Vastenavond

Uitgangspunt bij dit hoofdstuk over de strijd tussen vasten en vastenavond (ook wel vastelavond genoemd) zijn twee panelen van Jeroen Bosch die ik uitgebreid bespreek.

Inhoud:

1. Strijd tussen vastenavond en vasten
2. Pretmakers in een mosselschelp
3. De rommelpot
4. De doedelblaas
5. De uil
6. Scheren van de zot
7. Literatuurlijst

 

 

 

 

 

 

1. Strijd tussen vastenavond en vasten.

Het volgende citaat komt uit de catalogus die uitkwam bij de grote Bosch-tentoonstelling in 1967. Deze werd gehouden in het toenmalige Noordbrabants Museum in de Bethaniestraat in ’s-Hertogenbosch, van 17 september tot en met 15 november:
Zestiende-eeuwse kopie, naar hetzelfde voorbeeld als het vorige paneel, (dat bespreek ik later) aan weerszijde uitgebreid met bijscènes. Links een keukentafereel, het koken van mosselen en het bereiden van deeg voor de vastenavondwafels, met op de voorgrond een visschoonmakende vrouw; rechts een groep vastenavondgasten in een opengebarsten, monstrueuze doedelzak, waaruit dwaasheidssymbolen zoals een windmolentje en een pollepel steken.

Later heeft men getracht van dit schilderij een godsdienstige satire te maken door de toevoeging van het opschrift:
Dit is de dans van Luther met syn nonne.
Meerdere werken van Bosch hebben in de 16de en 17de eeuw dit lot ondergaan. Vooral in de prentkunst is veel gebruik gemaakt van voorstellingen uit Bosch’ werk, waaraan dan een nieuwe, actueel-satirische betekenis werd gegeven. Het paneel is vrijwel identiek aan een exemplaar in het Museum Mayer – van den Bergh te Antwerpen.
Dit besproken paneel bevindt zich in het Rijksmuseum te Amsterdam. Herkomst: in 1896 te Parijs gekocht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Volgende citaat komt ook weer uit de catalogus die uitkwam bij de grote Bosch-tentoonstelling in 1967:

Als grisaille geschilder voorstelling van een groep feestende personen in een zaal. Van links en rechts worden twee tafels binnengedragen, die dienst als troon van respectievelijk Carnaval- een doedelzakspelende nar- en Vasten- een grote vis.
De dansenden dragen voorwerpen, zoals een pollepel met uil, een blaasbalg, een spinrokken, en een kat in een mand, die volgens Bosch-kenner D. Bax symbolen van de bandeloze vastenavondspret zijn.
Tegenover de uitbundigheid van de carnavalsvierders  staat de magere vasten, aangeduid door een vrouw, die de tafel met de vis draagt, gevolgd door een monnik.
Dit schilderij, dat bij de ontdekking ervan door Friedländer in twee gelijke stukken verdeeld was, en pas nadien opnieuw is samengevoegd, wordt in verband gebracht met een vasten en vastenavond van Bosch, in het bezit van Philips II in het Prado.
In hoeverre deze kopie dit verondersteld origineel benadert is onbekend.
Er zijn verscheidene andere kopieën van bekend, die alle iets uitvoeriger, en in kleur, geschilderd zijn.

 

 

 

 

 

 

Het paneel bevindt zich in Galerie Cramer in Den Haag, aldus de tekst in de zojuist genoemde catalogus. Het paneel is in 1925 in de kunsthandel te Milaan ontdekt; kunsthandel J. Goudstikker, Amsterdam. Van 1929 tot omstreeks 1958 in de collectie Thyssen- Bornemisza te Lugano.
Paul VandenBroeck zegt over dit paneel in zijn Jheronimus Bosch, de verlossing van de wereld: ´Links wordt een dikke doedelzakspelende man op een ronde tafel binnengedragen. Zijn attributen (kan, dierenpootje, omgevallen kruik) wijzen op dranklust, verspilling en losbandigheid. Aan het andere uiteinde bevindt zich een in lange gewaden gehulde magere vrouw, van wie het hoofd schuilgaat onder een ronde tafel waarop een grote vis en een mes liggen. Een oude monnik(?) maakt aanstalten om in de vis te bijten. Nu wordt de Vasten wel steeds als een schrale persoon in lange klederen uitgebeeld en is de vis het belangrijkste attribuut of zinnebeeld van de Vasten.´

