Lissabons drieluik

Op het linkerpaneel van het drieluik Temptatie van Sint-Antonius (ca. 1501 of later) van Jheronimus Bosch staat ook een doedelzakspeler. Het werk hangt in Lissabon in het Museu Nacional de Arte Antiga. Prof. Dr. Dirk Bax beschrijft dit triptiek, dat hij Lissabons drieluik noemt, zeer uitgebreid in zijn proefschrift uit 1948: Ontcijfering van Jeroen Bosch.

Ik maak dankbaar gebruik van zijn beschrijving van het merkwaardig figuurtje met de doedelzak. Het is zeer opvallend dat de schalmei, de speelpijp van de doedelzak maar gedeeltelijk is afgebeeld. Je bent al gauw geneigd te denken dat er een stuk van het paneel is weggehaald.
Dat is feitelijk alleen te bewijzen door het triptiek te sluiten, als je het triptiek opmeet op een afbeelding in een kunstboek over Bosch kom je tot de conclusie dat de opgetelde breedtes van de zijpanelen kleiner zijn dan de breedte van het middenpaneel. Is dit een geldig bewijs dat de zijpanelen ooit smaller zijn gemaakt?
Eerst de afbeelding van het hele triptiek.

 

Het linker paneel en daarvan een detail.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Twee monniken ondersteunen een, zo te zien dronken monnik, daarbij geholpen door een wereldlijk persoon.
De dronken monnik stelt de heilige Antonius voor.
Bax zegt hierover:
Sommigen zien in de burger een zelfportret van Bosch, en Bax is het hier wel mee eens als hij zegt: hier valt veel voor te zeggen.
Bax gaat dit beargumenteren en geeft als conclusie dat Bosch zichzelf hier op ongeveer 45-jarige leeftijd weergeeft.
De al dan niet dronken Antonius wordt weggedragen en dan zegt Bax:
Antonius wordt weggedragen, terwijl een diabolisch gegeven speelman op zijn doedelzak een ‘lijkmars’ blaast.
Speellieden stonden bij de middeleeuwse moralisten in een kwade reuk. Reeds lang vóór en ook nog na Bosch treft men satirische afbeeldingen van hen aan.
Soms werden ze half als beest voorgesteld om hun dierlijke eigenschappen te doen uitkomen. Ongetwijfeld heeft Jeroen zijn doedelzakker geschilderd onder de invloed van dergelijke voorstellingen.

De doedelzakspeler in detail.

 

Als je goed kijkt zie je dat het figuurtje een rechter arm en hand heeft waarmee hij de schalmei bespeelt. De linker arm is niet aanwezig.
Marijnissen denkt hiervoor een verklaring te hebben als hij in zijn ‘Hieronymus Bosch, het volledige oeuvre’ een exempel noemt uit het Biënboec uit 1488:

Een piper verwecte mit sinen springen ende mit anderen geveerde (bezigheid) die jongelinge ende maechden tot onkuuschen ende lelike liedekens te singen.
Twee herderkens sagen dat daer een blixem quam op den piper ende dode hem ende sloech
Hem den enen arm of.
Tot zover Marijnissen, pag. 173.

Bax zegt nog over de doedelzakspeler:
De kaplaarzen, het lange mes (het heft zie je achter zijn linker gelaatshelft zitten, B.H.) en de hoofdband met veren van de figuur lijken ontleend aan de uitrusting van een of andere zwervende kunstenmaker.………In het achterwerk van de speelman steekt een stokje, terwijl op de staart, die in takjes overgaat, een vogel (bonte kraai) zit. Het stokje is een phallussymbool. Ook hier kan Bosch naar het voorbeeld van miniaturen gewerkt hebben.………De doedelzak heeft eveneens een dubbelzinnige betekenis. Het Vlaamse ‘muizelaar’ (=doedelzakspeler) wordt nog thans in obscene zin gebruikt. Vandaar dat Bosch op zijn Laatste Oordeel te Wenen een doedelzakker afbeeldt, zittende naast de deur van een bordeel (zie afbeelding)

en dat Bruegel op zijn Luxuria aan de stoet, waarin een wellusteling door duivels meegevoerd wordt, een doedelzakspeler vooraf doet gaan.
Onze laat-middeleeuwse en 16de eeuwse literatuur geeft overigens tientallen plaatsen , waar muziekinstrumenten, het spelen erop, de klank en de bespelers ervan in verdachte zin voorkomen.
Aldus Bax.

Pieter Brueghel, de Wellust, 1557, tekening.
Koninklijke bibliotheek Albert 1, Brussel.

Hier het detail met de doedelzakspeler.

In de ‘korte samenvatting’ die Bax geeft op pag. 20 staat nog:
Zij dragen de heilige weg, terwijl een varende op zijn doedelzak een lijkmars blaast. Bosch hekelt in hem de zondige speelman.
Hij wordt half als beest voorgesteld om zijn dierlijke eigenschappen te doen uitkomen. Het stokje in de anus en de vogel erbij wijzen er op, dat hij zich schuldig maakt aan de zonde van Sodom. Ook de doedelzak heeft een onkuise functie.

Ga naar boven