesje een kiekerekie.

Refrein.

Ga naar boven