Ik citeer weer Paul Vandenbroeck uit zijn zojuist genoemd boek, in het hoofdstuk: Vastenavond en Vasten: metafoor van tegengestelde waarden:
‘De strijd tussen Vasten en Vastenavond is geënt op de zeer oude stam van een echt volks (niet: folkloristisch) ritueel spel. Vanaf de 13de eeuw bestaat het thema van de strijd tussen Vasten en Vastenavond. De oudste literaire teksten met het thema dateren uit de 13de eeuw. Het literaire hoogtepunt ligt tussen 1450 en 1600. Zesentwintig van de 42 bekende teksten stammen uit die periode; de helft daarvan ontstond tijdens Bosch’ leven, ca. 1450-1516. Deze fase is onbetwistbaar het zwaartepunt van de hele literaire geschiedenis ervan. Bosch’ bewerking van het thema staat dus allesbehalve alleen. Bij Bosch is het zelfs geen echte strijd.’

Er zijn meerdere afbeeldingen met het thema  Strijd tussen Vastenavond en Vasten, echter zonder dat een doedelzak is afgebeeld.

Hier een afbeelding van Schelte Adamsz. Bolswert (Bolsward ca. 1586- Antwerpen 1659), naar een ontwerp van Boëtius Adamsz. Bolswert (Bolsward ca. 1580- Antwerpen 1633).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook de schilder David Vinckeboons (Mechelen 1576- Amsterdam 1632) heeft een schilderij gemaakt met als thema de strijd tussen vastenavond en vasten. Deze afbeelding haalde ik uit ‘Vastenavond-Carnaval, feesten van de omgekeerde wereld’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier een detail.

 

 

 

 

 

 

 

De volgende prent  is gemaakt door Frans Hoghenbergh (Mechelen ca. 1540 – Keulen ca. 1590). Rijksprentenkabinet, Rijksmuseum, Amsterdam. Hij signeerde met: Frans hoechghenberghe. Inderdaad; zijn achternaam met een kleine letter.
De tekst bovenaan is:

Den vetten vastelavond met alle syn gasten
Compt hier bestriden die mager vasten.

Op de kar links zit een man die de den vette vastelavond uitbeeldt, en die gaat de strijd aan met de kar rechts waarop een vrouw die mager vasten uitbeeldt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nu de teksten onderaan de afbeelding:

Al die gherne vet smuert, bly van gheeste
En tvleesch verschueurt met appetyte
Coemt helpt verschiere(n) de vaste(n)avontfeeste
Soe en staet u gheen spaerich(eyt) te verwyte.

Wien leckerheyt behaeght (cleyn van pryse)
Van menigherhande visschen bereyt
Die houwe hem aen de Vasten spyse
Soe cryght hy den lof van soberheyt.

Op de achtergrond, iets links van de kerk loopt een doedelzakspeler voor een groepje mensen, een soort klein optochtje.
Ik zal het detail laten zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de zojuist besproken prent van Frans Hoghenbergh is er sprake van een strijd tussen de vette vastelavond en de magere vasten. Aansluitend hierop laat ik twee gravures zien, wel eens aangeduid als de keukenprenten van Bruegel, waarop deze strijd verdeeld wordt over twee afbeeldingen. We hebben het hier over de vette keuken en de magere keuken. Bij alle twee zien we een doedelzak afgebeeld.

De vette keuken is gemaakt door graficus Pieter van der Heyden (Antwerpen, 1530 - 1576) naar een ontwerp van Pieter Bruegel 1 (Brussel, 1527/1528- 1569), in het jaar 1563, onderaan de gravure te lezen. De gravure is uitgegeven door Hieronymus Cock (Antwerpen, 1518 – 1570). De vette keuken is in het bezit o.a. van het Noordbrabants Museum in ’s-Hertogenbosch.

