Adam en Eva

Het volgende lied, en dat lijkt me wel duidelijk als je de tekst bekijkt, is niet erg oud. De tekstdichter, wie zou dat zijn geweest?, is er overduidelijk in geslaagd om het aardse paradijs in Brabant te situeren. Ik heb het lied op veel plaatsen kunnen optekenen, de mensen zongen het graag. Je komt de tekst ook nog al eens tegen in liedjesschriften en ik vond nog een verkorte optekening van Harrie Franken in Liederen en dansen uit de Kempen. De melodie is erg populair geweest, veel tekstdichters hebben er gebruik van gemaakt.

Ik leerde dit lied van twee dames uit Schijndel. Mevrouw Verhagen- van Rozendaal en mevrouw Kivits- van den Heuvel. Van de heer Oppers uit St.-Oedenrode had ik alleen een tekst. Verder heb ik de tekst nog vergeleken met drie inzenders van de site www.cubra.nl: Max van Alphen, Nico Verhoof en Nel Timmermans.
De cartoon komt van: animaatjes.nl.

1.      Adam en Eva. ( Wijze: Toen ik nog een jungske was. )

Luisterbestand: Adam en Eva.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.
Toen onze Heer de wereld schiep, schiep hij de man uit klei
Hij maakte een vrouwke en een man, wat waren die twee blij,
Ze speelden samen tikkertje en nog wat van die dingen
Er was nog geen belasting toen, dus ze deden niets dan zingen.

Refrein:
Tra- la-la-la-la, tra- la-la-la-la.

2.
En Adam lag de hele dag met zijn blote mik in het gras
En Eva vond dat ze knapper dan de knapste filmster was,
Ze zei: als ik jouw kuiten zie, dan moet ik altijd gillen
Maar Adam pakte ze stevig vast en sloeg ze tegen d’r billen.

Lino: Rolf Janssen.

3. Ons Heer die zei: ge eet maar raak, er is van alles zat
Maar van die boom met bellefleuren, daar wordt niet van gejat,
Want anders zal ik jullie vlug wel potvermillemoppen
Door Michaël met het vlammend zwaard, mijnen hof uit laten schoppen.

4.
Ze schudden toen meej hunnen kop en zeiden: nee, nee, nee
Dat doen we niet hoor, lieve Heer, daar doen we niet aan mee,
Maar och ge weet de wil is goed, het vlees is o zo zwakskes
De duvel had een ander plan en zat al in de takskes.

5.
Hij was gekropen in een slang en lag zo op de loer
Hij wachtte toen op Eva lief, die maakte hare toer,
Hij sprak tot haar: mademoiselle, luste gij een bellefleurke
Het vrouwke zei: dat mag ik niet en kreeg pardoes een kleurke.

6.
De duvel hield nog efkes aan en Eva trapte d’r in
Zo kreeg die loeder van een slang toch lekker nog haar zin,
En Eva holde op een draf naar Adam met een kreetje
Ze riep: m’n goeie ouwe sok, toe hap nu ook een beetje.

7.
Omwille van de lieve vree beet Adam in de vrucht
Maar amper had hij dat gedaan of plots betrok de lucht,
De heer verscheen met veel kabaal en riep hen op ‘t matje
Ze bonden in de haast nog gauw voor hunnen buik een bladje.

8.
Hij stopperspilde hen eruit en zei: zeg, bende zot
Ge komt er lekker niet meer in, ik doe de tent op slot,
Ge ziet maar dat ge eten krijgt, ik zie jou voor het leste
Gij hebt bij mij uw erwten uit, bonjour, het allerbeste.

9.
Ze kropen samen in het bos, zo zonder kleren aan
Ze durfden in hun blote vel niet naar de stad te gaan,
Maar Sinterklaas die met het lot der armen steeds begaan is
Die stuurde toen een pakje vol, van Jansen en Tilanus.

10.
En Adam trok op werken uit, ze hadden nog geen centen
Hij bleef zo’n beetje in het vak en ging met appels venten,
En Eva kocht een mantelpak en Adam een jacquetje
Pantoffels en een boordeknoop en Eva een korsetje.

11.
Op zekere dag belde ze op, toe Adam kom naar huis
Ik voel me toch zo misselijk, het is beslist niet pluis,
Toen Adam kwam lag zij in bed en de baby had een kleurke
En Eva sprak: dit is jouw zoon, we noemen hem Bellefleurke.

12.
En Adam sprak: dit grapje kost veel centen naar ik vrees
Maar Eva zei: wat geeft dat nou, we trekken toch van Drees,
En Eva kocht bij V&D een mooie kinderwagen
En Adam ging intussen om de kinderbijslag vragen.

13.
Ik heb mij in dit schone vers misschien wel eens vergist
De feiten ken ik niet precies, er was geen journalist,
Ik weet dus op geen stukken na of ’t allemaal wel waar is
Wel weet ik dat het nageslacht sindsdien wel de sigaar is.

14.
Als Adam er niet was geweest en Eva evenmin
Dan hadden wij vandaag geen feest en ook geen goeie zin,
Gelukkig hebben ze allebei van het appeltje gegeten
Want anders hadden wij nu niet aan ’t borreltje gezeten.

Ga naar boven