Boommens

Waarom zou je een doedelzak afbeelden zonder een muzikant erbij? Met deze vraag beginnen we dit hoofdstuk als we een interessante afbeelding bespreken uit het werk van Jeroen Bosch: de Boommens. Volgens mij is dit eens te meer een bewijs dat dit muziekinstrument ook een symbolische betekenis heeft. Ik geef hier slechts een inventarisatie van Boommens-afbeeldingen die ik gevonden heb in de Bosch-literatuur.
Ik durf me als leek niet te wagen aan welke interpretatie dan ook van dit wonderlijk figuurtje.
Dit artikel publiceerde ik eerder in Goe Vollek, een kwartaalblad van Muziekmozaïek, nr 4, 2003, echter niet zo uitgebreid.
Aan het einde van deze bijdrage bespreek ik nog twee doedelzakafbeeldingen op twee triptieken die allebei de titel hebben: Het laatste oordeel.

1. Tuin der lusten
2. Doedelzak
3. Diabolisch monster
4. Meretrix
5. Vier boommensen
6. Boschliteratuur

 

1. Tuin der lusten

De Boommens vind je in rechter binnenpaneel van het drieluik De tuin der lusten, te bewonderen in het Museo Nacional del Prado in Madrid, kortweg het Prado, genoemd.
Eerst een afbeelding van de triptiek, zowel open als gesloten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier in gesloten toestand.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Om in het kort dit triptiek te beschrijven volg ik de tekst in De wereld van Bosch.
De tuin der lusten laat ons de wording en verwording zien van de mensheid.
Op de buitenzijde het oerbegin: God met de nog in te vullen lege wereld tijdens de schepping.

Aan de binnenzijde is op het linker luik het paradijs afgebeeld met de schepping van de eerste nog onschuldige mensen, Adam en Eva, te midden van een vredig lijkende dierenwereld waarin echter al wordt gezinspeeld op de zondeval.
Aan het middenpaneel ontleent het werk zijn huidige naam. Hier is in een veelheid van kleuren een groot parkachtig landschap met een grote groep naakte mensen weergegeven die genieten van vruchten, dieren en vooral van elkaar: een liefdestuin.
Daarom wordt dit schilderij door sommige kunsthistorici ook wel eens De tuin der onkuisheid genoemd!
Op het rechter paneel is in donkere kleuren aangegeven waar dit alles toe leidt: naar de hel, waar de mens met zijn eigen producten wordt gefolterd en gestraft.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We laten Eric de Bruyn aan het woord in zijn De vergeten
beeldentaal van Jheronimus Bosch
:
Dat ook Bosch de doedelzak als een erotisch symbool hanteerde, blijkt het duidelijkst uit het fragment met de zogenaamde Boommens, dat zich centraal op het rechterpaneel (De Hel) van De Tuin der lusten bevindt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met dit fragment schilderde Bosch een stichtelijke waarschuwing tegen allerlei vormen van onchristelijk en losbandig gedrag, zoals bordeel- en herbergbezoek, onkuisheid bedrijven en dansen.
Bovenop het hoofd van deze Boommens worden naakte zielen gedwongen met duivels een reidans uit te voeren rond een reusachtige doedelzak.

Ga naar boven

2. Doedelzak

Je bent al gauw geneigd om bij het bekijken en beoordelen van zo’n prominent aanwezig figuur als de boommens, niet verder te kijken.
Ik betrapte mezelf daarop toen ik de scène zag rechts van de doedelzak.

Daar komt een stoet mensen aan met voorop een naakte figuur zittend op de rug van een lieveheersbeestje, zo lijkt het als je het schild van het beest bekijkt.
De naakte figuur wordt duidelijk verwezen naar de doedelzak. Even daarachter ook weer een naakte figuur, die zo lijkt het, met enige dwang naar voren wordt geduwd, o.a. door een meretrix ( een prostituée), aan de karakteristieke hoofdtooi te zien. Het lijkt hierdoor of deze naakte figuren zo dadelijk zullen/moeten gaan dansen rond de doedelzak.
Wat hiervan de betekenis is weet ik niet, het is m.i. wel duidelijk dat de naakte personen uit de stoet rechts van de doedelzak, in relatie staan met de dansende figuren rond de doedelzak.