 

 

 

Het is duidelijk dat de magere doedelzakspeler niet welkom is in deze keuken met zijn adipositas-figuren. De afbeelding behoeft verder geen uitleg, u kunt zelf ontdekken waar de hoofdpersonen zich aan te goed doen, zij zijn totaal niet afhankelijk van de voedselbank, zou die er al geweest is in de 16de eeuw. Hij wordt letterlijk buiten geschopt en ook de hond werkt mee aan het de deur wijzen van de schraalhans.

 

 

 

 

Volgt de magere keuken, met een doedelzak die niet bespeeld wordt maar aan de muur hangt, naast een kast waarin alleen twee uien liggen en een ei. De magere keuken is gemaakt door graficus Pieter van der Heyden (1530 Antwerpen 1576) naar een ontwerp van Pieter Bruegel 1 (1527/1528-Brussel 1569), in het jaar 1563, onderaan de gravure te lezen. De gravure is uitgegeven door Hieronymus Cock (Antwerpen 1518 – Antwerpen 1570). De magere keuken is o.a. in het bezit o.a. van het Noordbrabants Museum in ’s-Hertogenbosch.

Hier wordt de dikke man buitengewerkt, uit de keuken waar ‘maegherman de pot roert’ zoals te lezen is onder in de tekstband. In Stoett: Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden kun je twee uitdrukkingen lezen die betrekking hebben op de magere keuken. Daar is schraalhans keukenmeester= daar is het armoedig, daar krijgt men niet veel te eten. Bij schraalhans is magerman kok.

Ook hier geldt weer voor de kijker, kijk maar eens goed naar de detail van de afbeelding om te zien hoe karig het in deze keuken is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Volgen nog twee vastenavondkeukens met een doedelzakspelende gast.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Balthasar van den Bosch, ’s-Hertogenbosch 1518-1580 Antwerpen). Gravure. Rijksprentenkabinet van het Rijksmuseum in Amsterdam.
De tekst links onder is:

’t Is hier vastelavond in elcx aenschouwen
D’ een bact wafelen Hanne danst met lijsen
Dominee Vechpot sietme sijn musique vast houwen
Ghenoechte sonder arch en is niet om misprijsen.

Hier een Vastenavondkeuken uit de omgeving van Pieter Bruegel II (Brussel 1564- 1638 Antwerpen). 17de eeuw, Centraal Museum, Utrecht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tenslotte een vette keuken geschilderd door Jan Steen (1625/1626-Leiden-1679), met precies in het midden van het paneel, op de achtergrond een doedelzak aan de muur. Het schilderij is gedateerd ca. 1650.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ga naar boven

2. Pretmakers in een mosselschelp

Dr. D. Bax wijdt in zijn Ontcijfering van Jeroen Bosch een hoofdstuk aan pretmakersgezelschappen. Éen zo’n gezelschap hebben we al langs zien komen in het schilderij Strijd tussen vasten en vastenavond. Een tweede gezelschap ga ik nu bespreken en laten zien. Het betreft de gravure: Pretmakers in een mosselschelp.

De afbeelding is gemaakt door Pieter van der Heyden (Antwerpen ca. 1540- ca. 1582) naar een ontwerp van Jeroen Bosch (’s-Hertogenbosch ca. 1450-1516). De prent is in 1562 vervaardigd en uitgegeven door Hieronymus Cock (Antwerpen ca. 1518- 1570). Rechtsonder de gravure staat vermeld: H(ieronymus) Cock, 1562. Er staat ook: Heronimus Bos inv., dat wil zeggen dat Bosch de inventor was van deze afbeelding, de ontwerper.
Nou moet je deze laatste opmerking, over de inventor, dikwijls met een korreltje zout nemen, er wordt wel eens verondersteld dat deze verwijzing naar Bosch bedoeld was om de verkoop van een prent  te stimuleren. Als je de afbeelding goed bekijkt dan kun je je al meteen afvragen: zijn het wel muzikanten? Rechts in de schelp zit een man die met een botje een blaasbalg speelt en geen luit. Voor hem zit een man een rooster te bespelen en een aantal inzittenden van de schelp zijn aan ’t zingen uit een liedboek. De enige muzikant is waarschijnlijk de doedelzakspeler die zoveel gedronken heeft dat hij moet overgeven, gelukkig buiten de mossel.

We hebben hier weer te maken met een duidelijke verwijzing naar het vastenavondfeest met zijn vastenavondvierders. Hierbij moet je bedenken dat de mossel geldt als een vastenavond- en vastenspijs. Bax spreekt hierover in zijn bovenvermelde werk.
Dronkaards, zingende/lallende mensen, een vrijend paartje en de figuren bovenin de schelp die voor ’t eten zorgen met een flinke ham als hoofdgerecht. Als je dan bedenkt dat zowel een mossel als een doedelzak vaak beschouwd worden als erotisch symbool, hebben we hier te maken met een losbandig en vraatzuchtig gezelschap. En daarbij moet ik constateren dat er weer een duidelijk verband is tussen het gebruik van een doedelzak bij het vastenavondfeest.

De gravure Muzikanten in een mosselschelp is in het bezit van het Noordbrabants Museum in ’s-Hertogenbosch en er is een exemplaar te vinden in het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.
Later, in 1596 verscheen er een kopie van de mosselschelp van de hand van Johann Theodor de Bry (1561-1623). Op internet kunt u deze afbeelding opzoeken.

Naar boven

3. De rommelpot

Op een gegeven moment gebeurt er iets opmerkelijks in de iconografie van de strijd tussen de vastenavond en de vasten. De rommelpot doet zijn intrede en dat begint  in 1559 met het bekende schilderij van Pieter Bruegel de Oude: De strijd tussen Vasten en Vastenavond. (Wenen, Kunsthistorisch Museum).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Volgen nu twee details, met de vette vastenavondfiguur en de rommelpotspeler. Dit is tot nu toe de oudst bekende afbeelding van een rommelpot! (1559).

 

In ‘Vastenavond-Carnaval, feesten van de omgekeerde wereld’ vond ik de volgende afbeelding van de strijd tussen vastenavond en vasten. Deze afbeelding, uit het derde kwart van de 16de eeuw, komt uit de omgeving van Pieter Bruegel 1, en bevindt zich in het Museum of Fine Arts in Boston. Er zijn deze keer geen muziekinstrumenten te zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de latere vastenavondiconografie kom je geen doedelzak meer tegen, maar de rommelpot. Ik zal twee voorbeelden laten volgen en er meteen bijzeggen dat ik nog graag een uitgebreid hoofdstuk zal weiden op mijn website, aan dit interessant begeleidingsinstrumentje.
Bron: ‘Vastenavond-Carnaval, feesten van de omgekeerde wereld’.

Links: Jan van de Velden II ( Delft? 1593-1641 Enkhuizen). Gravure uit 1625. Rotterdam, stichting atlas van Stolk.
Rechts: Cornelis Bloemaert ( 1603-Utrecht- 1684), naar Abraham Bloemaert (Dordrecht 1564-1651 Utrecht).Gravure, Rotterdam, Museum Boymans- van Beuningen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ga naar boven

4. De doedelblaas

Een voorloper van de doedelzak, de doedelblaas, zie je in een vastenavondvoorstelling  op een ets, gestoken door  Pieter van der Heyden in 1567 en uitgegeven door Hieronymus Cock.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De tekst rechts onderaan de ets is:

Pijpt nou vrij oppe en speelt van hertten fier
Backt wafelen en struyven om wel te smeeren
Tis nou al keremisse sijt nou vrolijck hier
Dus brengt malcanderen eens van den Rynschen cleeren
En wijlt nou uit genuchten de sot wel scheeren.

De doedelblaasspeler zie je rechtsboven in de hoek, afgebeeld in een venster. Hier een detail.

 

 

 

 

 

 

 

 

Ga naar boven

5. De uil

Op de schouw hangt een tekening, voorstellende een uil (zie verderop), met daaronder de tekst Hiero. Bos. Inventor. Matthijs Ilsink in zijn boek ‘Bosch en Bruegel als Bosch’ vraagt zich nu af: Wordt hiermee bedoeld dat de hele scène een inventie van Bosch is geweest, of heeft de inscriptie alleen betrekking op de prent in de prent die op de schouw is geprikt?