Uit de romp van de Boommens, die tegelijk een verdachte kroeg is, steekt een uithangbord met als kenteken een tweede doedelzak, van normaal formaat dit keer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Bruyn spreekt nu over een associatieketting: doedelzak- dansen- zondige erotiek.
En hij heeft dan de conclusie:
de muziek van de doedelzak kan staan voor de verleidelijke wellust en de seksuele driften die ertoe leiden dat de mens zich als een dwaas gaat gedragen.

Ga naar boven

3. Diabolisch monster

In die hel is dus een zogeheten Boommens geschilderd, Eric de Bruyn omschrijft het als volgt:
Dit reusachtige wezen, de Bruyn spreekt van een diabolisch monster, heeft een menselijk hoofd en een romp die bestaat uit een visuele combinatie van een lege, half opengebroken eierschaal en een geplukte gans.
De poten zijn dorre boomstammen met stekelige takken die steunen op in het ijs vastzittende kleine bootjes.
In de opengewerkte romp speelt zich een herbergscène af en op de kop van het monster balanceert een tafelblad waarop naakte zielen onder begeleiding van duivels een rondedans uitvoeren rond een abnormaal grote doedelzak.
De Bruyn vraagt zich nu af:
Een boeiende vraag bij dit alles is waar Bosch zijn inspiratie vandaan haalde bij het bedenken van zijn bizarre duivelsscènes.
In dit verband schrijft de Bruyn vervolgens over het Visioen van Tondalus.
De Bruyn zegt hierover: Er is echter één, tot de visioenliteratuur behorende tekst waarvan we zo goed als zeker weten dat Bosch hem gelezen heeft.
Deze veronderstelling is waarschijnlijk gebaseerd op het gegeven dat het Boeck van Tondalus vysioen in 1484 gedrukt werd door Gerard van der Leempt te ’s-Hertogenbosch.

Nu een stukje uit Wikipedia:
Tondalus’ visioen is een 12de eeuwse religieuze tekst die de buitenwereldse visie van de ridder Tondalus uitdraagt.
Het was de populairste en meest uitgewerkte tekst in het genre van de middeleeuwse apocalyptische literatuur, en werd tussen de 12e en 15de eeuw 43 keer uit het Latijn vertaald in 15 verschillende talen.

Hier het titelblad van Tondalus visioen, Delft, K.Snellaert, 1495. (In: Hiëronymus Bosch, R. Marijnissen).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik wilde het hierbij laten. Meer informatie over Tondalus en zijn visioen kunt u vinden via internet.

Ga naar boven

4. Meretrix

Prof. Dr. Dirk Bax schrijft in Jeroen Bosch en de Nederlandse taal , een bijdrage in de bijlage van de catalogus behorende bij de Bosch-tentoonstelling van 1967 in ’s-Hertogenbosch, op pag. 62 het volgende:
In het midden van het rechterluik van de Tuin der lusten (m.i. De tuin de onkuisheid) zitten zondaars aan een herbergtafel in de bast van een boom. Een duivelin, aan haar tweepuntige hoofdtooi kenbaar als meretrix, tapt voor hen helse drank.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een meretrix kan zijn een prostituée, een snol en in het oude Rome werden geregistreerde prostituées meretrices genoemd. Aan de hoofdtooi te zien is er nog een meretrix afgebeeld die met een naakte figuur danst rechts van de doedelzak, zie een eerdere illustratie.
Een soldatenhelm en een handboog hangen bij hen. Een duivelwaard kijkt uit naar nieuwe slachtoffers.
(En die komen eraan, boven aan de trap iemand met een pijl in z’n anus en onder aan de trap een naakte figuur met een ‘begeleider’, die waarschijnlijk samen gaan dansen rond de doedelzak? B.H.).

Dan even verderop in deze bijdrage van prof. D. Bax:
Boven de boombast of ‘schil’ (scille) wappert een herbergvaan. De zondaars ‘sijn in scille’.
Zij worden gestraft omdat ze in hun leven vechtlustig geweest zijn, o.a. in herbergen van verdacht allooi.
In het standaard werk van Bax over Bosch, de ontcijfering van Jeroen Bosch, uitgebracht in 1949 zegt hij over deze figuren in de Boommens: De feestvierders zitten in de ‘schil’, dit is de bast van een boom, dus zijn ze twistziek.