Even verder:
Het interieur met de pretmakers, de wafelbakster en de zot die geschoren wordt, lijkt niet erg veel met Bosch te maken te hebben.
Maar hetzelfde kan gezegd worden van de uilenprent op de schouw. Dit is namelijk een reproductie van een bestaande houtsnede die niet met
Bosch kan worden verbonden. Het is een prent die in de tweede kwart van de 16de eeuw gedateerd moet worden en dus na de dood van Bosch (1516) is ontstaan.

Hier de afbeelding van de uil als pelgrim en rechts de tekening op de schouw.

 

 

 

 

 

 

 

 

Koreny beschouwt de afbeelding als een verloren gegane compositie van Bosch. Hij zegt in zijn ‘Bosch, alle Zeichnungen’: Der 1567 datierte Stich( ets) kann somit (derhalve)als glaubwürdiger Beleg(bewijs) für eine verlorene Komposition von Hieronymus Bosch gelten. Koreny geeft met duidelijke voorbeelden aan hoe hij tot deze slotsom komt.

Ga naar boven

6. Scheren van de zot

Het scheren van de zot en de doedelblaasafbeelding kom je in meer afbeeldingen tegen. Hier een afbeelding die Fritz Koreny in zijn ‘Bosch, die Zeichnungen’ de narrenkeuken heeft genoemd. Hij dateert de tekening  1570-1580. Deze bevindt zich in de Albertina te Wenen. Een duidelijke kopie van de hierboven weergegeven vastenavondviering van Pieter van der Heyden, inclusief de afbeelding van de doedelblaasspeler.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rechtsonder wordt de zot geschoren, de krullen liggen op de grond, er is geen narrenstok te zien. Er zijn meer afbeeldingen hiervan bekend. Fritz Koreny publiceert de volgende  afbeelding van het scheren van de nar (Narrenrasur), uit ca. 1550-1580. Heel duidelijk het rechterfragment van de vorige afbeelding. De tekening bevindt zich in Londen in het British Museum. De nar zit op een omgekeerde mand en  is zo te zien al kaalgeschoren, de krullen zijn niet te zien. Rechts staat de zotskolf of marot afgebeeld (‘elke zot heeft zijn marot’). In de rechter bovenhoek zie je de doedelblaasspeler, in het Duits heeft zo’n instrument een Platerspiele, en volgens Koreny steunt de muzikant op het blad van een doorgeefluik. De muzikant is nu rechts van de hoofdpersonen weergegeven in plaats van recht erboven. Aanvankelijk waren er Bosch-kenners (Friesländer en Popham) die de tekening een echte Bosch vonden, later werd dit in de literatuur weersproken en kon men bewijzen dat het hier om een kopie gaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het aardige van deze drie vastenavondafbeelding is wel dat de doedelblaasspeler elke keer weer wordt afgebeeld. Hij hoort er dus echt bij om welke reden dan ook.

Ga naar boven

7. Literatuurlijst

  1. Vastenavond-Carnaval, feesten van de omgekeerde wereld.
    Uitgave bij de gelijknamige tentoonstelling in het Noordbrabants Museum te ‘s-Hertogenbosch, 1992.
    Redactie: Charles de Mooij. Uitgever: Waanders uitgevers, Zwolle.
  2. Hiëronymus Bosch, Die Zeichnungen. Werkstatt und Nachfolge bis zum Ende des 16. Jahrhunderts.
    Fritz Koreny.
    Brepols publishers n.v., Turnhout, Belgium, 2012.
  3. Jheronimus Bosch, catalogus behorende bij de Jeroen Bosch tentoonstelling te ´s-Hertogenbosch, 1967.
  4. Jheronimus Bosch, de verlossing van de wereld, Paul Vandenbroeck.
    Ludion Gent-Amsterdam, 2002.
  5. Ontcijfering van Jeroen Bosch, D. Bax.
    ´s-Gravenhage, Staatsdrukkerij/ Martinus Nijhoff, 1949.
  6. Bosch en Bruegel als Bosch, Kunst over kunst bij Pieter Bruegel (ca. 1528-1569) en Jheronimus Bosch (ca. 1450-1516).
    Matthijs Ilsink.
    Uitgave van Stichting  Nijmeegse Kunsthistorische Studies, 2009.
    Uitgeverij:  Orange House, Edam.
Ga naar boven