Dit scènetje is een onderdeel van de Boommens-figuur, in wie symbolisch vooral het losbandig leven in en bij herbergen gehekeld wordt, waarbij wreedheid, drankzucht en onkuisheid een grote rol spelen.
Hij heeft het gezicht van een dronkaard. Zijn ‘voeten’ staan in bootjes.
Boot betekende ook schoen en wijnton. Onder zijn ‘knie’ is een doek geknoopt, een slet. Evenals de marskramer is hij ‘beslet’, een dronkelap.
De tekening van de Boommens in de Albertina (wordt even verderop besproken, B.H.), is verwant aan het Boommens-tafereel in het Prado te Madrid.
Een hellevoorstelling is het echter niet. M.i. is het een zinnebeeldige hekeling van Meifeestvierders die zich aan losbandigheid, dronkenschap en vechtlust overgeven.
Tot zover D. Bax.

Ga naar boven

5. Vier boommensen

In zijn standaardwerk over Bosch: de ontcijfering van Jeroen Bosch, bespreekt Bax maar liefst 4 Boommensen.
In de voetnoten zijn veel verwijzingen naar:
1. Charles de Tolnay, twee publicaties: 1937 en 1965: Hieronymus Bosch.
2. Ludwig (von) Baldass, verschillende publicaties vanaf 1917.
Bax zegt over de doedelzak in dit hoofdstuk over Vier Boommensen :
Uit de romp steekt een vaan, welke op het schilderij een doedelzak, op de tekening een halve maan vertoont: symbolen van losbandig vermaak.

Bax:
De Boommens op het schilderij draagt een ronde houten schijf op het hoofd. Zulk een voorwerp werd ook een bord genoemd.
De vraag van Bax is nu: Is de Boommens hierdoor een bordhouder ofwel een houder van een speelhuis of dobbelhuis?
Of is de schijf een houten schild en is de man een schilddrager, ofwel een bedelaar?
Op het ‘bord’ of het ‘schild’ lopen drie naakte zondaren, die door drie duivels- een koppelaarster, een hoerenwaard? en een meretrix- begeleid
worden, om door een conciliatrix* bespeelde doedelzak. (Althans: zij bespeelt de schalmei, B.H.) De erotische betekenis van dit muziekinstrument is reeds verklaard.
(* Ik kom bij het achterhalen van de betekenis van dit woord niet verder dan ‘bemiddelaar’, wat dit dan ook met de afbeelding van Bosch te maken heeft.

Er wordt wel eens door sommige kunsthistorici beweert dat het hoofd van de boommens een zelfportret zou kunnen zijn van Jeroen Bosch.
En zonder hier dieper op in te gaan: er zijn in totaal een drietal portretten bekend waarvan men denkt dat ze Bosch voorstellen, echter, geen enkele Bosch-kenner kan hierover uitsluitsel geven.

Ik ga nu de overige Boommensafbeeldingen bespreken.

De Boommens. Kopergravure, diameter 210 mm.

De volgende tekst over deze kopergravure die zich in ’s-Hertogenbosch bevindt tref je aan in de catalogus ‘Jheronimus Bosch’, die uitgegeven werd naar aanleiding van de grote Bosch-tentoonstelling in het Noordbrabants Museum te ’s-Hertogenbosch in 1967.
Midden in een landschap staat een wonderlijk gedrocht. Een menselijk hoofd wordt gedragen door een boomachtig wezen: het ei-vormige lichaam is hol; men heeft een inkijkje op een etend gezelschap; de stronkachtige benen van het monster staan in kleine bootjes.
Op de voorgrond keren een schilder en zijn vrouw (met vos) zich naar de beschouwer; naast hen verricht een astronoom zijn metingen. Geheel rechts is een kleine groep nieuwsgierigen.

Deze prent is duidelijk geïnspireerd op de tekening van Bosch in de Albertina te Wenen.
De tekst in de catalogus vermeldt nu: Het is merkwaardig dat deze prent de eerste aanleiding is geworden voor de ontdekking van de prachtige tekening van Bosch in de Albertina. En dat was in 1891.
Bosch-kenner Benesch ziet het boomwezen als een zelfportret van de kunstenaar Jeroen Bosch. Bax daarentegen ziet in de geschilderde versie van de boommens een gans die met hals en kop naar beneden hangt. Hij interpreteert de boommens als een verlopen pretmaker, die aan lager wal is geraakt.
Deze zelfde Benesch is de eerste geweest die deze kopergravure van een Boommens op de naam van Bosch zette.

In het werk van D. Bax, Ontcijfering van Jeroen Bosch4, kun je lezen:
De halve maan, die de zwaan en de zwijnskop versiert, is hier geen symbool van ketterij of ongeloof, maar het zo vaak bij Bosch voorkomende zinnebeeld van losbandig vermaak.

Hiernaast zie je weer een Boommens, pen en bruine inkt, 27.7×21.1 cm. Wenen, Graphische Sammlung Albertina.
Let op het signatuur BRUEGEL in de linker benedenhoek, waarschijnlijk later aangebracht.
Deze Boommens wordt door Bax omschreven als een tekening van Bosch.
Bax beweert dat de houten schijf op het hoofd van de Boommens ook wel schive wordt genoemd en schive betekent ook doedelzak, aldus Bax.
Merkwaardig als je bedenkt dat in het standaardwerk over de doedelzak van Hubert Boone dit woord niet te vinden is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De volgende afbeelding van een Boommens, ook wel eens omschreven als een kopie van een tekening van Bosch, wordt in Jheronimus Bosch, alle schilderijen en tekeningen, pag. 147 omschreven als:
Navolger Jheronimus Bosch, Hellescène met parafrase uit de ‘Tuin der Lusten’. Dresden, Staatliche Kunstsammlungen, Kupferstich-Kabinett.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De volgende afbeelding is volgens Charles de Tolnay in zijn werk Hieronymus Bosch, een kopie naar een tekening van Bosch, Londen, coll. Oppenheimer.
De afbeelding vind je ook in het werk van Fritz Koreny: Hiëronymus Bosch, alle Zeichnungen.
Koreny dateert de tekening 1560-1600 en geeft als herkomst op: Aus dem Besitz der Markgrafen Brandenburg-Ansbach; 1805/06 an die Universität Erlangen.
Koreny beschouwt deze tekening als gemaakt door een navolger van Bosch.

 

 

 

 

 

 

 

 

Er is nog een soort boommens te zien op de nu volgende pentekening (25.7×17.5 cm):
De verzoeking van de Heilige Antonius, Berlijn, Kupferstichkabinett.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er is ook een  Boommens afgebeeld op een tapijt, uit een onbekend Brussels atelier, Tuin der Lusten, 1550-1570 (ontworpen vóór 1542)
Tapijt, goud, zilver, zijde en wol, 288×490 cm, Madrid, Patrimonio Nacional, Palacio Real.
Zie Jeroen Bosch, alle schilderijen en tekeningen, pag. 105.
Ik ga aan Bosch-afbeeldingen op tapijten geen aandacht schenken, ik benoem ze enkel en laat ze zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier een detail van de Boommens op dit tapijt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik wil deze bijdrage besluiten met de openingszin van het eerder aangehaalde proefschrift van Eric de Bruyn:
Over het oeuvre van de laatmiddeleeuwse, Brabantse schilder Jheronimus Bosch (ca. 1450-1516) is bijna alles reeds gezegd , maar het laatste woord nog nooit gesproken.

Ga naar boven

6. Boschliteratuur

Enkele bespiegelingen over de Boommens in de Bosch-literatuur.

1.
Roger H. Marijnissen schrijft over de Boommens in zijn prachtige werk: Hiëronymus Bosch, het volledige oeuvre, pag. 91. Eerst uitgave in 1987 en vermeerde uitgave in 2007.
De zogenaamde Boommens is in de Bosch-literatuur welhaast tot een afzonderlijk kapittel geworden.
Marijnissen beweert dat de Boommens de toeschouwer steeds weer voor een blijkbaar onoplosbaar en derhalve irriterend raadsel plaatst.
Marijnissen vraagt zich af: Is er sprake van schrandere combinatie van geobserveerde realiteit, diepzinnige symboliek of vindingrijke fantasie zonder welbewuste bedoeling?
In een voetnoot, geplaatst bij de tekst over de Boommens staat te lezen:
Het aangezicht van de Boommens wordt dikwijls vergeleken met het profielportret dat voorkomt op het linker luik van de Lissabonse Temptatie van Sint Antonius. In feite beschikken we over geen enkel betrouwbaar portret van Bosch.
2.
Fraenger ziet in het lichaam van de Boommens de vorm van een gebroken ei, maar merkt op dat het geheel het beeld oproept van een eend.
3.
D. Bax, Ontcijfering van Jeroen Bosch, 1949, meent een gans te herkennen in de Boommens, waarvan hals en kop naar beneden hangen, wat dan een duidelijke toespeling op het destijds populaire vermaak van het ganstrekken.
Bax zegt: De romp van de Boommens vormt met de rechterpoot, evenals op de tekening, een holle boom welke de vorm heeft van een gans, die met hals en kop naar beneden hangt.
Ik zie het er niet in, misschien u wel?

 

Ga naar boven